Vier jongensmannen

Smoorverliefd op Ernst en Henny, de favoriete meesters van de school. Een fotografische terugblik op 1983.

Popboek

’Doe Maar: Lijf aan Lijf’, met dubbel-live-cd. 29,50 euro. 132 blz. Uitg. In de Knipscheer. ISBN 9789062656349.

Sjaaltjes, zweetbandjes, analoge fototoestellen en spandoeken in een massa hysterische meisjes, samengedrongen in vee- en sporthallen in Loosbroek, Tiel en Joure, met hoge hekwerken die niet meer gebruikt worden bij concerten omdat je ertegen doodgedrukt kunt worden.

Doe Maar was begin jaren tachtig de heftigste tienermanie die Nederland ooit had gekend, en Joost Belinfante stond erbij als ’onafhankelijk buitenstaander’. In het boek ’Doe Maar: Lijf aan Lijf’ noteert hij herinneringen bij de foto’s die Bert Nienhuis en Kees Tabak in 1983 maakten. Er is geen roze-groen te bekennen, alle beelden zijn prettig zwart-wit.

In korte verhalen doet Belinfante verslag van de gekte die te voorvoelen was, maar die terugblikkend toch vooral verwondering oproept.

Als buurman van Ernst Jansz had hij Doe Maar zien ontstaan als een „idealistische onderneming. Een voertuig om ideeën te realiseren. En zo de wereld te verbeteren.” Het idealisme zat in de muziek, reggae. En ook in de Nederlandstalige teksten: „Tegendraads. Teksten die tieners goed vonden en hun ouders niet.”

De band veranderde toen Henny Vrienten ging bassen, het was iets ’magisch’. „Heel St.Oedenrode stond met open mond te kijken. Meisjes werden instant verliefd vóór ze wisten wat hun overkwam.” Dat was nog voor de doorbraak.

Op de foto’s zie je het live-zweet en de inspanning, maar vaak trekt vooral het publiek de aandacht. Smachtend, buiten zinnen, flauwvallend. In de kleedkamer doet Vrienten zijn make-up. Meisjes met Doe Maar-tennispet zijn backstage beland. Ze ogen te jong voor de knie van Jansz.

Daarbuiten is de gevaarlijke, uitputtende meisjeszee. Als een natuurverschijnsel stroomden de zalen vol: „Ergens was een dijk doorgebroken en nu kolkte een zee van meisjes de zalen in.” Die fans werden steeds jonger, uiteindelijk waren het kinderen. „Ernst en Henny als de favoriete meester van de school.”

Het beeld van Doe Maar, die ’vier jongensmannen’, was te aantrekkelijk om niet aan te slaan, analyseert Belinfante. Een religieus icoon moet iedere keer precies hetzelfde worden geschilderd. Voor een wereldlijk icoon geldt hetzelfde. „Dat verschaft de fans een stabiel centrum om hun eigen dromen aan te verbinden.” Maar een icoon is dat alleen vanbuiten. „Vanbinnen blijft hij wat hij was. Er is altijd de dreiging dat hij door het verschil tussen binnen- en buitenkant uit elkaar getrokken wordt.” Zo is elke manie beperkt houdbaar.

Vanavond en zaterdag treedt Doe Maar weer op, als een oudere herenclub, in De Kuip in Rotterdam, acht jaar na de reünie in Ahoy, die volgens het Nationaal Pop Instituut 173.634 bezoekers trok. Voor het concert van vanavond zijn er nog kaarten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden