Vier lessen uit de parlementaire enquête woningcorporaties

Marcel de Vries, voormalig kasbeheerder bij Vestia, verschijnt voor de Parlementaire Enquetecommissie Woningcorporaties. Beeld ANP

Met 58 openbare verhoren lichtte de parlementaire enquêtecommissie woningcorporaties al een flinke tip van de sluier van haar bevindingen op. De lessen: de cultuur moet anders, het toezicht scherper, het ministerschap bestendiger. Maar vooral: schoenmaker, blijf bij je leest.

Les 1. Het moreel kompas moet terug

Verbazing, verwondering, boosheid. Deze drietraps-emotie maakte zich meester van Liesbeth Spies op die 16de december 2011. Net beëdigd als minister van binnenlandse zaken kreeg ze in de ministerskamer voor het eerst te horen over de Vestia-affaire, die later de directe aanleiding was voor de parlementaire enquête woningcorporaties.

Met zekere schaamte droeg Piet Hein Donner het dossier aan haar over, nadat hij in alle stilte met een klein, select gezelschap experts drie maanden lang had gepoogd het explosief te demonteren. Hoe het precies in elkaar zat wist hij niet, wel dat het heel gevaarlijk was. Het was ook zijn eerste kennismaking met de veelkoppige financiële producten en wat ze vermogen: miljardenverliezen en een wankelende triple A-status, het aanzien op de financiële markten. "Het begrip derivaat was me vagelijk bekend", bekende hij deze week in typerende Donner-taal tijdens zijn verhoor voor de enquêtecommissie.

Het derivatendebacle, dat van Nederlands grootste volkshuisvester een casino maakte, had alle corporaties, alsook veel gemeenten en de Nederlandse staat, kunnen meesleuren. En naast Vestia lagen de afgelopen zes weken nog vijf volkshuisvesters waar het misging onder het vergrootglas, plus externe toezichthouders, banken en betrokken bewindslieden. De publieke schandpaal van onder ede verhoorden wekte de door Spies zo bondig beschreven emoties. De 58 getuigenissen voegen één dominant gevoel toe: ontluistering.

Hoe kon het dat corporatiebaas Möllenkamp op kosten van Rochdale in een Maserati reed? "Ik vond het een mooie auto en hij paste in het budget", antwoordde hij de enquêtecommissie. Hoe kwam het dat WSG dure gronden bleef aankopen, waar de Brabantse corporatie nooit en te nimmer huizen kon bouwen? Zijn corporatie had ondernemerschap in het bloed, repliceerde oud-directeur Peter Span. Waarom kreeg de falende Vestia-topman Erik Staal bij zijn vertrek 3, 5 miljoen euro mee? Hij had er recht op, zei hij, vanwege een pensioengat.

Het waren geen incidenten. De openbare verhoren legden een rode draad bloot van menselijke zwakte in een omgeving 'waar het geld tegen de plinten klotst'. Ja, de verzelfstandiging van corporaties in de jaren negentig bracht veel goeds - 2,4 miljoen sociale woningen, leefbare wijken en dorpen - maar ook een cultuur die de sector opzadelde met zonnekoningen, speculanten, blinde durfals, strebers en profiteurs. Ze schurkten aan tegen de grote jongens, aannemers, projectontwikkelaars, bankiers. Ton Lensen, die geregeld op verzoek van het ministerie orde op zaken moest stellen bij corporaties, beschreef het zo: "Er is één vrouw hier aan tafel geweest. De anderen waren allemaal mannen. Dominante, solistische en ambitieuze mannen." Bij de verhoren kwam het woord 'spijt' zelden over hun lippen. Ze waren weggedreven van de mensen voor wie ze werken, de huurders met een smalle beurs, die ieder dubbeltje moeten omdraaien. Tekenend was het optreden van Aedes-voorzitter Van Leeuwen tegenover minister Van der Laan. Er lag een plan voor modernisering van het toezicht en bestuur van corporaties. Een slecht idee, vond Van der Laan, het was geen antwoord op de integriteitsproblemen in de sector. Van Leeuwen drong aan: "Of ik maar bij het kruisje wilde tekenen", blikte de oud-minister terug.

De nieuwe Aedes-topman, Marc Calon, kreeg afgelopen weken veel lof voor de koerswijziging. "Het moreel kompas moet terug", was zijn boodschap bij het verhoor. Maar in zijn achterban klinkt nog regelmatig gemor over politiek Den Haag, dat salarissen en projecten van corporaties aan banden wil leggen.

Kees Wevers, oud-directeur Financien en Control bij Vestia, verschijnt voor de Parlementaire Enquetecommissie Woningsorporaties. Beeld anp

Les 2: Toezicht moet scherper, veel scherper

Ans Hoenderdos, een slimme, kritische vrouw. Commissaris bij de Amsterdamse woningcorporatie Rochdale, iemand met verstand van financiële zaken. Toch liet ze zich als toezichthouder meermalen met een kluitje het riet in sturen, verklaarde ze voor de enquêtecommissie. Ze betreurt het nog steeds dat ze zich liet afschepen met wollige antwoorden van topman Möllenkamp over schemerige projecten in de Bijlmer. "Hij kon goed manipuleren en laveren."

Zoals Hoenderdos waren - en zijn - er velen. Ze houden toezicht vanuit vertrouwen, hebben hart voor de volkshuisvesting, maar lopen stuk op foute topmannen die schermen met de complimenten van de minister en de gouden baksteen voor visie en durf in de bouw. Soms regelrecht misleid, en vaak op te grote afstand van de werkvloer om signalen uit het bedrijf op te vangen. Of ze gaan veel te ver mee in avonturen met een stoomschip en ambitieuze stadsvernieuwing. En als ze te lang op dezelfde stoel zitten, kunnen ze vergroeien tot twee handen op één buik met de bestuurder-directeur die ze moeten controleren. De valkuilen van interne toezichthouders kwamen allemaal langs tijdens de openbare verhoren.

Gecombineerd met lacunes in het extern toezicht ontstaat een gevaarlijke mix. Cruciaal is de accountant, op wiens handtekening onder de jaarrekening toezichthouders vertrouwen. Ook al kwamen ze van gerenommeerde bureaus als Deloitte en KPMG, hun werk bleek niet altijd te deugen, zeker niet bij Vestia. De polsstok van het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV), financieel toezichthouder van corporaties, blijkt veel te kort. Oud-directeur Jan van der Moolen beschreef zijn organisatie als "toezichthouder met de pet in de hand". Het debacle bij Vestia kwam als een volkomen verrassing.

Over de rol van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw, dat de kredietwaardigheid van corporaties in de gaten moet houden, speelde zich onder de ogen van enquêtecommissie een gevecht af. Had het fonds wel of niet de derivatenavonturen in de gaten moeten houden en had het nu wel of niet de aanschaf van giftige producten aangemoedigd? Banken hadden in ieder geval het idee dat ze veilig hun spullen kwijt konden. Ze waren geborgd door de staat. Achteraf blijken 74 corporaties, bijna één op de vijf, te zijn opgezadeld met risicovolle derivaten.

De conclusie van alle getuigen is: Het moet beter en scherper, veel scherper. Gerard Erents, die puin ruimde bij Rochdale en Vestia waarschuwde: Staal en Möllenkamp zijn niet de laatsten. Blijf opletten hoe het boegbeeld zich manifesteert, en durf de confrontatie aan te gaan."

Erik Staal, voormalig directeur-bestuurder bij Vestia, verschijnt voor de Parlementaire Enquetecommissie Woningcorporaties. Beeld anp

Les 3. Zorg eindelijk voor bestendig beleid

Ruim twee uur lang legde de enquêtecommissie Sybilla Dekker het vuur aan de schenen. Waarom had ze als minister van volkshuisvesting (2003-2006) vooral veel 'voornemens' en 'ambities', maar werd er nauwelijks iets omgezet in beleid? Aan het einde van het verhoor nam commissielid Ed Groot het woord: "Mevrouw Dekker, hoe verklaart u dat in uw hele periode eigenlijk niets tot stand is gebracht?"

Het was een harde aanvaring tussen de enquêtecommissie en de voormalig VVD-minister. Dekker verdedigde zich nog met de woorden: "U mag dat vinden, ik deel dat niet', waarop Groot pareerde: "Ik vind dit niet. Wij constateren het."

Na het aftreden van Dekker hebben, tot aan de start van huidig minister Stef Blok, maar liefst zes andere bewindslieden zich met dit dossier bemoeid: Pieter Winsemius, Ella Vogelaar, Eberhard van der Laan, Eimert van Middelkoop, Piet Hein Donner, Liesbeth Spies. Niemand zat er langer dan anderhalf jaar. Van consistent beleid was geen sprake.

Tijdens de openbare verhoren kwam de ergernis over deze stoelendans naar boven. Zo had Johan Remkes, tussen 1998 en 2002 staatssecretaris van volkshuisvesting, een nieuwe Woonwet in de pen. De verzelfstandiging van de woningcorporaties, begin jaren negentig, was geen onverdeeld succes. Hij wilde strakkere regie vanuit de overheid. Maar de nieuwe bewindspersoon Dekker zag niets in zijn plannen en stuurde de Woonwet niet naar de Tweede Kamer. Zij geloofde heilig in een zelfregulerende sector. Dekker, zo bleek tijdens haar verhoor, was ook gevoelig voor branchevereniging Aedes, die lobbyde voor zo min mogelijk bemoeienis vanuit het ministerie.

Tegen Remkes zei commissielid Groot op enig moment: "Huiselijk gezegd, u baalt ervan dat na uw vertrek het beleid de hele andere kant op ging". Antwoord: "Ja." De geschiedenis herhaalde zich onder CDA'er Donner, die plannen van zijn voorganger Van der Laan (PvdA) voor strengere regels aan interne toezichthouders in de prullenbak gooide.

En zo werd volkshuisvesting speelbal van vele ministers en staatssecretarissen met verschillende politieke kleuren. Dat kwam niet in de laatste plaats door het onstuimige klimaat in het post-Fortuyn-tijdperk. Kabinetten halen de eindstreep niet meer, met vele wisselingen van bewindspersonen tot gevolg. Op dit dossier - volkshuisvesting - was dat extreem: Dekker trad af vanwege de Schipholbrand, Vogelaar werd weggestuurd door partijleider Wouter Bos en Donner kon vicepresident van de Raad van State worden. Opvolgers stonden voor de ondankbare taak om eindelijk meer greep te krijgen op de corporaties. Vervolgens werden hun plannen gedwarsboomd door een volgende kabinetscrisis.

Het gevolg is, zei oud-hoogleraar volkshuisvesting Jan van der Schaar tijdens zijn verhoor, dat corporaties worstelden met 'wisselende perspectieven'. "Geen van de bewindslieden kreeg de kans zijn taak waar te maken. En hoe moeten de corporaties dan precies weten wat er in Den Haag van ze wordt verwacht?"

Sybilla Dekker, minister van VROM van 2003 tot 2006, verschijnt voor een hoorzitting van de Parlementaire Enquete Woningcorporaties. Beeld anp

Les 4. Schoenmaker, blijf bij je leest

Woningcorporatie de Alliantie, actief in het noorden van de Randstad, adopteerde in 2010 een aap. Het was een mantelbaviaan, genaamd Mydra. Een andere corporatie wilde in 2011 een parade van geschilderde olifanten in Heerlen sponsoren.

De leden van de enquêtecommissie stuitten tijdens hun onderzoek op opmerkelijke projecten waar woningcorporaties geld voor over hadden. Een jachthaven, voetbalstadion, ziekenhuis, festivals, monumentendiners, weidevogelgebieden. Een vakantie op Terschelling voor huurders.

Een speciale 'toetsgroep' op het ministerie van binnenlandse zaken oordeelt over deze plannen: vallen ze binnen het takenpakket van een woningcorporatie? "We werden vaak verrast", zei Merijn van Giessen, oud-directeur woningmarkt op het ministerie, tijdens zijn verhoor. Commissielid Anne Mulder vroeg hem, terwijl hij zijn lach nauwelijks kon inhouden: "Hoe komen corporaties erbij te veronderstellen dat deze gekkigheid wel goedgekeurd zou worden?" Van Giessen moest hem een helder antwoord verschuldigd blijven.

Na de verzelfstandiging werden corporaties geacht zelf geld te verdienen. Ze gingen de markt op. Tegelijkertijd moesten ze van Den Haag meer doen dan alleen 'stenen stapelen'. Buurtbeheer, woonomgeving en leefbaarheid waren nieuwe toverwoorden. Het gevolg was dat corporaties de grenzen van hun bevoegdheid opzochten - en overschreden.

Zo besloot het Zuid-Limburgse Servatius over de grens te bouwen, in het Belgische Luik. Het resulteerde in een koude oorlog met Den Haag. Enkele jaren later ging Servatius bijna ten onder aan een megalomaan gebouw op de universiteitscampus in Maastricht, waarvoor een Spaanse toparchitect met miljoenensalaris werd ingehuurd.

De regel is: corporaties moeten commerciële activiteiten ter goedkeuring melden bij de toetsgroep. Het bleek een allesbehalve waterdicht systeem. Annet Bertram gaf als topambtenaar op het ministerie van Vrom Woonbron aanvankelijk toestemming om het SS Rotterdam te kopen. Het zou immers gaan om de realisatie van vierhonderd 'studentenhutten'. Daarna ontspoorde het project volledig, maar Den Haag wist van niets.

Of neem Rochdale, dat een omstreden belang had in een makelaarskantoor. Het ministerie verbood deze 'nevenactiviteit', maar topman Hubert Möllenkamp had geen zin te gehoorzamen. En daar kwam hij lange tijd mee weg. Ministers hadden lang niet altijd zicht op wat die toetsgroep deed. Sybilla Dekker: "Ik zou me heel ongelukkig hebben gevoeld als ik alle meldingen van de 360 corporaties op mijn bureau had gekregen." Ella Vogelaar wist als minister in het geheel niet van het bestaan van de toetsgroep af. Bovendien: lang niet alle commerciële projecten werden daar door corporatiedirecteuren aangemeld. Wat niet weet, wat niet deert.

En zo stelden woningcorporaties zich, ver uit het zicht van het Haagse departement, bloot aan onverantwoorde risico's. De gevolgen zijn bekend. Nu nog voorkomen dat het weer gebeurt.

Peter Noordanus (R), oud-voorzitter van de Raad van Commissarissen bij Vestia, verschijnt voor de Parlementaire Enquetecommissie Woningsorporaties. Beeld anp
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden