Vestdijk kocht zelden een boek

Catalogus van de Bibliotheek Vestdijk. Uitgeg. door Bertram Mourits en Pierre N. G. Pesch. Met een inleiding door Rudi van der Paardt. 200 blz. ¿ 25, verkrijgbaar bij de receptie van de Universiteitsbibliotheek, Wittevrouwenstraat 7-11, Utrecht. Expositie aldaar t/m 29 april, werkdagen 9-17 uur, donderdag bovendien van 18.30-21.30 uur, zaterdag van 9-12.30 uur.

Hoeveel moeite heeft het niet, in het geval van de dichter Leopold bij voorbeeld, de onderzoeker gekost om zijn verspreid geraakt boekenbezit te traceren en hoeveel nuttige kennis leverde het dan op als er zo'n boek werd teruggevonden met onderstrepingen of aantekeningen in de marge.

De bibliotheek van een schrijver, de beschrijving en bestudering ervan, behoort tot diens biografie. Na de dood van Frans Kellendonk werd er dan ook een inventarisatie gemaakt van zijn boekenbezit; een, helaas globale, opgave daarvan is gepubliceerd. Toon mij uw boekenkast en ik zeg u wie u bent, dat wordt wel beweerd. Het is een wat boude uitspraak, maar een grond van waarheid kan er niet aan worden ontzegd. Voor Vestdijk ligt het gecompliceerder, aangezien hij, naar blijkt uit de onlangs verschenen 'Catalogus van de Bibliotheek Vestdijk', maar zelden boeken kocht.

Vestdijks bibliotheek is niet groot en bestaat uit circa tweeduizend titels. Die bescheiden omvang is op zichzelf al een verrassing, de enorme belezenheid van Vestdijk in aanmerking genomen. Veel boeken leende hij uit de Utrechtse Universiteitsbibliotheek en zijn eigen bibliotheek bestaat voor het merendeel uit boeken die hij kreeg van collega's (vaak voorzien van opdrachten) of ter recensie. Het feit dat een boek voorkomt in zijn bibliotheek heeft dus vaak te maken met Vestdijks rol in het literaire leven, als criticus, of met persoonlijke relaties.

De collectie omvat voor het grootste deel literatuur, waaronder de Nederlandse de voornaamste plaats inneemt, maar ook Engels, Frans en Duits zijn flink vertegenwoordigd. Dan zijn er boeken over muziek, over filosofie en religie, en over geneeskunde en psychiatrie. Een aparte afdeling wordt gevormd door de collegedictaten uit Vestdijks studententijd; hij studeerde medicijnen. Van bijzonder belang is ook de tijdschriftencollectie, met veel nummers waarin werk van Vestdijk staat. Deze voorpublikaties zijn geregeld van varianten voorzien (zo in het geval van de tijdschriftpublikatie van de roman 'Ivoren wachters').

De Utrechtse UB heeft ter gelegenheid van het verschijnen van de Catalogus een kleine expositie ingericht in de uitleenhal, waar in drie vitrines interessante exemplaren uit de bibliotheek zijn uitgestald. We lezen opdrachten, brieven die in de boeken lagen (van Nijhoff onder andere), aantekenblaadjes van Vestdijk zelf ter voorbereiding op de recensie die hij moest schrijven.

Uit de Catalogus blijkt dat met de boeken heel wat documenten mee zijn verhuisd naar Utrecht. Rudi van der Paardt, die een inleiding bij de uitgave schreef, laat zien wat de beschikbaarheid van dit alles voor onvermoede mogelijkheden biedt voor de Vestdijk-studie.

Als een dijk staat in de bibliotheek het 17-delige 'Brockhaus' Konversations-Lexicon', verschenen van 1901-1907. Deze reusachtige encyclopedie heeft Vestdijk vanaf het begin van zijn schrijversloopbaan eindeloos vaak geraadpleegd, dat blijkt uit zijn handschriften die in het Letterkundig Museum te Den Haag bewaard worden. Talloze malen verwijst hij in de aantekeningen voor een roman naar een deel en een pagina van deze Brockhaus. Het verbaast me dat het de bewerkers van de Catalogus er geen aantekeningen, al zouden het maar streepjes zijn, in hebben aangetroffen.

De Brockhaus behoort tot het vroege boekenbezit van Vestdijk. Daartoe kan ook de uitgave uit 1930 van Rilke's 'Neue Gedichte' worden gerekend, waarin bij sommige gedichten een kruisje hebben gekregen. Van veel vroeger, nog uit Vestdijks jeugdjaren, dateert het kleine boekje 'The Masterpieces of Titian', een van de weinige werken over beeldende kunst die hij alleen bezat. Het is niet zoals de Catalogus abusievelijk vermeldt van 1918, maar van 1908. Het boekje komt voor in de roman 'Sint Sebastiaan', waarin de jonge Anton Wachter (Vestdijk is van 1898) er 'naakte poppen' uit natekent: de puntjes van de passer, waarmee hij de lichaamsverhoudingen namat, zijn nog te zien op de naakte Danae.

Bij een ander betrekkelijk vroeg boek, de catalogus van de Alte Pinakothek in München uit 1926, dat Vestdijk nog in de jaren twintig moet hebben aangeschaft, ontbreekt in de Catalogus de toelichting dat er aantekeningen in te vinden zijn. Die staan er wel degelijk in en ze zijn bovendien van cruciaal belang voor de ontstaansgeschiedenis van enkele gedichten die Vestdijk schreef naar aanleiding van schilderijen uit het museum.

Dat Vestdijks bibliotheek nu door de Utrechtse Universiteitsbibliotheek met een Catalogus is vereerd, daarvoor past grote dankbaarheid. In zijn geval, is het dus geen vraag meer welke boeken hij in huis had. Het antwoord ligt er.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden