Vier vragen voor de jury (Gerectificeerd)

De twaalf juryleden trokken zich gisteren in Arlon terug om zich te buigen over 243 schuldvragen aan het adres van Marc Dutroux, Michelle Martin, Michel Lelièvre en Michel Nihoul. Het probleem van de jury laat zich vatten in vier kernvragen, over een moordenaar, een slaafje, een onbenul en een praatjesmaker.

,,Veroordeel me voor wat ik heb gedaan, maar veroordeel me niet voor wat ik niet heb gedaan.' De vraag van Marc Dutroux aan de jury lijkt op het intrappen van een open deur. Toch geeft hij zijn positie waarschijnlijk goed weer. Dutroux heeft de schijn tegen en kan slechts hopen dat de juryleden hem in gedachten niet al lang hebben veroordeeld.

Volgens Dutroux' advocaat Xavier Magnée hoeven de Belgen in elk geval voor één ding niet bang te zijn, namelijk dat Dutroux in zijn leven ooit nog vrij rondloopt. ,,Niemand zal ooit voor de vrijlating van Dutroux durven tekenen', zegt Magnée, verwijzend naar het hypothetische geval dat een toekomstige Belgische minister van justitie daarvoor zijn hoofd in de politieke strop zou steken.

Maar juist deze, deels politieke realiteit is een belangrijk argument om de jury te waarschuwen voor een te gemakzuchtige houding. Want in het Hof van Assisen tellen niet alleen de feiten. Het staat de jury vrij om ook persoonlijke indrukken te laten meewegen in het oordeel. Daarom drukken advocaten hun cliënten in de beklaagdenbank altijd op het hart zich goed te kleden, beleefd en belangstellend te zijn en de indruk te wekken dat ze even graag gerechtigheid willen als de slachtoffers.

Bij deze factor in het proces heeft Dutroux zijn kansen wel verspeeld. Op de dag dat de juryleden werden verkozen zat hij erbij als een ziek schooljongetje, het hoofd rustend op zijn armen op het tafelblad. Zonder dat dokteren daarvoor enige noodzaak zagen liep hij dagenlang zielig te doen met een halskraag. In de confrontatie met de keiharde feiten gaf hij geen krimp. En kreeg hij het woord, dan volgde meestal een klaagzang vol zelfmedelijden of een vingerwijzing naar de andere drie verdachten.

Harteloos en onbeschoft, is de indruk die Dutroux heeft achtergelaten. Maar zijn advocaten laten hem niet in de steek. Hoewel hij het ook hen moeilijk maakte door geregeld met tegengestelde of absurde informatie op de proppen te komen, houden ze koppig vast aan het principe dat niemand hoeft mee te werken aan zijn eigen veroordeling. Zeker in dit geval, waarbij een aantal feiten onweerlegbaar is, maar een aantal toch met nog met enige mist zijn omgeven.

Dat Dutroux An en Eefje in Oostende heeft ontvoerd, bijvoorbeeld, is wel zeker. Hij heeft het zelf toegegeven, en Michel Lelièvre bevestigt dat hij erbij was. Ook onder de gijzelingen en het seksueel misbruik van de meisjes komt hij niet uit. De twee meisjes die hem overleefden, Sabine en Laetitia, deden daarvan overtuigend verslag.

Daarmee is Dutroux alvast een kinderontvoerder, een gijzelnemer en een verkrachter. Dat is meer dan voldoende voor levenslange gevangenisstraf, want hij is in de jaren tachtig al eens tot 13,5 jaar cel veroordeeld wegens een aantal gewelddadige verkrachtingen, deels van minderjarigen. Toch was er één kwestie waarover Dutroux en zijn verdedigers bij de jury voortdurend probeerden twijfel te zaaien:

Is Dutroux een moordenaar?

Voor de moord op Bernard Weinstein, de man die hem bij zijn eerste ontvoeringen hielp, wijst alle informatie richting Dutroux. Toen de politie hem op de hielen zat, had hij er alle belang bij om Weinstein op te ruimen voordat die zou praten. Bovendien heeft Dutroux geen alibi en werd het lichaam van Weinstein bij een van zijn huizen opgegraven.

Dat hij de twaalfjarige An en Eefje levend heeft begraven heeft hij destijds aan zijn ex-vrouw Michelle Martin verteld, zo getuigt zij. Maar nu ontkent Dutroux. Het enige dat hij fout heeft gedaan, zo verklaarde hij vorige week, is dat hij ,,ze naar een onbekende bestemming liet gaan', wijzend naar de niet nader benoemde schimmige hogere instanties die in het spel zouden zijn.

Wat de dood betreft van de twee andere meisjes, de achtjarige Julie en Mélissa, wast Dutroux zijn handen in onschuld. Hij vertelt dat hij thuiskwam en ze daar aantrof, ontvoerd door de andere drie verdachten. Wist hij veel dat er meisjes verdwenen waren? Hij had geen televisie gekeken. Onder doodsbedreigingen van met name Michel Nihoul zou hij ze toch maar hebben opgesloten. En toen hij wegens een aantal kleinere verdenkingen in de gevangenis belandde, gaf hij Martin de opdracht om voor de meisjes te zorgen. Wat kon hij eraan doen dat zij die kelder niet in durfde en ze liet verhongeren? Hij schrok er zelf ook van toen hij weer thuis kwam. Maar daarmee komt de grote vraag rond de rol van Martin in beeld:

Was Martin een slaafje?

Michelle Martin is door de Belgen minstens zo gehaat als Dutroux zelf omdat ze zelf twee kinderen opvoedde en toch Julie en Mélissa aan hun lot overliet. Zij wist alles wat Dutroux uitspookte, waardoor zij in elk geval medeplichtig is. De ontvoeringen, het misbruik en de moorden, ze gebeurden allemaal met haar medeweten. Eén telefoontje, één noodkreet naar de buitenwereld had volstaan om de verschrikkingen te laten stoppen. Maar ze deed niets.

De jury moet nu oordelen of Martin alleen maar medeplichtig was of ook als mededader moet worden bezien. Haar psychologen spreken van een obsessieve verlatingsangst en een zeer zwakke persoonlijkheid. Maar ziet de jury dat als steekhoudende redenen om zo te verzaken? Martin heeft zich gedurende het hele proces uitgeput in excuses, maar die werden door de slachtoffers in geen geval aanvaard. Haar enige houvast lijkt te bestaan uit alle keren dat bleek hoe dwingend en dreigend de persoonlijkheid van Dutroux wel was. Als dat voor Martin een verzachtende omstandigheid is, dan is dat mogelijk ook het geval voor Michel Lelièvre. Handelde hij bewust en uit welbegrepen eigenbelang of liep hij maar achter Dutroux aan, oftewel:

Was Lelièvre een onbenul?

Eén factor staat bij Lelièvre als een paal boven water, namelijk zijn drugsverslaving. Die kan iets verklaren van zijn afhankelijkheid van Dutroux. Mensen die hem kennen van vroeger getuigen van een zachtaardige jongen, en zeggen verbijsterd te zijn geweest toen ze hoorden dat hij Dutroux met de ontvoeringen had geholpen. Evenals Martin heeft Lelièvre tijdens het proces talloze keren zijn excuses aangeboden. Hij zegt geen flauw idee te hebben wat hem bezielde. De partijen die geloven in de theorie dat de bende-Dutroux een geavanceerd pedofilie- en drugsnetwerk was, hebben daarover wel een theorie. Volgens hen hielp Lelièvre hem kinderen te ontvoeren om zijn verslaving te bekostigen. Daarbij zou de ruggengraatloze Lelièvre niet zozeer met geld zijn gelijmd, maar met grote partijen xtc-pillen die werden aangeleverd door de vierde verdachte, Michel Nihoul. Dat er pillenhandel tussen die twee plaatsvond, is zeker, maar volgens Nihoul was dat dan ook echt het enige dat hij heeft misdaan. Zelf droeg hij vorige week voor de jury de kernvraag rond zijn rol aan:

Was Nihoul een praatjesmaker?

Nihoul zit als een vrij man in de beklaagdenbank. Al zijn gevangenisstraffen wegens oplichterij en drugshandel heeft hij netjes uitgezeten en lange tijd leek hij niet eens in dit proces te worden gedagvaard. Dat dat wel is gebeurd, wijt nu hij aan zijn eigen grote mond. Aan de toog mocht hij, een gemankeerde zakenman, graag opscheppen over zijn geweldige invloed in de zakelijke en politieke top van het land. Zo joeg hij zelf de geruchten aan dat de bende-Dutroux meer was dan die egocentrische perverseling met dat slaafje en die onbenul. Dat Dutroux hem, de praatjesmaker, ook wel kende staat vast. Maar voor de stelling dat Nihoul iets met de kinderen te maken had is nauwelijks bewijs. Wie niets heeft misdaan en dreigt te worden veroordeeld vecht als een leeuw en schreeuwt zijn onschuld uit, zeggen de partijen die geloven dat Nihoul niet spreekt omdat hij van alles heeft te verbergen. Inderdaad was hij gedurende het proces opmerkelijk zwijgzaam. De praatjesmaker is zijn streken kwijt. Maar het bewijs tegen hem is flinterdun.

De jury ging gisteren in conclaaf en mag er dagen, zelfs weken over doen om de schuldvragen te beantwoorden. Het antwoord is 243 keer een 'ja' of een 'nee'. Of alle antwoorden stroken met de werkelijkheid zal nooit honderd procent vast komen te staan. Maar ze zullen wel het ultieme beeld geven dat de jury van elk van de verdachten heeft gevormd, na achttien weken met hen te zijn geconfronteerd. Achttien weken in dezelfde ruimte, oog in oog.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden