Vijanden leren samen over vrede te praten

Héél voorzichtig traint Rob Boudewijn Israëlische en Palestijnse ambtenaren om met elkaar te onderhandelen. 'We kunnen cynisch zijn, maar ook hoopvol over het zaadje dat straks ontkiemt.'

Het zijn bijzondere bijeenkomsten, daar achter de trotse oude gevels van de Diplomatische Akademie Wien (1754), de DA voor de Oostenrijkers. Een keer per jaar verzamelt zich hier een gemêleerd gezelschap van dertigers, mannen en vrouwen evenredig vertegenwoordigd.

Hoewel sommige deelneemsters in hoofddoek zijn gehuld en andere juist volgens de laatste Europese mini-mode gekleed, lijken ze vooral overeenkomsten te hebben. Allemaal kennen ze de cultuur en politieke geschiedenis van Europa op hun duimpje en ze spreken stuk voor stuk vloeiend Engels. Samen vormen ze de bestuurlijke en diplomatieke generatie die over tien à twintig jaar veel invloed zal hebben.

Tot zover de overeenkomsten. Want het verschil tussen de leden binnen deze elite is hun afkomst. Ze komen uit landen die elkaars aartsvijanden zijn. Als de organisatie géén naambordjes op tafels had gezet, waren de deelnemers uit Israël, Palestina en Jordanië vast bij elkaar in een hoekje gekropen. Maar nu zitten zij keurig om en om in een cirkel. Een Palestijn naast een Israëliër, daarnaast weer een deelnemer uit Jordanië en dan opnieuw een Palestijn.

"Ik sprak laatst bij de koffieautomaat met een deelneemster uit de Westbank die mij vertelde dat haar ouders vanzelfsprekend op de hoogte zijn van haar studie in het buitenland", zegt Rob Boudewijn, "maar zij weten niet dat hun dochter die training met Israëliërs volgt. Waren ze wel op de hoogte, dan had zij hier niet gezeten. Zo gevoelig zijn de verhoudingen."

De Amsterdamse Boudewijn is zelfstandig trainer op het gebied van de Europese integratie. Na een carrière bij Clingendael reist hij de afgelopen jaren vooral naar landen als Albanië, Kroatië en Turkije om de ambtenaren en diplomaten voor te bereiden op een toetreding tot de Europese Unie. Wat is het voordeel van in elkaar verknoopte economieën en welke eisen worden er gesteld aan producten of diensten als er handelsbetrekkingen met West-Europa worden aangeknoopt?

undefined

Andere doelgroep

Maar één keer per jaar heeft Boudewijn een afwijkende opdracht. Zijn overdracht is weliswaar hetzelfde, maar zijn doelgroep een geheel andere. Sinds 2009 financiert de Duitse en Oostenrijkse overheid een speciale tweejarige leergang op de universiteit van Düsseldorf en een na-traject op de DA in Wenen waarin de jonge ambtenaren uit Israël, Palestina en Jordanië worden geïnformeerd over het reilen en zeilen in de Europese Unie.

"Deze landen maken deel uit van de European Neighbourhood Policy, het zogenoemde nabuurschapschapsbeleid, dat in 2004 is opgezet in de context van de verdere uitbreiding van de Europese Unie. Niet dat al die landen lid zullen worden, maar de EU heeft er belang bij dat ze wordt omringd door een stabiele zone."

Die omliggende landen hebben volgens Boudewijn daarom een soort B-lidmaatschap. Ze hebben géén stem in de besluitvorming, maar wel volledige toegang tot de Europese markt. Ze mogen ook meedoen aan de Europese mobiliteitsprogramma's voor studenten.

Omdat deze B-leden erg worden geraakt door Europees beleid, worden de studieprogramma's ingezet om hen juist kennis te laten maken met de buren. "Als omringende landen bijvoorbeeld willen exporteren naar de EU, zullen de producten aan de Europese standaardnormen moeten voldoen. Anders worden ze eenvoudigweg niet toegelaten." Die economische kennismaking moet de samenwerking in de toekomst vergemakkelijken, is de gedachte.

In dat kader komen jaarlijks dertig jonge ambtenaren voor een master Europese Studies naar Düsseldorf, wat veronderstelt dat ze daarvoor al een vierjarige studie hebben doorlopen die daaraan gerelateerd is.

Toch leren ze niet alleen het economische verhaal, zegt Boudewijn. "De Europese integratie is een verhaal van economische samenwerking die duurzame vrede bracht. Door onze economieën te vervlechten, is het voor niemand nog aantrekkelijk de ander aan te vallen. Als we deze jonge mensen de voordelen van vreedzame regionale samenwerking kunnen laten zien, is dat misschien een voorbeeld dat zij kunnen gaan nastreven in eigen land." De economie wordt zo een instrument om op termijn het vredesproces in het Midden-Oosten nieuw leven in te blazen.

Om juist dat tweede doel van de opleiding te versterken, is de tweejarige studie uit Duitsland uitgebreid naar de periode in Wenen, waar de deelnemers dieper ingaan op conflictbeheersing en onderhandelingsstrategieën. Dat is ook het deel dat Boudewijn voor zijn rekening neemt. Heel behoedzaam. Het is zaak vooral niet met de situatie in het Midden-Oosten te beginnen ("Dan gaan de hakken in het zand"), maar met een onschuldiger voorbeeld.

Boudewijn legt doorgaans de Kaukasus op tafel: de korte oorlog tussen Rusland en Georgië in de zomer van 2008. De deelnemers moeten in de simulatie de crisis bezweren en allemaal de rol van een Europese minister van buitenlandse zaken spelen. Het is een dag van formele en informele onderhandelingen, wapenembargo's, humanitaire hulp, beslagleggingen op kapitaal, biechtstoelprocedures en schorsingen. Soms heeft een Palestijnse deelnemer als Europese minister van buitenlandse zaken dezelfde belangen als de Israëlische deelnemer, soms staan ze tegenover elkaar.

Bij de evaluatie van dit rollenspel krijgt Boudewijn steevast de vraag waarom hij geen casus uit hun eigen regio heeft genomen, en wél de toestand in de verre Kaukasus? "Daar begin ik niet aan", zegt hij dan duidelijk. "Als ik dat doe voelt één van jullie zich in zijn hemd gezet, hoe neutraal ik de situatie ook schets." Maar die vraag grijpt Boudewijn wel aan om het bruggetje naar het Midden-Oosten te slaan.

Voor succesvolle onderhandelingen zijn zeven basisvoorwaarden noodzakelijk, heeft hij ze tijdens de 'crisis op de Kaukasus' laten zien. Er moet sprake zijn van twee of meer betrokken partijen, een gemeenschappelijk belang, conflicterende belangen, wederzijdse afhankelijkheid, niet te grote machtsafstand tussen onderhandelaars, continuïteit in de relatie en tot slot: tijdsdruk.

"Als ik deze condities met ze doorneem en projecteer op de situatie in het Midden-Oosten, komen we samen steevast tot de conclusie dat in hun regio niets op zijn plaats ligt. Er is daar slechts sprake van meer partijen én van conflicterende belangen. Geen van de andere voorwaarden voor succesvolle onderhandelingen zijn aanwezig. Hoe je het ook wendt of keert, met de huidige stand van zaken kan vredesoverleg nooit succesvol worden. Dat is een heel deprimerende conclusie die ze in de koffer mee naar huis nemen."

De toon in die afsluitende debatten is vaak hard, scherp, maar wel altijd zakelijk, nooit op de persoon, zegt Boudewijn. 'Rotjood', zal hij niet horen. Maar verder dan de constatering dat er twee partijen zijn die elkaar het hoofd inslaan, komen de deelnemers niet. "Zolang je blijft betogen dat de ander de belangrijkste bron is van het conflict, en niet het gezamenlijke belang als uitgangpunt neemt, maak je geen progressie. Dat gezegd hebbende, zie ik geen enkele deelnemer die brug maken. Niet op dat moment. Misschien wel later."

De jonge ambtenaren met verschillende nationaliteiten hebben als ze terugkeren naar hun eigen landen wel twee jaar met elkaar samengewerkt, al hield het contact vaak bij de drempel van het klaslokaal op. Boudewijn hoopt toch dat er iets van die ervaring blijft hangen bij deze 'bestuurders van de toekomst'. En dat ze het 'verhaal van Europa' meenemen, waar economische vervlechting de oorlog heeft buitengehouden. "Ik kan natuurlijk cynisch zijn en deze opleiding zien als de druppel op de gloeiende plaat, maar ik ben ook hoopvol over het zaadje dat straks ontkiemt."

undefined

Sleutelrol

Voor vrede in het Midden-Oosten lijkt de sleutelrol weggelegd voor de Verenigde Staten, analyseert Boudewijn. Die grootmacht domineert in het buitenlands beleid en de militaire ondersteuning. "Maar je kunt ook zeggen dat Europa een veel gedifferentieerder pakket heeft om te interveniëren. Europa kan humanitaire en economische hulp leveren, sancties opleggen, maar vooral in positieve zin economisch stimuleren. Als handelspartner. Als buur."

Hij geeft het voorbeeld van de muur die is gebouwd tussen Israël en de Palestijnse gebieden, en het verbod bouwgoederen over te brengen naar de Gaza-strook omdat daarmee tunnels gebouwd zouden worden. "Als Israël de controles zou handhaven, maar een volwaardige economische samenwerking zou aangaan waarin alles verhandeld kan worden, krijgt de Israëlische economie een enorme boost. Maar ook die van de Palestijnen. Vooral door de export naar Europa." Daardoor neemt de neiging tot een militair conflict volgens hem af. "Met de bouw van de muur is Israël dief van de eigen portemonnee. Dat besef moet er komen."

Het uitgangspunt voor de opleiding van de jonge bestuurders uit het Midden-Oosten is daarom zo goed, zegt hij. "Economische vervlechting kan ten goede van de vrede komen. Als Brussel de handel stimuleert en deze cursisten straks besluitvormers zijn, kan er een redelijke kans op vrede ontstaan. En dan heb ik het niet over Parijs deze zomer, maar over de onderhandelingen in, pak 'm beet, 2025. Over de volgende generatie."

undefined

Tien tips van Rob Boudewijn voor het vredesoverleg in Parijs

1. Laat beide partijen erkennen dat het bestaan van de andere entiteit, Israël en Palestina, een (basis)gegeven is.

2. Alleen door samenwerking met de andere entiteit is een oplossing mogelijk: benadruk continuïteit in de relatie (dus een geïnstitutionaliseerd vervolg op Parijs).

3. Benadruk de (gemeenschappelijke) belangen, zoals vrede, welvaart en voorspoed, in plaats van de tegengestelde belangen.

4. Wat is het belang achter een positie? Heb inlevingsvermogen voor dit belang.

5. Werk met package deals: ga agendapunten verbinden/linken en uitruilen, omdat beide partijen op individuele agendapunten lijnrecht tegenover elkaar zullen staan.

6. Onderstreep de economische voordelen van meer regionale samenwerking: beide partijen hebben daar baat bij. Economische vervlechting, zoals bij de start van de EU, maakt vijandigheden onaantrekkelijk.

7. Benadruk dat internationale overeenkomsten voor alle partijen gelden en dat de grote(re) spelers, zoals de VS en de EU, zich hard zullen maken voor het naleven van deze overeenkomsten

8. Tijdsdruk: laat alle delegaties beseffen dat het na decennialang geweld nu of nooit is. Besef de sense of urgency en dat géén uitkomst voor zowel beide partijen als de internationale gemeenschap niet acceptabel is.

9. Laat een onafhankelijke partij toezicht houden op de naleving en de implementatie van de overeenkomst.

10. Onbekend maakt onbemind: beide partijen leven totaal gescheiden van elkaar. Start met bijvoorbeeld scholierenuitwisselingen om de ander beter te leren kennen/begrijpen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden