Vierentwintig delen Hermans

Vandaag verschijnt het eerste deel van de 'Volledige werken' van Willem Frederik Hermans. Tien jaar na zijn dood krijgt de nihilistische schrijver van 'Nooit Meer Slapen' en 'De donkere kamer van Damocles' zijn monument. “Hermans schreef met een bijtende agressie.“

Het kostte schrijver Willem Frederik Hermans (1921 - 1995) grote moeite zijn eerste twee romans te publiceren. Hij moest flink leuren met 'Conserve' en met 'De tranen der acacia's', de twee titels die het vandaag te verschijnen eerste deel van zijn 'Volledige Werken' omvatten.

Aan 'Conserve' begon Hermans te schrijven in de zomer van 1943, nadat in april de universiteiten waren gesloten. Hij stuurde het wat fantastische verhaal, dat zich afspeelt in de wereld van de Mormonen, naar uitgever John Meulenhoff. Maar Meulenhoff kon weinig met het zwarte wereldbeeld van de jonge Hermans. Hij vond er niets aan.

Diep ongelukkig verliet Hermans het uitgeverspand Rokin 44, en stak 'schier schreiend' de Dam over. De gedachte kwam zelfs in hem op zich voor de SS te melden, wat op de Dam kon, als hij toch nooit een Groot Schrijver zou worden. ,,Maar het denkbeeld dat, misschien, jaren later het manuscript van 'Conserve' door iemand zou worden ontdekt en dat ik dan ondertussen doodgevroren in de Russische sneeuw zou liggen, weerhield mij en ik hield trouwens ook niet van sport en in de krant las je dagelijks dat de opleiding van de SS zo fijn was, omdat je daar veel aan sport moest doen“, schreef hij cynisch.

Ook zijn latere uitgever Geert van Oorschot wees het manuscript af, geschrokken door de nihilistische teksten. Uiteindelijk verscheen het debuut bij uitgever Salm.

Grote namen als Vestdijk en Bordewijk waren kritisch over de debuutroman vol godsdienstwaan, incestueuze motieven en exotische taferelen, maar herkenden wel Hermans' talent. Ronduit negatief was de Informatie Dienst Inzake Lectuur (IDIL), -volgens Hermans het 'rooms katholieke half ondergrondse culturele terreurorgaan' -die leesadviezen schreef voor katholieken. 'Levensopvatting, huwelijksbeleving, godsdienstige begrippen, alles is zo ongezond abnormaal dat deze roman tot de verboden literatuur gerekend moet worden.“

Ook zijn tweede roman, 'De tranen der acacia's', Hermans eerste grote oorlogsroman, werd voor katholieken verboden. Tegenwoordig lezen we het zonder met de ogen te knipperen, toen was het 'pornografisch' en immoreel: niks leidt ergens toe, iedereen staat er alleen voor, de medemens is onbetrouwbaar.

Opnieuw vond hij niet snel een uitgever. John Meulenhoff omschreef het volgens Hermans als 'urinoirlectuur'. Ook de Bezige Bij wilde het niet, ondanks aandringen van Gerard van het Reve. Uiteindelijk ging Geert van Oorschot overstag. En het verkocht vervolgens heel aardig.

Alle boeken die Hermans schreef, verschijnen de komende jaren als 'Volledige werken'. Het Huygens Instituut in Den Haag heeft voor het grootschalige project miljoenen euro's uitgetrokken. Annemarie Kets heeft de leiding over deze wetenschappelijke uitgave van Hermans' werk.

Ze vertelt hoe de onderzoekers gebruik hebben gemaakt van de vele versies die Hermans afleverde van zijn eigen werk. Hij stond erom bekend dat hij zijn eigen werk fanatiek corrigeerde, bij elke nieuwe uitgave. Met uitgever Van Oorschot voerde hij in de jaren zestig een rechtszaak over de veranderingen die Hermans had willen aanbrengen in de herdruk van 'De tranen der acacia's'. Over de uitgave van 1971 was hij wel tevreden; hij actualiseerde het taalgebruik en voegde verklarende zinnen toe als 'Hoe zeldzaam was petroleum niet in deze oorlogstijd!', iets wat niet alle lezers in 1971 nog zouden weten.

In de wetenschappelijke uitgave komen daarom alleen goedgekeurde teksten, zegt Annemarie Kets. ,,Het zijn de laatste versies die Hermans zelf had goedgekeurd, maar zónder de foutjes die er in de loop van de jaren waren in geslopen“, zegt ze. Spelfouten zijn er met een computerprogramma uitgehaald. Soms is de schrijfwijze van persoonsnamen in een boek niet consequent. ,,Dat blijft zo. Het gaat er niet om wat wij zelf beter vinden, maar om hoe Hermans het wilde nalaten.“

Vanmiddag neemt prins Willem- Alexander in de Nieuwe Kerk in Amsterdam het eerste deel in ontvangst. Ondertussen zijn Kets en haar collega' al bezig met de tweede verzamelband. Die moet volgend voorjaar verschijnen en bevat de verhalenbundels 'Moedwil en misverstand', 'Paranoia' en 'Een landingspoging op Newfoundland'. In totaal komen er 24 delen, met alle romans, verhalen en novellen, gedichten, toneelteksten en scenario's, en beschouwende stukken. Het laatste deel verschijnt in 2017.

Sinds 2000 heeft het onderzoeksteam alle drukken van alle werken verzameld, verfilmd en ingescand, terwijl Kets Hermans' persoonlijk archief van dertig strekkende meter heeft doorgenomen.

Het is bijzonder dat Kets Hermans' werk bezorgt, omdat hij begin jaren negentig een flinke polemiek tegen haar begon. Die ontstond nadat Hermans zelf een heruitgave van Multatuli's 'Max Havelaar' had verzorgd, en Kets die kritisch recenseerde. Hermans reageerde toen Kets met haar eigen uitgave van 'Max Havelaar' kwam. De grote schrijver brandde haar werk af, en beledigde haar flink in het openbaar. Maar toen het Huygens Instituut gevraagd werd Hermans' Volledige Werken te verzorgen, nam ze een professionele beslissing. “Wij hebben de deskundigheid in huis, ik heb veel ervaring. Er was geen reden om nee te zeggen.“

Tien jaar na de dood van de schrijver zijn er meer initiatieven om hem te gedenken. Schrijver en journalist Max Pam stelde een bundel samen: 'Niet uit kwaadaardigheid: de scherpste polemieken'. Het stuk over Kets staat erin, maar ook klassieke stukken die Hermans schreef over criticus Gomperts bijvoorbeeld, over C. Buddingh' en Adriaan van der Veen. ,,Namen uit het verleden, maar die stukken zijn zo geestig dat ze heel leesbaar blijven. Verplicht studiemateriaal voor wie een ander op papier onderuit wil halen“, aldus Pam.

Hij maakte ook de tv-documentaire 'Een overgevoelige natuur', waarvan volgende week dinsdag deel 2 op tv komt. Zijn bewondering voor de schrijver ontstond toen hij in 1964 als scholier 'Mandarijnen op zwavelzuur' van zijn vader kreeg.

Hermans kon even geestig en scherpzinnig zijn als bot en onaangenaam. Maar ook die zwakke plekken in zijn karakter horen bij zijn schrijverschap, vindt Pam. ,,Hermans kon hevige driftbuien hebben, en liet zich soms hoogst onaangenaam over anderen uit. Maar dat hoort bij een schrijver. Wie altijd de vriendelijkheid zelve is kan maar beter verzekeringsagent worden.“ Het begrip sympathie past Hermans niet, zoals je ook niet kunt stellen dat zijn werk ontroert. Wel bezit het schoonheid, ,,maar dat is een schoonheid van een ijzeren logica“.

Hermans schreef vanuit rancune en met een bijtende agressie, zegt Pam. In zijn inleiding schrijft hij: 'Wie de beledigingen van Theo van Gogh als kwetsend heeft ervaren, moet voor een goed begrip van onze polemische cultuur toch eens een paar jaargangen Podium doornemen'. In dit literaire tijdschrift gingen de onderlinge beschuldigingen en beledigingen tussen schrijvers en betrokkenen over en weer. Een persoonlijke irritatie, een middelmatig werk of gebrek aan originaliteit, was voldoende grond om eens flink uit te halen. In zulke papieren vetes werd Hermans bijvoorbeeld een 'fascist' genoemd en een 'landwachter met de dubbelloop'. ,,Dat was vlak na de oorlog een grove belediging.“

Hermans stond in 1952 voor de rechter vanwege een passage in zijn roman 'Ik heb altijd gelijk' (1951) waarin hoofdpersoon Lodewijk de katholieken beledigt: 'Het meest schunnige, belazerde, onderkruiperige, besodemieterde deel van ons volk. Maar die naaien er op los! Die planten zich voort! Als konijnen, ratten, vlooien, luizen. Die emigreren niet! Die blijven wel zitten in Brabant en Limburg met puisten op hun wangen en rotte kiezen van het ouwels vreten!'

,,Stel je eens voor dat je een romanpersonage nu zoiets over moslims laat uitspreken“, zegt Pam. Ook is een islamitische variant van de katholieke censuurdienst Idil niet moeilijk voor te stellen. ,,Denk aan Salman Rushdie.“

Hermans kon niet tegen middelmatigheid en onnauwkeurigheid, en liet dat ook weten. 'Iedereen moet bij alles wat hij publiceert beseffen dat het ooit onder het kritische oog van Hermans kan komen', zei de schrijver. Zelf hield hij bij het schrijven ook rekening met een Super Hermans, ergens in het universum, die zijn teksten zou kunnen bekritiseren. Het gevoel dat Hermans over haar schouder meekijkt, heeft Kets nooit gehad. Ze zegt zeker te weten: “Als hij dit resultaat in handen had kunnen krijgen, zou hij heel tevreden zijn geweest.“ Zijn weduwe en zoon zijn er in ieder geval blij mee, heeft ze vernomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden