Review

Verzorgen, doneren en dan sterven

De gekloonde pubers van internaat 'Leve-de-hypocrisie' zijn op de wereld om zich op te offeren. Maar ze komen niet in verzet. Kazuo Ishiguro's nieuwste verbeelding van de menselijke conditie.

'Waartoe zijn wij hier op aarde?', zo luidde een van de vragen uit de Katholieke catechismus, en het standaardantwoord was, 'Wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor in de hemel te komen'. Niet veel mensen zullen tegenwoordig nog zo'n helder beeld hebben van hun lotsbestemming.

Voor de personages in Kazuo Ishiguro's 'Laat me Niet Alleen' is die bestemming echter klinkklaar: ze zijn op aarde om op Hailsham opgeleid te worden tot verzorger, na een aantal jaren organen te gaan doneren, en dan lijdzaam af te wachten tot ze uitgedoneerd raken. Een enkeling durft op uitstel te hopen, en droomt ervan zijn het origineel waarvan hij is gekloond tegen het lijf te lopen.

Het duurt vrij lang voordat de volle reikwijdte van deze cryptische levensopdracht doordringt tot de lezer, maar dat het schijnbaar idyllische internaat Hailsham sinistere doelstellingen heeft, wordt uit de details wel duidelijk. Het kan immers geen toeval zijn dat alle pupillen op Hailsham onvruchtbaar zijn, dat er nimmer ouders op bezoek komen, en dat er een extreem streng rookverbod heerst. En natuurlijk is ook de naam van de opleiding een veeg teken. De Engelse uitgang '-ham' klinkt vertrouwd, maar anders gelezen is 'Hail-sham' te vertalen als 'Leve-de-hypocrisie'.

Een deel van de duistere waarheid is dat de kinderen gekloond zijn, en geen van allen oud zullen worden. Om hen niet op rebelse gedachten te brengen, worden ze zoveel mogelijk van de rest van de wereld afgeschermd. Tegen de tijd dat er via de maandelijkse bazaars spullen van buiten te verkrijgen zijn, zindert het instituut dan ook van de verwachtingsvolle spanning.

Tegen dit decor beschrijft Ishiguro de driehoeksverhouding van Kathy, Ruth en Tommy, leeftijdgenoten op Hailsham. Hun relatieperikelen zijn niet wezenlijk anders dan die van andere pubers; alleen maakt het besef van hun korte leven die extra wrang, omdat er weinig tijd is om gemaakte fouten te herstellen.

Terwijl de maatschappelijke discussie rond orgaandonatie en biomedische experimenten als klonen volop woedt, is de kwestie voor Ishiguro nauwelijks aanleiding voor morele verontwaardiging of beschouwingen over ethiek en medemenselijke verantwoordelijkheid. Veeleer gebruikt hij het sciencefiction-scenario als allegorie voor de menselijke conditie in het algemeen. 'De mensen sterven, en zijn niet gelukkig', stond jarenlang op een Amsterdamse muur gekalkt, en dat motto karakteriseert eigenlijk al Ishiguro's werk.

Op het niveau van de plot zijn de medische experimenten het gevolg van de onbegrijpelijk kille politieke beslissing om willens en wetens het recht op leven van de ene mens op te offeren aan dat van een ander. Op het allegorische niveau is de onbegrijpelijkheid die van de sterfelijkheid zelf.

De onverbiddelijke wetenschap van hun aardse eindigheid zou voor de personages nog draaglijk zijn als ze tenminste troost zouden kunnen putten uit het praten over een, desnoods smartelijk, gedeeld verleden. De tragiek van Ishiguro's universum is dat zijn hoofdpersonen kampen met een traumatisch verleden, maar dat niet onder ogen durven zien. De herinnering aan dat beschamende verleden moet opgepoetst, zelfs vervalst, worden om het bestaan voor hen leefbaar te houden, en is in ieder geval onbespreekbaar.

Deze zwijgzaamheid infecteert bij Ishiguro de relaties met anderen, en in plaats van een bron van troost wordt de herinnering een gevangenis. Etsuko, in 'A Pale View of Hills', projecteert haar schuldige verleden op een andere vrouw. De gepensioneerde kunstenaar Ono uit 'An Artist of the Floating World' maakt zichzelf wijs dat hij zijn artistieke integriteit nooit te grabbel heeft gegooid door propaganda te maken voor de Keizer. Stevens, de butler uit 'The Remains of the Day' ontkent dat zijn baas indertijd met de nazi's heulde, en dat hij de liefde van zijn leven onder zijn handen heeft laten wegglippen.

Zowel in Kathy's ongelukkige liefde als in haar krampachtige nostalgie vinden we echo's van Stevens' sentimenten. Diep in hun hart weten ze beter, maar ze volharden in hun stille zelfbedrog en blijven, zoals de personages die Ishiguro's

vierde roman 'The Unconsoled' bevolken, ongetroost.

Ishiguro keert in zijn werk steeds weer terug naar die pijnlijke verbintenis tussen beschamende gebeurtenissen, zwijgen, valse herinneringen, en eenzaamheid. Hoewel geslaagder dan zijn voorganger 'When We Were Orphans', brengt 'Laat Me Nooit Alleen' weinig dat niet al bekend was uit Ishiguro's oeuvre, inclusief de ingetogen, sobere stijl.

Saai is de roman zeker niet, en de thematiek raakt aan essentiële vragen van het bestaan. Toch had ik stiekem gehoopt dat Ishiguro ditmaal zijn vertrouwde materiaalkeuze met werkelijk nieuwe elementen verrijkt zou hebben, of op zijn minst avontuurlijker geweest was in zijn stijl. Maar misschien is het onontkoombaar dat een schrijver die zijn ernstige onderwerp zo vroeg in zijn carrière gevonden heeft, net als zijn personages steeds weer tegen dezelfde beperkingen oploopt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden