Opinie

Victor Löw schittert in 'Een zwarte Pool'

Uitsluitend oorspronkelijk Nederlandstalig repertoire brengen en dat in een afwisseling van een klassiek en een eigentijds stuk is op zichzelf een mooie, maar niet opzienbarende formule. Waar Het Toneel Speelt, het gezelschap van Hans Croiset, zich echter wezenlijk in onderscheidt is, dat het zich waagt aan heropvoeringen van recent repertoire.

Was het eerder 'Een Sneeuw' van Willem Jan Otten uit 1983, nu spelen zij de gelauwerde 'Een zwarte Pool' van Karst Woudstra uit 1992 waarvan de opvoering door Het Nationale Toneel nog heel wat verser in het geheugen ligt. Ook toen al onder supervisie van Hans Croiset, als toenmalig artistiek leider. Waarmee maar gezegd wil zijn dat Croiset z'n darlings niet killt, maar koestert. Alle lof, en hij heeft nog gelijk ook.

Het eerste dat opvalt is de natuurlijkheid van de dialogen, die verrassend scherp het milieu tekenen van mensen ergens in de Amsterdamse grachtengordel. Wat acht jaar geleden erg hedendaags klonk, is fris gebleven.

Het lijkt erop dat Woudstra met 'Een zwarte Pool' een waarachtig klassiek werk heeft geleverd, ook thematisch. Vergelijkingen met Edward Albee's 'Who is afraid of Virginia Woolf' en echtparenkomedies van Alan Ayckbourn liggen voor de hand, maar situatie en personages zijn oerhollands. En tegelijk universeel.

De tweeverdieners Lilly en Seiffert kopen kunst, maar hebben de schilderijen inmiddels uit de woonkamer verwijderd. Zij gaat vreemd met zijn jeugdvriend Daan. Happy zijn zij alleen met de sinds kort bij hen inwonende Poolse student Zygmynt, die als zwartverdiener (vandaar de titel) hun huishouding doet, maar bij vrienden juist de angst vertegenwoordigt voor een immigratiegolf naar het Westen. Het bezoek van Daan met zijn tuttige, milieubezorgde vrouw Marguérite zorgt voor een escalatie.

Het Toneel Speelt brengt het stuk als een grote zaalproductie, wat duidelijk consequenties heeft voor de enscenering. Decorontwerper André Joosten heeft de verveelde design fraai vormgegeven met een goeddeels kaal toneel, een aluminium ladder op de achtergrond en stevige leren zitmeubels vóór op het podium.

Die robuustheid is schijn, want de tweezitters zijn te krap, zodat de personages zich gauw ongemakkelijk voelen naast elkaar.

Regisseur Van de Sande Bakhuyzen heeft gekozen voor een harde toon en scherpe contrasten. Dat heeft niet in alle gevallen een gelukkig effect. Carine Crutzen (Lilly) en Reinout Bussemaker (Daan) slingeren hun ergernis en ongelukkig-zijn van meet af aan te bits en bot de zaal in. Je vraagt je niet af wat er onderhuids speelt, maar wel waarom dit viertal elkaar in godsnaam nog bezoekt.

Ariane Schluter zet daar een timide Marguérite tegenover met de slaperige kop-in-het-zand-blik van iemand die zich bewust naïef houdt ter voorkoming van problemen. Mooi opgebouwde rol, alleen niet zo adembenemend geraffineerd als die van wijlen Elja Pelgrom, die me ter plekke weer in beeld schoot. Schitterend is de Seiffert van Victor Löw. Een goedzak, die met een door drank verloederende expressie ziet hoe beetje bij beetje zijn huwelijk en vriendschap wordt afgebroken. Mooi is de hongerige houding waarmee hij een kusje van Marguérite even vast poogt te houden. Wanneer hij ten slotte van kleding verwisselt met Zygmynt en met zijn pak zijn gekunstelde yuppenbestaan aflegt, is dat pijnlijk en hoopgevend. Ali Ben Horsting toont als Zygmynt een subtiele mengeling van dienstbaarheid en beschaving. Jammer dat hij lange tijd in een frummelig short moet rondlopen.

Ondanks de geforceerde grote zaal-toon is deze heropvoering de moeite waard.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden