Vier jaar onder de Duitse neo-nazi's 'Ik vroeg me af hoe het kon dat er na 1945 alleen nog maar democraten waren'

De Duitse journalist en tv-regisseur Michael Schmidt verkeerde vier jaar lang in Duitse (neo)nazi-kringen. Hij kreeg toegang tot vrijwel alle kopstukken door bemiddeling van de in 1991 aan aids overleden neo-nazileider Michael Kuhnen. Schmidts onderzoek naar het internationale nazidom eindigde in Amsterdam.

FRANK SIDDIQUI

Lang voordat Duitsland werd opgeschrikt door de golf van geweld tegen buitenlanders, sprak en filmde Michael Schmidt (32) een lange rij figuren als de Oostenrijkse neo-nazileider Gotfried Kussel, de (verslagen) kandidaat-burgemeester in Cottbus, Frank Hubner, en de kringen rond de neo-nazileider Michael Kuhnen. In 1991 veroorzaakte zijn tv-documentaire 'Wahrheit macht frei' een schok. De film bevatte opnamen van zowat elke 'naam' die met neo-nazisme in verband wordt gebracht.

Het ontkennen van contacten met neo-nazi's hielp voor heel wat Duitse notabelen niet meer, nadat zij door Schmidt in 1990 waren gefilmd tijdens een internationaal congres van holocaust-ontkenners en (neo-)nazi's in Munchen. Onder de 800 aanwezigen waren onder meer Le Pen's partij-ideoloog Yvan Blot, de Engelse holocaust-ontkenner David Irving, de vermogende Amerikaanse nazi-leider Gerry Lauck, de weduwe Rost van Tonningen en de voormalige SS'er Et Wolsink uit Amsterdam.

Over de achtergronden die Schmidt in zijn film niet kwijt kon, schreef hij het boek 'Neo-nazi's, onderzoek naar een verschrikking', dat vorige week in een Nederlandse vertaling verscheen. Het boek geeft een indringend beeld van de leefwereld en strategie van de Duitse neo-nazi's. Schmidt geeft in zijn boek ook gedetailleerd aan hoe ver de macht van neo-nazi's in Duitsland reikt, en hoe hun internationale contacten verlopen.

Schmidt is een typische telg van de linkse generatie die na de val van de Muur werd geconfronteerd met het springlevende nazi-verleden van zijn land. “In 1988 was ik een yuppie die een hoop geld verdiende met bedrijfsreportages”, vertelt Schmidt. “Dat jaar hield Bondsdagvoorzitter Philip Jenninger een speech, waarin hij zich afvroeg of de joden zelf niet mede schuldig waren aan wat er in de oorlog is gebeurd. Jenninger toonde erg veel begrip voor Hitlers gefrustreerde jeugd. Dat zette me aan het denken. Hoe kan het, vroeg ik me af, dat er in 1945 ineens alleen nog maar democraten waren? Dat bekende nazi's soms vandaag de dag nog publieke posten bekleden, dat politici met hen omgaan alsof er niets aan de hand is?”

Het onderzoek begon bij neo-nazileider Kuhnen. Schmidt ontmoette hem in de rechtszaal, waar Kuhnen terechtstond wegens nazistische propaganda. Schmidt: “Aanvankelijk was mijn relatie met Kuhnen die van een propagandist en een journalist. Kuhnen manipuleerde me op alle mogelijke manieren door dingen te vertellen die hij het publiek wilde laten geloven. Bijvoorbeeld dat hij kon bewijzen dat de Tweede Wereldoorlog bewust door joden was veroorzaakt. Het 'bewijs' bleek een artikel uit de National Zeitung, waarin een vals document als echt werd gepresenteerd. Als bewijs dat de gaskamers niet hebben bestaan, kwam hij met het bekende Leuchter-rapport, dat al lang als onzin te boek staat. Hij probeerde werkelijk alles op me uit.”

Om niet in de propagandaval te trappen, werkte Schmidt samen met de Engelse Euro-parlementarier Graeme Atkinson, een expert op het gebied van extreem rechts. Schmidt: “Doordat ik alles wat Kuhnen zei tot op de draad uitzocht, nam hij na enkele maanden de merkwaardige beslissing me de waarheid te vertellen. Kuhnen geloofde in wat hij zei, en wilde het bewijzen. De informatie die ik van dat moment af kreeg, bleek in hoge mate betrouwbaar.” De echte

reden van Kuhnens openhartigheid werd Schmidt pas na twee jaar duidelijk, toen Kuhnen verstrikt was geraakt in schandalen rond zijn homoseksualiteit en de ziekte aids. “Ik vermoed dat Kuhnen mij al die tijd heeft geholpen omdat hij als enige wist dat hij niet lang meer te leven had. Hij moet hebben gehoopt dat mijn film een monument voor zijn persoon zou worden.”

De relatie die Schmidt met Kuhnen en sommige van diens kameraden kreeg, kwam soms zeer dicht bij vriendschap. “Er waren erbij die ik dacht uit de 'scene' te kunnen losweken. Kuhnens lijfwacht Gerald Hess begon, als hij dronken was, te vertellen dat hij ook wel wist dat ze fout bezig waren. Maar in gezelschap kon hij dat natuurlijk niet volhouden, hij zat er te diep in. Het zijn geen monsters, maar gewone mensen waar je mee bevriend kunt raken. Juist daarom zijn ze zo gevaarlijk.”

Schmidts boek bevestigt dat vroegere nazi's en hun recruten tot in de hoogste ambtelijke kringen in Duitsland invloed hebben. Zo bleek de gerespecteerde, vorige maand overleden grondwetsjurist Maunz adviseur te zijn van de extreem nationalistische Deutsche Volks Union.

Een van de belangrijkste internationale contactpersonen bleek de voormalige SS'er Et Wolsink, die vanuit Amsterdam paramilitaire neo-nazi-acties van Zuid-Afrika tot Bosnie helpt organiseren en financieren. Schmidt vermoedt sterk dat Wolsink betrokken is bij de ondergrondse anti-communistische Navoorganisatie Gladio, waar volgens Schmidt vele nazi's onderdak hebben gevonden. In Wolsinks gezelschap trof Schmidt in 1991 Richard van der Plas aan, tegenwoordig werkzaam op het partijbureau van de CD in Den Haag. “Kuhnen had Van der Plas zover gekregen dat hij voor mijn documentaire zou vertellen dat hij zowel lid was van het verboden Aktionsfront Nationaler Sozialisten (ANS) als van de Centrumdemocraten. Maar toen hij mijn camera zag, haakte hij af”.

Schmidt bestrijdt de opvatting dat skinheads en neo-nazi's gedesorienteerde slachtoffers zouden zijn, zoals in menig rechterlijk vonnis te lezen valt. “De beste verklaring die ik heb, is de manier waarop deze jongens zijn opgegroeid. Ze komen uit goedburgerlijke milieus en zijn vaak opgevoed met zeer nationalistische ideeen. Als in je familie regelmatig wordt beweerd dat niet alles wat Hitler deed fout was, dan kom je later in verzet als de gangbare mening dat alles voortdurend ontkent. Neo-nazi's ontwikkelen een totaal ander wereldbeeld, waarin het taboe is om bij de 'normale' wereld te horen. Als je eenmaal in deze 'scene' verstrikt raakt, is het zeer moeilijk er uit te komen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden