Vies pleepapier als zelfportret

Gibbs debuteert met slimme satire over de Londense kunstwereld van de jaren negentig

Net als in Nederland lijkt het in het buitenland een culturele trend: retrospectieven van verschillende twintigste-eeuwse decennia. Bij ons vooral op tv, 'Moeder ik wil bij de revue', 'Goedenavond dames en heren', maar toch ook wel in romans, Franca Treur met 'De woongroep' over het tijdperk van de commune, Esther Ending met haar romans over hippies en krakers. In Engeland herdacht Nick Hornby in 'Funny Girl' de gouden eeuw van de tv-comedy's en sitcoms; de autobiografische romans van de Noor Karl Knausgård kun je lezen als een soort persoonlijke retrospectieven van de laatste decennia van de vorige eeuw en de Italiaan Sandro Veronesi brengt dan weer zíjn jaren tachtig en negentig in beeld.

Het zijn geen echte modern-historische romans, het zijn vooral zedenschetsen met een nostalgisch tintje en hun succes danken ze niet in de laatste plaats aan herkenning bij het lezerspubliek dat zich wel wil wentelen in dat gevoel van: o ja, zo was het. De Britse debutant Jonathan Gibbs voegt zich in het rijtje met zijn roman 'Randall', over de Britse kunstscene in de jaren negentig, het tijdperk van de Young British Artists (YBA) met bekende kopstukken als de verzamelaar Charles Saatchi en kunstenaar Damien Hirst: het klimaat van provocerende kunstwerken en culturele reuring.

In 'Randall' is Damien Hirst, de bekendste YBA'er, op jonge leeftijd gestorven maar zijn opvolger Randall verschilt eigenlijk in niks van hem; hij is een fictionele Hirst in vermomming. Zijn werk is even omstreden als dat van de maker van 'For the love of God'. Hij produceert 'zelfportretten' in de vorm van Warhol-achtige uitvergrote wc-papiertjes met strontstrepen van de eigenaars: een soort Rohrschachvlekken van de ziel, noemt hij ze. Op een ander moment spuit hij bij wijze van action painting de gasten van een kunstvernissage op de Theems met een paintballgeweer onder de gele verf, merendeels tot hun ongenoegen. Verder wentelen makers en kopers zich in een wereld van seks en drugs en tellen ze exorbitante bedragen neer voor dubieuze creaties. Kortom, precies het exhibitionistische kunstwereldje van Londen eind twintigste eeuw.

Het perspectief in de roman wordt bepaald door de vermogende kunstluis Vincent, die na de dood van Randall terugblikt op die roemruchte periode in de kunst. Als Randalls weduwe, overigens een ex van hem, hem meetroont naar een geheim atelier waar allerlei zwaar pornografische maar verrassend mooi gemaakte societyschilderijen van Randall hangen, is de vraag wat ze ermee aan moeten. Vernietigen of aan de buitenwereld laten zien, met ongetwijfeld een schandaal als gevolg.

Het verhaal van de schaamteloze kunstenaar en zijn bende is zeker vermakelijk en treffend in beeld gebracht, maar toch lijkt mij de grootste verdienste van Gibbs' boek dat het de waarde van deze schandaleuze, ironische, ver boven zichzelf uitgestegen kunst op een bijzondere manier ter discussie stelt. 'Randall' is zeker geen gemakkelijke satire die een groepje vrijgevochten postmoderne kunstenaars en hun mecenassen op de korrel neemt. Nee, Gibbs lijkt het voze kunstwereldje eigenlijk verrassend serieus te nemen en juist dat doet je als lezer twijfelen. Wat voor de kunst van de YBA'ers geldt, geldt ook voor deze roman zelf: is het ernst of ironie? Ergens in het midden van 'Randall' wordt het probleem door Vincent in verknoopte vorm gesteld: "Op het gevaar af dat ik in herhaling val, hoewel ik hiermee juist de kern benader, lijkt ironie op ironie totdat je haar als ironie behandelt, want op dat moment begint ze oprecht te lijken. Maar zodra je ironie als oprecht gaat beschouwen, wordt duidelijk dat ze toch alleen maar ironie kan zijn. De moeilijkheid is dat de ironische versie de oprechte lijkt te omvatten, terwijl de oprechtheid de ironie negeert." Kom er maar eens uit.

'Randall' stelt in de vorm van een leuk en gistend tijdsbeeld de fundamentele vraag naar artistieke waarde, naar de verhouding tussen kunst en kunsthandel. Een duidelijk antwoord geeft Gibbs trouwens niet, dat laat hij over aan de lezer die deze roman na afloop even vermaakt als vertwijfeld dichtslaat.

Jonathan Gibbs: Randall (Randall) Vert. Lidwien Biekmann Uitg. Podium; 366 blz, euro22,50

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden