Vier jaar voor twee dode schapen

Rusland wacht een grote amnestie. Niet uit barmhartigheid maar uit pure noodzaak. De staat kan met de huidige crisis de gevangenen niet meer voeden. Maar de kampen zullen weer snel volstromen in dit land met zijn starre rechtssysteem. In de Oeralstad Orenburg proberen de gevangenkampen zich zoveel mogelijk zelf te bedruipen. Een reportage.

ORENBURG - Gennadi Kletoesjkin is een goedmoedig mens. De Rus, gekleed in een vaal en te dun gevangenispak, glimlacht vriendelijk als hij spreekt over de rechters die hem hebben veroordeeld tot vier jaar strafkamp voor het doodrijden van twee schapen. “Hoezo niet normaal? Dat wordt hier gezien als misdaad.” Kletoesjkin, staande in de knerpende sneeuw, mompelt iets over het lot. Dan geeft hij toe wel een beetje verbaasd te zijn geweest toen hij de straf tegen zich hoorde uitspreken.

De 38-jarige Kletoesjkin had de pech dat iemand had gezien hoe hij de schapen te pletter reed. Zijn met bloed besmeurde motorfiets bezegelde de zaak. “En hier wordt niks vergeten.” Justitie herinnerde zich ook een jeugdvergrijp van Kletoesjkin, waardoor de straf extra zwaar uitviel. Aarzelend laat hij een licht protest horen: “Ik had liever een zware boete betaald.”

Kletoesjkin wist zich de volgende ochtend niets meer te herinneren toen hij van zijn bed werd gelicht. “Ik had wat gedronken.” En dat had Kletoesjkin niet moeten doen. Hij heeft ooit een hersenschudding gehad, waardoor de wodka een extra zware uitwerking op hem zou hebben. De vrouw van de bouwvakker vindt dat hij het allemaal aan zichzelf te wijten heeft. Zij heeft de zorg voor hun twee kinderen, heeft het knap moeilijk met de huidige economische crisis en de afwezigheid van een kostwinnaar thuis.

Voor één schaap heeft Kletoesjkin nu geboet. Hij moet nog bijna twee jaar in dit kamp met 'woonregime', het lichtste regime in het Russische strafsysteem. De bouwvakker vindt het leven er goed te doen. Een bescheiden hek staat om het kampje Sokol (Valk) even buiten Orenburg, een plaats op bijna 1500 kilometer ten zuidoosten van Moskou. Aan de woningen op het terrein is niets abnormaals te ontdekken. Alleen de haveloze kleding, die herinneringen oproept aan de boeken van de Russische schrijver Alexander Solzjenitsin, duidt erop dat hier andere regels gelden.

Kletoesjkin heeft goede hoop op een vervroegde vrijlating. “Ik heb hier geen overtredingen begaan.” De kampleiding zal het gerecht zeker adviseren de hardwerkende bouwvakker eerder vrij te laten, mogelijk al met de komende amnestie.

Voordat Kletoesjkin naar het woonkamp Valk werd overgebracht, zat hij in een strafkamp met algemeen regime. 'Kolonie nummer 1' in een buitenwijk van Orenburg is zo'n kamp. De bakstenen van Strafkamp 1 zijn met cement aan elkaar geklodderd. Het kamp kent geen echte hekken. Het sluitwerk is gemaakt van aan elkaar gelast betonijzer. Met een dikke laag groene verf is van het golvend metselwerk en al het staal één geheel gemaakt. De verflaag over het geïmproviseerde geheel straalt iets uit van zorg, iets wat op veel plekken in dit land ontbreekt.

Luitenant-kolonel Anatoli Chvalev is trots op zijn strafkolonie nummer 1. In het kamp, waar ongeveer 2 200 gevangenen zitten, wordt het meest geproduceerd van alle kampen in de regio, zegt Chvalev. Van zijn gevangenen werkt 30 tot 40 procent. Negen van de tien gevangenen zou aan de slag willen, pocht hij: “Terwijl we ze niet meer kunnen dwingen.” Sinds Rusland tot de Raad van Europa is toegetreden ruim een jaar geleden is dwangarbeid verboden.

Het eerste wat Chvalev laat zien is de pas gebouwde kerk op het gevangenisterrein. Veroordeelden hebben de afbeeldingen van heiligen geschilderd. Nikolaj met zijn dikke zwarte baard is in de weer met kaarsjes. Hij verleent de zegen en overhandigt bidprentjes. De kampbaas onderbreekt de heiligheid: “Vertel gewoon waar je voor zit.” Nikolaj: “Artikel 103.

Ik heb de vrouw vermoord met wie ik in zonde samenwoonde. Maar hier ben ik tot het geloof gekomen.''

Om 12 uur is het lunchtijd. Voor de eetzaal staat een groep mannen te wachten tot de deur open gaat. De gevangenen in het kamp zijn gemiddeld 18 tot 25 jaar. Maar ze ogen aanzienlijk ouder door het harde kampleven. De kleding werkt daar nog aan mee. De zwartblauwe pakken, die om hun lijven hangen, maakt hen tot clochards op leeftijd. Hun verstoorde en nieuwsgierige blikken geven het gevoel op een verboden planeet te zijn beland.

“Iedere dag krijgen ze vlees”, vertelt Chvalev niet zonder trots. Dat is een uitzondering in het huidige Rusland. De gevangenisleiding in het district Orenburg laat zich erop voorstaan per veroordeelde per dag 17 roebel aan voedsel uit te geven. Landelijk ligt dat stukken lager, op 65 kopeken. En zelfs dat bedrag halen veel gevangenissen niet door de crisis.

Een van de koks in kolonie 1 mag zelf vertellen hoe het menu eruitziet: soep, pap, macaroni, bieten. Emile (24) is op de glibberige vloer druk in de weer tussen immense ketels, die zijn gevuld met een ondefinieerbare brij. De lucht ruikt wee, als in een slachterij. De kok werd veroordeeld voor een niet al te zwaar misdrijf, maar van de amnestie verwacht hij niets. “Door mijn arbeid verwacht ik eerder vrij te komen. Alleen door werken kan ik me verbeteren,” antwoordt hij mechanisch. Na een afwezig knikje maakt hij zich snel uit de voeten.

Jevgeni werkt in de garage van de kolonie. Hij kwam er terecht na het stelen van reserveonderdelen van landbouwapparatuur. De goedlachse monteur denkt dat hij wel in aanmerking komt voor amnestie. Dan zal hij zich weer bij zijn familie voegen, die sinds de crisis geen reisgeld meer heeft om hem te bezoeken. “Daar zijn we wel aan gewend”, zegt hij leunend tegen een Lada met een Shell-sticker.

Er komt nog wel bezoek. Voor de ingang van de kolonie staan vrouwen met uitpuilende tassen geduldig te wachten tot ze naar binnen mogen. De gevangenen mogen dan vlees krijgen, aan vitaminen is groot gebrek. Daar zorgt het bezoek voor. De moeders en echtgenoten in de bezoekruimte lijken hun naasten zelfs te benijden in zeker opzicht. “Zij hebben het hier binnen makkelijker dan buiten”, zegt een vrouw bedachtzaam. De bezoeksters zijn te spreken over de kampleiding. Niet alleen vanwege de 17 roebel per dag: “De verhoudingen zijn hier normaal.”

Dat is mede te danken aan Alexander Tarnavski, de baas van Chvalev. Tarnavski is een kolonel met de oogopslag van een adelaar. In het district Orenburg, dat grenst aan Kazachstan, leidt hij het directoraat van het ministerie van justitie waaronder de kampen vallen, Goein geheten. Niet te verwarren met de Goelag waar in het sovjet-tijdperk de politieke gevangenen zaten. De regio Orenburg telt 16 000 gevangenen. Die zitten opgesloten in twee kampen met woonregime, drie kampen met algemeen regime, drie kampen met strafregime en drie huizen van bewaring. Een aparte gevangenis, de zwaarste vorm van opsluiting in Rusland, is er niet. Rusland kent in totaal 13 gevangenissen en meer dan 700 opvoedingskampen.

Tarnavski heeft nog nooit buitenlanders op bezoek gehad. Snel wordt duidelijk waarom Moskou hem had uitgenodigd te vertellen over de praktijk van de gevangenissen. Tarnavski heeft een fijne neus voor zaken en houdt er verlichte denkbeelden op na, naar Russische maatstaven gemeten.

“De psychologie van de rechtbanken moet veranderen. Ze moeten rekening houden met de politiek economische situatie in het land en niet alleen oordelen met het wetboek in de hand. Je moet kijken wie je veroordeelt. Het heeft geen zin iemand op te sluiten voor het stelen van twee zakken meel. Geef zo'n man een voorwaardelijke straf. Door de vader van een gezin vast te zetten, kweek je vier nieuwe misdadigers. We hebben een groots land. Maar het is beschamend hoe klein we economisch zijn met een werkloosheid van 40 procent. Zo komen mensen tot diefstal.”

“Bestraffing werkt niet in ieder geval. Iedere wetsovertreder vastzetten is vechten tegen de elementen. Kun je doen, maar wat voor resultaat heeft dat? Veroordelen, bewaken en vrijlaten is allemaal eenvoudig. Het opvoeden en het veranderen van mentaliteit, dat is moeilijk. Door werk komen ze tot het goede. Alleen door werk zie je hoe een mens zich gedraagt en kan op een gegeven moment aan het hof vervroegde vrijlating worden voorgesteld.”

De 'vernietiging' van de Sovjet-Unie kroop volgens Tarnavski ook in de hoofden van de mensen. “De mentaliteit van de mensen moet weer op iets scheppends gericht worden. Als we werken worden we een vredelievend land en hoeven we niemand meer te bedreigen.”

Na de val van de Sovjet-Unie kwam de industrie praktisch tot stilstand. Dat heeft desastreuze gevolgen gehad voor het penitentiaire systeem. De gevangenissen leefden van het werk voor de industrie, de industrie leefde van de gevangenen. “Het was een miljardenzaak vroeger. Overdag was het hier leeg”, vertelt Alexander Koezmin, de directeur van een kolonie met zwaar regime. Zijn kolonie werd gebouwd in opdracht van ex-premier Viktor Tsjernomirdin, die afkomstig is uit Orenburg. Tsjernomirdin had de gevangenen nodig voor de bouw van een gasfabriek.

Voor de Orenburgse bevolking en zeker voor de zeks, het Russische woord voor gevangene is er geen woord. Maar Koezmin, die twee koppen boven de gevangenen uitsteekt, houdt ze wel bezig. Overal staan in het vale schijnsel van de lampen, de prozjektori gestalten te vegen. “Opdat ze zich geen gekkigheid in de kop halen. De gevangen hier lopen niet, maar marcheren. Als pelotons van een verslagen leger. De stilte is er knellend. Hier klinken geen barse commando's zoals in kampfilms. Er is zelfs geen sneeuw voor de knarsende voetstappen, het enige geluid dat de medegevangenen van Solzjenitsin voortbrachten. Die sneeuw wordt direct weggeveegd.

Al dat vegen levert geen kopeke op. Maar daar heeft Tarnavski wat op bedacht. Ruim twee jaar geleden ging hij de lokale Goein leiden als zijn eigen bedrijf. Het Orenburgse kampwezen bottelt nu mineraalwater, maalt meel, bakt brood en bakstenen. Sommige producten worden verkocht in eigen winkels, andere zaken worden geruild. “Wellicht zijn er Nederlandse investeerders waar we wat mee kunnen opzetten,” oppert Tarnavski opgetogen. De Goein bewijst Orenburg waardevolle diensten. Op weg naar de volgende kolonie wijst de kampleiding talloze plekken in de stad aan waar de zeks, al of niet onder bewaking, bouwen.

En zo overleeft het Orenburgse gevangeniswezen. Van de federale regering heeft Tarnavski dit jaar slechts de helft van zijn begroting ontvangen. Dat wordt waarschijnlijk nog minder volgend jaar. Desondanks ziet hij kans om op eigen kosten een nieuw huis van bewaring te bouwen. In de gevangenissen van Rusland heersen wantoestanden. De cellen zitten overvol door de eindeloos slepende vooronderzoeken.

In het Moskouse huis van bewaring 'Matrozen stilte' overlijden iedere zomer gevangenen door zuurstoftekort. De norm van vier vierkante meter per gevangene, die de Raad van Europa voorschrijft, wordt nergens gehaald. Ook niet in de nieuwe Orenburgse 'onderzoek isolator', zoals huizen van bewaring hier heten.

“De amnestie is absoluut noodzakelijk”, stelt Tarnavski. Maar de kolonel krabbelt terug bij de vraag of er nu te veel mensen opgesloten zitten. “Nee, niet te veel, maar de verkeerden. Er is geen evenwicht.” Een industrieel en mediamagnaat als Boris Berezovski is “walgelijk rijk”, meent de gevangenisbaas. “Maar iemand die een varkentje steelt krijgt twee jaar.” In dit verband haalt hij graag een uitspraak van Catharina de Grote aan. “Een ieder bij wie de armoede zwaarder weegt dan het kwade, moet worden vrijgelaten.”

Ten zuiden van Orenburg ligt Sol-Iljetsk, een zoutmijn waar de dwangarbeiders van de verlichte Jekaterina te werk werden gesteld. De oude schacht is nu een kleine Dode Zee in de steppe, waar picknickbanken omheen staan. Veel Orenburgers maken dagtochtjes naar het meer. De dwangarbeiders zijn verdwenen.

Maar in een speciale inrichting zitten nog wel gevangenen. Dit is de hel van het Russisch gevangeniswezen. Sol-Iletsk is een inrichting voor veroordeelden met tuberculose. Van alle Russische gevangenen zouden er ongeveer 100 000 deze longziekte hebben. De celgebouwen vol scheuren stammen nog uit de tijd van de tsaren. De sfeer binnen doet middeleeuws aan. Achterin een gang zit en hangt een groepje gevangenen gehuld in een nevel van tabaksrook. Ze rochelen en spuwen op de grond. De hoge Goein-bazen blijven op veilige afstand. Hun aanwezigheid zorgt voor tumult. Een oudere man begint aan het hek te morrelen en te schreeuwen. Hij zit al twintig jaar en wil dat zijn zaak wordt herzien. Het geroep lokt nog meer gevangen naar het hek.

Onder de amnestie vallen in principe ook de tuberculose-patienten. Maar ze maken weinig kans omdat het meestal gaat om recidivisten die werden veroordeeld voor zware misdrijven. Verzwakt door het lange verblijf in de kampen zijn ze ziek geworden. Genezing is moeizaam, omdat de medicijnen uit het buitenland niet meer te betalen zijn. En wie ziek blijft wordt niet vrijgelaten. Maar dat zouden de meesten ook niet willen volgens de psycholoog van de gevangenis: “Ze kennen het geld niet eens, laat staan het leven.”

Vladimir kijkt wat glazig voor zich uit. Hij had iemand vermoord, “omdat die mij wilde vermoorden”. De tbc-lijder heeft nog acht jaar voor de boeg. Amnestie? “Mijn zonen weten geen eens waar ik ben. Mijn leven zit er op.”

Bij de amnestie in Rusland komen 115 000 gevangenen vrij, ongeveer 10 procent van alle gedetineerden. Bij de laatste amnestie, een jaar geleden, kwamen 35 000 gevangenen vrij. Rusland met zijn 147 miljoen inwoners telt ruim een miljoen gevangenen. Dat betekent dat 0,6 procent van de Russen opgesloten zit. (In Nederland met 12 000 gevangenen ligt dit percentage 8,5 keer lager). Geen enkel land - en zeker Rusland niet - kan zo'n hoeveelheid gevangenen onderhouden. Penal Reform International in Moskou, een organisatie die streeft naar een beter leven voor de gevangenen, vreest dat de amnestie weinig verandert. De gevangenissen zullen weer net zo hard vollopen, immers de criminelen kregen de schuld van de crisis. Premier Primakov wil de strijd aanbinden met de misdaad en dat zal zeker leiden tot vollere kampen. Onder de amnestie vallen vrouwen, kinderen, ouderen, veteranen, zieken, plegers van misdrijven voortkomend uit de onvoorzichtigheid en mensen die voor het eerst met justitie in aanraking kwamen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden