Vierde zege poloërs leidt niet tot vrolijke gezichten

BERLIJN (ANP) - Hangende hoofden, doffe blikken en binnensmondse vloeken waren in het nabije verleden menigmaal kenmerkend voor de Nederlandse waterpoloselectie bij een belangrijk evenement. Wie zich een topsporter weet of waant, hoort de pest in te hebben bij een nederlaag, zeker bij een kansloze.

Gisteren in Berlijn, bij het Olympisch kwalificatietoernooi, riep de aanblik van de spelers na afloop die herinnering op. Maar nu werd een overwinning, de vierde op rij, met een grafstemming begroet. De twee kostbare punten wogen niet op tegen het matte en matige spel waarmee Slowakije er maar net onder werd gehouden: 10-9 (3-0 2-2 5-3 2-2).

Door dat 'tegenvallende' resultaat staat Oranje er nu uitermate florissant voor. Bij een zege op Bulgarije is Nederland, evenals in 1992, te bewonderen bij de Olympische Spelen. Een plaats in de halve eindstrijd staat dan vast en mogelijk is zelfs een gelijkspel al voldoende, nu Kazachstan van Oekraïne verloor (4-7) en Roemenië beter bleek dan de Bulgaren (11-7).

Maar ook bij nieuwe, echte tegenvallers leiden er nog verschillende wegen naar Atlanta. Al mag het nooit zo ver komen dat de vaderlandse poloërs die wegen in Berlijn moeten bewandelen. Als je donderdag de kwalificatie veilig kunt stellen, moet je niet tot vrijdag of zaterdag wachten. Nederland, dat Roemenië en Oekraïne al bedwong, wil immers meer, denkt voorzichtig aan een toernooifinale.

Maar juist daar kan het misgaan en ging het tegen de Slowaken ook bijna mis. Het vrije Nederland, door bondscoach Hans van Zeeland uit het keurslijf van Ivo Trumbic gepeld en getrokken, moet niet lichtzinning vooruit kijken, maar het duel met de Bulgaren beschouwen als een eindstrijd die moet worden gewonnen.

Aanvankelijk leek er weinig mis te kunnen gaan tegen de Slowaken, van wie alleen Peter Veszelits prat kon gaan op veel internationale ervaring. Nederland nam door Gert de Groot, Marco Kunz en Koos Issard in de eerste periode een voorsprong van 3-0. Wyco de Vries en Arno Havenga misten ideale kansen.

De marge werd gedurende de tweede 7 minuten moeiteloos gecontinueerd. Vervolgens stuurde Van Zeeland volgens afspraak doelman Bert Brinkman het water in als vervanger van de tot dusver uitblinkende Arie van de Bunt. En Van Zeeland liet hem liggen, ook al vlogen er in het derde kwart vijf in. Hij nam het risico bewust. De raad “wisselen!”, die hij op de tribune meende te hebben gehoord, werd in de wind geslagen. Slowakije kwam van 7-3 en 8-4 terug tot 8-7. De paniek en het ongeloof kregen echter niet, zoals vaak in het verleden, de overhand.

Brinkman keepte ongelukkig, kreeg ook weinig steun van zijn defensie, kon weinig toevoegen maar hield uiteindelijk het hoofd toch boven water. Balend, dat wel. Overschakeling naar een stevige press-verdediging over het hele bad bleek de reddingsboei. Goede treffers van Harry van de Meer (zijn tweede van afstand) en Issard (achterwaarts als midvoor) gaven lucht, de reactie van Veszelits (twee goals) kwam te laat.

Van Zeeland wees terecht niet naar Brinkman, ook al wist hij dat de uitslag met Van de Bunt in het doel waarschijnlijk 12-8 was geweest. De Arnhemse oud-international hield zijn tweede keeper de hand boven het hoofd, sprak zijn vertrouwen in hem uit en zocht de schuld, veel logischer ook, bij de onbegrijpelijke loomheid in het team. “De mentale voorbereiding was niet goed. Ze hadden die Slowaken zien spelen en zeiden: 'Joh, wat zijn die slecht!' Natuurlijk waarschuw ik daarvoor. Natuurlijk probeer ik ze op te naaien en zeg dat het in deze versnelling nooit zal lukken. Maar wat je zegt heeft geen invloed. Ik kan die hersenen niet spoelen. Het is prima dat je een slechte wedstrijd kunt winnen, maar dan moet je de volgende dag wel laten zien waartoe je echt in staat bent.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden