Verzoeningsgezindheid bezorgde president vijanden

AMSTERDAM - Zijn twee voorgangers en zijn eerste vrouw werden om politieke redenen vermoord. De Burundese president Sylvestre Ntibantunganya heeft niet afgewacht of hem hetzelfde lot beschoren zou zijn. Hij vluchtte naar de Amerikaanse ambassade. Want alleen bij buitenlanders kan hij zich veilig voelen. In Burundi heeft de president, een Hutu, zich de haat van alle partijen op de hals gehaald. Niet door dictatoriale neigingen, maar omdat hij probeerde Hutu's en Tutsi's te verzoenen - een onmogelijke en levensgevaarlijke missie.

HARMEN VAN DIJK

De Tutsi-partij Uprona, die nauwe banden onderhoudt met het door Tutsi's gedomineerde leger, beschuldigt Ntibantunganya (40) van hoogverraad. Hij teveel advocaat voor de Hutu-rebellen zijn, waarmee het leger zware strijd levert. Maar ook bij de Hutu-extremisten hoeft Ntibantunganya, lid van de grootste Hutu-partij Frodebu, niet op sympathie te rekenen: volgens hen stond hij te veel macht af aan de Tutsi's en pleegde hij verraad aan zijn volk door president te worden binnen een staatsapparaat dat gedomineerd wordt door Tutsi's.

Maandag werd het de president duidelijk dat hij op geen enkele steun meer kon rekenen. Hij wilde, samen met Tutsi-premier Antoine Nduwayo, de begrafenis bijwonen van de slachtoffers van het bloedbad in het kamp Bugendena, waar Hutu-rebellen ruim 300 Tutsi-vluchtelingen ombrachten. De president had er voor nationale verzoening willen pleiten. Maar toen hij door een menigte Tutsi's werd bekogeld met stenen staken de premier en de aanwezige militairen geen vinger uit. Hij moest door zijn eigen veiligheidsdienst (zorgvuldig opgebouwd uit gematigde Hutu's en Tutsi's en getraind door Frankrijk) in veiligheid worden gebracht.

Ntibantunganya is (wellicht: was) Burundi's derde Hutu-president. De eerste, Melchior Ndadaye, werd juni 1993 gekozen bij de eerste vrije verkiezingen in het land. De alleenheerser Pierre Buyoya, een Tutsi, accepteerde de verkiezingsuitslag en trad af. Maar in oktober van datzelfde jaar werd Ndadaye door opstandige Tutsi-militairen vermoord. Ntibantunganya, toen minister van buitenlandse zaken, ontsnapte ternauwernood, anders dan zijn vrouw Eusebie. Massale slachtpartijen volgden op de coup-poging en die duren tot op de dag van vandaag voort.

Het gekozen parlement, waarin de Hutu's een meerderheid hebben, bleef bestaan en koos een nieuwe (Hutu-) president: Cyprien Ntaryamira. In april 1994 werd ook Ntaryamira vermoord: het vliegtuig waarin hij zat, samen met Juvenal Habyarimana, de president van buurland Rwanda, werd neergeschoten. In Rwanda was de moord op Habyarimana het startsein voor de genocide die aan een miljoen Tutsi's en gematigde Hutu's het leven kostte.

Tegenzin

De slachtpartij in Rwanda verhardde ook de tegenstellingen tussen Hutu's en Tutsi's in Burundi. Doodsbenauwd dat ook in Burundi de Hutu-meerderheid zou trachten de Tutsi's uit te roeien, probeerden de Tutsi's weer alle macht naar zich toe te trekken. Onder deze omstandigheden werd de verzoeningsgezinde academicus Ntibantunganya president; met veel tegenzin, zeggen zijn vrienden.

Voordat zijn beëdiging in in september 1994, werden onder toezicht van de VN afspraken gemaakt over een machtsdeling tussen Hutu's en Tutsi's. Zo zou de Uprona de premier leveren, ook al had deze Tutsi-partij een minderheid in het parlement. Aangezien de wet de invloed van de president sterk beperkt, is de premier de machtigste man in het land.

Premier Antoine Nduwayo, die in februari 1995 aantrad, buitte deze machtspositie uit. Hij is er regelmatig van beschuldigd het geweld aan te moedigen door militievorming onder Tutsi-jongeren toe te staan, en de burgers op te roepen zich te bewapenen. Nduwayo staat onder zware druk van het leger om de Tutsi-belangen binnen de regering te verdedigen. In juni pleitte hij nog voor versterking van het leger, desnoods voor een algehele mobilisatie om 'de bevolking te beschermen' - terwijl toen al lang duidelijk was dat het leger verantwoordelijk is voor slachtpartijen onder Hutu-burgers.

Ntibantunganya moest de acties van de premier met lede ogen aanzien. Zijn roep om verzoening vond geen enkele weerklank meer. Begin deze maand kregen de president en de premier slaande ruzie over een internationale interventiemacht. Tijdens onderhandelingen in Tanzania stemden ze aanvankelijk beiden in met een voorstel om een Afrikaans vredesleger naar Burundi te sturen. Maar een paar dagen later keerde premier Nduwaye zich tegen het plan, blijkbaar teruggefloten door de legertop. Het leger ziet niets in een interventieleger, dat de strijd met de Hutu-rebellen alleen maar kan hinderen.

Ntibantunganya bleef echter bij zijn besluit dat een vredesmacht moet komen, als laatste redmiddel voor Burundi, dat afstevent op een totale catastrofe. Zijn standvastigheid op dit punt kan een reden zijn waarom de Tutsi-politici hem ten val brachten met een motie van wantrouwen. Die standvastigheid was het laatste wat devolkomen geïsoleerde en machteloze politicus restte. Het treurigste is nog wel, dat het er naar uitziet dat het vredesleger nooit zal komen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden