Video-opera toont vliegen in woord, klank en beeld

MAILLY - Een video-opera noemt hij het, maar deze opera moet het stellen zonder acteurs en zonder drama. Althans, niet in de gebruikelijke theatrale zin, want “wie zou het verongelukken van de bemanning van de space-shuttle Challenger géén drama durven te noemen?”

Met felheid en overtuigingsdrift verdedigt componist Ton Bruynèl zijn kindje. Meer dan drie jaar van intensief werken en samenwerken (met dichter Bert Schierbeek en filmer Fred van Dijk) leidde uiteindelijk tot 'Non sono un ucello', Bruynèls eerste 'video-opera', die de VPRO op Eerste Paasdag op televisie laat zien.

“Zeven minuten hebben de bemanningsleden van de Challenger nog geleefd, zéven minuten, nadat de explosie aan boord van de shuttle ze verdoemde op de aarde te pletter te storten” weet de vijfenzestigjarige componist te vertellen. “Wat nog het vreemdst overkwam, was dat iedereen de televisiebeelden van de plotselinge witte rookpluimen als een enorme schok ervoer, maar dat elk geluid erbij uitbleef. In totale stilte voltrok zich deze ramp, die een tragische mijlpaal vormt in de ruimtevaart.”

Als jongetje in Utrecht al, raakte Bruynèl in de ban van het 'stalen geluid', het zingen van de motoren. Regelmatig hoorde hij hier het ene of andere 'vliegtuigkoor' overtrekken op weg naar Duitsland met zijn treurige vracht. Het vergaan van de Challenger ontpopte zich tot één van die andere onverbiddelijke momenten, die Bruynèls fascinatie voor het uitkomen van die menselijke droom, te kunnen vliegen, nog weer eens aanscherpte.

Met Schierbeek

'Luister, waar blijft het geluid als het geklonken heeft?' dichtte de inmiddels overleden Bert Schierbeek bij deze onwerkelijke beelden. De oorspronkelijk Nederlandse teksten lieten dichter en componist in het klankrijkere Italiaans omzetten. In verschillende eerdere composities van Bruynèl trad Schierbeek op als dichter, maar 'Non sono un ucello' (Ik ben geen vogel) is wel het grootste project waar zij samen aanwerkten. Uit vijf delen bestaat de cyclus, die werkelijk aan alle facetten van deze grote-mensendroom raakt.

In het eerste deel 'Non sono un ucello' dichtte Schierbeek over 'de angst geen vogel te zijn en toch te vliegen, met stijve vleugels'. Samen met Bruynèl zocht filmer Fred van Dijk naar passende, kleurrijke beelden. Beelden van de vogeltrek, een reliëf van Daedalus en Icarus, een schilderij van Magritte trekken aan het oog voorbij. Tussendoor historische filmbeelden van een man die van de Eiffeltoren sprong, dan weer een vliegfiets, een schilderij van Panamarenko, de vallende vogel van Baselitz.

In het tweede deel 'La Vertigine', staat vooral de droom van het vliegen, de vrijheid centraal. Net als in de conventionele opera trachtten de kunstenaars de zo verschillende ingrediënten tekst, geluid en beeld zo goed mogelijk te bundelen. De moderne editing-techniek bleek daarbij een fantasisch hulpmiddel.

De componist Bruynèl werkt al zijn hele leven met elektronische klanken. In zijn studio in het Zuid-Franse plaatsje Mailly ontwerpt hij klanken, waaraan hij vervolgens net zo lang vijlt en schaaft tot ze optimaal versmelten met akoestische klanken. Maar in de video-opera moest alles met alles versmelten: op het dichterlijke woord 'aarde' raakt de supersnelle Concorde voor het eerst weer de grond, uit korte sonarachtige pulsjes ontstaat op het scherm geleidelijk een schilderij van Delaunay.

De veelheid van visuele trucjes, de overstelpende indrukken van geluid, klank en beeld, het rijke arsenaal aan verwijzingen, alles maakt dat het veertig minuten durende werk, zich niet makkelijk prijsgeeft. Maar geen nood: als video laat de opera zich intensiever consumeren. Dan zien we ook het enige moment waarop tenor Hein Meens kortstondig te zien is, gemonteerd in het exotische beeld van een wijdopenstaande vogelkop.

Met bariton Lieuwe Visser en het Radio Kamerkoor onder leiding van Kerry Woodward (het tegenwoordige Groot Omroepkoor) verzorgde Hein Meens het omvangrijke vocale aandeel in de video-opera. Beurtelings zingen zij in de verschillende delen. Het vrouwenkoor als een soort ronkende vliegtuigmotor in 'Ascolta', de heren in de overige delen, in 'Tropico' (de keerkring) en het feestelijke sluitstuk 'La Caduta' (de val). Want net als in een echte opera is er vlak vóór of vlak na de vreselijkste en bloedstollendste handelingen, eventjes plaats voor onbekommerde vrolijkheid.

Ballonnen

Met een knipoog eindigt 'Non sono un ucello' dan ook : kleurige ballonnen in allerlei gedaanten trekken voorbij. Parachutisten springen en masse uit een vliegtuig vormen, een kring en maken 'en passant' even een tussenlanding op de bovenkant van een voorbijzwevende luchtballon voordat ze verder duikelen, de diepte in.

Als luchtballon vermomde Disney-figuren als Yogi Bear zweven nadenkend in de lucht. Een grote zwevende verjaardagstaart met kaarsjes stelt Reagans roze verkiezingsbelofte voor ('a pie in the sky') en floept aan. Het is tevens het einde van de zinsbegoocheling. Net als vroeger bij de toverlantaarn, verdwijnt de illusie zo gauw het grote huiskamerlicht weer aangaat. Waar blijft het licht als het gestraald heeft?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden