Vierluik van de Heilige Stad: musea tonen hun religieuze kijk op Jeruzalem

'Jeruzalem in jodendom, christendom en islam', Joods Historisch Museum Amsterdam, t/m 19 mei, fotoboek M. Milner en Y. Salomon, fl. 59,90; 'Op weg naar Jeruzalem - 2000 jaar gaan naar de heilige stad', Bijbels Museum Amsterdam, t/m 19 mei; 'Stad van David', Bijbels Openlucht Museum Heilig Landstichting, t/m 15 april; 'Jeruzalemroute' Museum Catharijneconvent Utrecht, gids ¿ .5.-.

De tentoonstelling in het Joods Historisch Museum maakt deel uit van een grote manifestatie rond de stad. Daaraan nemen ook het Amsterdamse Bijbels Museum en het Bijbels Openluchtmuseum in de Heilig Landstichting met exposities deel. Het Utrechtse Museum Catharijneconvent tenslotte heeft een route opgezet door de vaste collectie. Vandaag worden de vier 'Jeruzalems' in Amsterdam geopend door oud-president Navon van Israël. Het publiek kan vanaf morgen terecht.

De vier musea ontwijken elk verband met 'Jeruzalem 3000', de herdenking van het 3000-jarig bestaan van de stad, die in september in Israël begon. Palestijnse leiders riepen op tot een boycot. Zij beschouwen Oost-Jeruzalem als hoofdstad van hun toekomstige staat en zien de viering als bewijs dat Israël niet van plan is zijn hegemonie over de stad op te geven. De landen van de Europese Unie en de VS bleven inderdaad bij de opening weg. “Dit heeft niets te maken met de politieke plannen van de burgemeester van Jeruzalem”, zegt Edward van Voolen, samensteller van de tentoonstelling voor het Joods Historisch.

De vier musea houden zich alleen bezig met de religieuze betekenis van de stad. Van Voolen: “We richten ons op de Nederlandse multi-culturele samenleving. Wij willen laten zien hoe de grote monotheïstische godsdiensten samenleven en wat hen bindt: de liefde voor die stad.” Om die reden geeft het Joods Historisch elk geloof even veel ruimte. “Voor ons is dat best een waagstuk”, aldus Van Voolen. Terecht, de islamitische en christelijke voorwerpen staan gebroederlijk naast de joodse op de galerij van de vroegere Nieuwe Synagoge, nu deel van het museum.

Drie groepjes van drie hokken staan er op de galerij. Elk behandelt een thema dat nauw met de heilige stad verbonden is. In de eerste staat Abraham en het offer van zijn zoon Izaak centraal, dat hij op de Tempelberg wilde brengen. Voor de joden geldt hij als de stamvader. De besnijdenis is nog steeds een teken van het Verbond dat hij sloot met God. Op de expositie staat een filigraan zilveren doos met mesjes en flesjes, die bij besnijdenissen is gebruikt. Onderin een boekje met de namen van wie er behandeld was. Om de hoek hangt het zijden pakje dat moslims-jongens bij die gelegenheid dragen.

Een volgend drietal laat zien welk een grote rol Jeruzalem speelt in de godsdienstige beleving. In vorm en decoratie verwezen r.-k. monstransen naar de stad. De edelstenen die op één zijn gezet, zouden van de fundamenten van de stad komen. Achter het glas van de reliekhouder kun je je met wat verbeelding splinters van het kruis voorstellen. Verderop een gebedsplank uit de woestijn van Pakistan - bij gebrek aan een kleed. Oorspronkelijk dienden moslims hun gebed naar Jeruzalem te richten. Nog bij het leven van de profeet Mohammed veranderde dat naar Mekka.

Hoe het samenwonen van de geloven er van bovenaf uitziet, spreekt uit de kleurenfoto's die de Israëlische fotografen Moshe Milner en Yehuda Salomon vanaf daken, torens en muren maakten. Zij tonen de dagelijkse ceremonie waarbij de deur van de Heilig Grafkerk - gebouwd over de plaats waar Jezus aan het kruis zou zijn gestorven, begraven en na drie dagen weer verrezen - wordt geopend. Een moslim-familie beheert al generaties de sleutel van dit belangrijke heiligdom van de christenen.

Een hemelse blik van de stad geven de foto's die zij vanuit een helikopter maakten. Op de één staat de Tempelberg vol biddende moslims met in het midden de Rotskoepel. Die zou gebouwd zijn over de plaats waarvan de profeet ten hemel zou zijn opgestegen, hetgeen Jeruzalem voor moslims na Mekka en Medina tot de derde heilige stad maakt. Een andere foto toont joden aan de voet van die berg, biddend bij de westelijke muur, volgens hen het restant van de tempel van koning Salomon.

Stad van David

“Eigenlijk niet te geloven, dat dit kleine aardewerken flesje - nog helemaal gaaf - al 3000 jaar onder het zand lag, toen Jezus 2000 jaar geleden in Jeruzalem rondliep”. Jan van Laarhoven, directeur van het Bijbels Openluchtmuseum, laat een van de oudste archeologische vondsten zien, die zijn opgegraven in een heuveltje ten zuidoosten van de huidige 'oude stad'. Op dat punt werd al in de Bronstijd (3000 - 1200 v.C.) een stadje gebouwd met de naam Salem of Jeruzalem. Dàt stadje veroverde koning David in 1004 v. C. op de Jebusieten, om het vervolgens om te dopen in 'Stad van David'.

Als gevolg van de twee grote verwoestingen (door de Babyloniërs in 587 v.C. en door de Romeinen in 70 n.C.) wisten de bewoners van Jeruzalem in de eerste eeuw na C. al niet meer waar de oude Stad van David had gelegen. De joodse geschiedschrijver Flavius Josephus localiseerde hem op de berg Sion aan de westkant van de stad. Inmiddels hebben vele archeologische opgravingen echter aangetoond dat de 'Stad van David' in de oudtestamentische periode was gesitueerd op dat kleine heuveltje ten zuidoosten van de huidige 'oude stad'- vlak bij de Gichonbron, destijds de enige watervoorziening.

Koning David bouwde versterkingen om de stad en kocht de hoger gelegen noordelijke heuvel op, die aansloot op het heuveltje van zijn stad. Op het hoogste punt van deze heuvel was een dorsvloer gelegen waarop hij het tabernakel (tent) liet neerzetten, met de Ark des Verbonds. Zo werd de stad Jeruzalem tot een religieus centrum. Op de plaats van het tabernakel bouwde zijn zoon Salomo later de tempel. Het centrum van de stad verlegde zich naar deze Tempelberg en het allerprilste begin van Jeruzalem, gesitueerd op de zuidelijke heuvel, werd gaandeweg minder belangrijk en zou na de Byzantijnse tijd (324 - 638 n.C.) zelfs definitief buiten de stadsmuren komen te liggen.

Vanaf de tweede helft van de 19de eeuw zijn archeologen gaan graven in dat toen vrijwel onbewoonde terrein buiten de stadsmuren. Voor het eerst werd aangetoond dat de oudtestamentische stad Jeruzalem op die heuvel had gelegen. Meerdere expedities volgden. Toen de Stad van David na 1967 onder Israëlisch bestuur kwam te staan, konden voor het eerst ook archeologen uit Israël onderzoek doen. De archeoloog Yigal Shiloh groef er van 1978 tot 1985 en wist belangrijke stukken van de oostelijke helling bloot te leggen. Ter nagedachtenis aan Shiloh, die in 1987 overleed, stelden medewerkers van de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem de expositie 'City of David' samen.

Het Bijbels Openluchtmuseum is erin geslaagd die expositie nu naar Nederland te halen. De getoonde objecten komen uit de lange periode van de vroege Bronstijd tot 70 jaar n.C., toen de Romeinen Jeruzalem verwoestten. Het gaat om vaatwerk - aardewerken voorraadpotten -, muntjes van klei, stukken van beeldjes, speerpunten en verschillende gebruiksvoorwerpen, zoals een houten opbergdoosje, ingelegd met ivoor.

Indrukwekkende schatten zijn er dus op de tentoonstelling 'Stad van David' niet te bewonderen, daar hebben brandschatters en plunderaars in de loop der eeuwen wel voor gezorgd. Toch is het een interessante tentoonstelling geworden. Ingenieuze computerfoto's laten de ontwikkeling zien die de stad in de loop der eeuwen heeft doorgemaakt en de archeologische vondsten illustreren die verschillende ontwikkelingsstadia van de stad.

Het museum heeft het expositiemateriaal uit Jeruzalem bewerkt en aangevuld, onder andere met maquettes, van de Rotskoepel, van Jeruzalem in het jaar 50 n.C. èn van de verschillende fasen van de bouw van de Heilig Grafkerk.

Op naar Jeruzalem

De Heilig Grafkerk is ook te zien op de expositie van het Bijbels Museum in Amsterdam, maar dan als souvenir, vervaardigd van palmhout en ingelegd met ebbehout, ivoor en parelmoer. De Nederlander Carel Quina, Jeruzalemvaarder uit de zeventiende eeuw, nam het mini-kerkje als bedevaarttrofee mee naar huis.

'Op naar Jeruzalem' heet de expositie in het Bijbels Museum. De tocht naar het Heilige Land en in het bijzonder naar Jeruzalem had en heeft nog vaak het karakter van een pelgrimstocht, voor joden, moslims en christenen. Om deze laatsten, de christelijke pelgrims èn onvermijdelijk ook de christelijke kruisvaarders, draait het op deze tentoonstelling over '2000 jaar gaan naar de Heilige Stad'.

Een zeer illustratief diaklankbeeld geeft een snelle, kleurrijke en compacte impressie van de tentoonstelling. De pelgrimsattributen die er te zien zijn, variëren van reisverslagen, dagboeken, oude (kruisvaarders)kaarten, panelen, een reliek van het Ware Kruis, prenten en kopergravures tot archeologische voorwerpen en foto's - onder andere stereofoto's van Jeruzalem uit het einde van de vorige eeuw. Ook wordt getoond hoe de pelgrims eruit zagen: een gordeltas, een pelgrimsfles, een nap en gereconstrueerde pelgrimskleding.

Uit de geëxposeerde Jeruzalem-'souvenirs' blijkt hoezeer dit fenomeen is gedevalueerd in de loop der eeuwen. Nam men in de zeventiende eeuw nog een zorgvuldig afgewerkt model van de Heilig Grafkerk mee, een mooi ingelegd kruis of een rozenkrans, de souvenirs die vorige maand nog uit Jeruzalem zijn gehaald, zijn waardeloze prullen: flesjes 'heilige olie' en 'heilig water' uit de Jordaan.

Het Bijbels Museum Amsterdam heeft evenals het Joods Historisch Museum een serie Jeruzalem-evenementen op het programma staan voor de komende maanden: lezingen, voordrachten, speciale activiteiten, educatieve programma's en concerten.

Tweede Israël

Meer over de betekenis die de Heilige Stad heeft voor het christendom biedt Museum Catharijneconvent in een speciale route door zijn vaste opstelling. Het eerste deel daarvan laat zien hoe het lijdensverhaal rond 1500 werd verbeeld op schilderijen. Een Noordnederlands paneel uit die tijd toont de al bezweken Christus. Aan de voet van het kruis knielt onder meer Franciscus van Assisi. Vanuit Christus' wonden lopen rechtstreeks rode bloedsporen naar de handen, voeten en zijde van de heilige, ten teken dat zich bij hem ook de stigmata, de bloedwonden openbaarden.

Het onderscheidende van het Utrechtse museum zit hem vooral in het laatste deel van de route. Dat toont, opnieuw aan de hand van de schilderijen, hoe zeventiende-eeuwse calvinisten zich ten tijde van de Opstand tegen Spanje gingen zien als het Tweede Israël. God zou hen hebben uitverkoren om hun strijd tegen het afgodische Spanje.

Die spiegeling aan Israël spreekt uit 'Laat de kinderen tot mij komen' van Werner van der Valckert uit 1620. Een menigte dromt samen rond Christus. Die zit op zijn knieën om engelachtige kinderen te zegenen - waarschijnlijk de jonggestorven kinderen van makelaar Michiel Poppen, die opdracht gaf voor het schilderij. Die staat geheel rechts afgebeeld in een rode tuniek met zijn naam in Hebreeuwse letters op de zoom geborduurd.

Ook een ander detail toont hoe klein voor de zeventiende-eeuwers de afstand tussen Holland en Israël was. Midden tussen de klassieke gevels en zuilen achter de menigte - die Jeruzalem moesten suggereren - prijkt namelijk de toren van de Amsterdamse Zuiderkerk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden