Verzoening is nog ver te zoeken

Een resolutie, die morgen bij de VN-Mensenrechtenraad in stemming wordt gebracht, roept de regering van Sri Lanka op haast te maken met het verzoeningsproces met de Tamils. 'Wij worden tweederangsburgers.'

GERT JAN ROHMENSEN | SRI LANKA

De omgevallen watertoren in Kilinochchi ligt er verloren bij. Het gevaarte zit vol kogelgaten, getuigen van de oorlog tegen de Tamiltijgers (LTTE) die in mei 2009 werd gewonnen door het Sri Lankaanse leger.

Volgens de tekst van een plaquette is de watertoren 'vernietigd door LTTE-terroristen'; opgeblazen toen zij zich uit hun hoofdkwartier moesten terugtrekken voor het oprukkende Sri Lankaanse leger. Triomfantelijk besluit de tekst: 'Terrorisme zal nooit meer de kop opsteken in ons prachtige land. We zijn vrij'.

Lokale toeristen lopen om de watertoren heen en bekijken de oorlogsschade. Het zijn vooral Singalezen, de meerderheid in Sri Lanka, die hier met busladingen tegelijk worden aangevoerd en nieuwsgierig zijn hoe het voormalige LTTE-gebied eruit ziet. Toen de Tamiltijgers, die 26 jaar lang vochten voor een eigen staat voor de Tamilminderheid, hier de scepter zwaaiden, waren het noorden en oosten vrijwel afgesloten van de rest van het eiland.

Nadat de door Singalezen gedomineerde Sri Lankaanse regering de zeggenschap over het gebied weer terugkreeg, heeft zij in hoog tempo symbolen van de Tamiltijgers uitgewist. Zo zijn de meeste begraafplaatsen met vaak honderden gesneuvelde LTTE-strijders met bulldozers geruimd, een affront voor de nabestaanden, die nu geen plaats meer hebben om te rouwen. Bovenop een ervan heeft het leger een nieuw basis gebouwd. Ook het ouderlijk huis van de gedode rebellenleider Prabhakaran is met de grond gelijk gemaakt.

Wel heeft de regering op een aantal plaatsen monumenten opgericht ter ere van het leger en de gesneuvelde militairen. In het overwonnen noorden hangen op bijna elke straathoek grote posters van een breed lachende president Mahinda Rajapakse.

Na de oorlog begon de Sri Lankaanse regering voortvarend met het herstellen van wegen en andere infrastructuur in de voormalige oorlogsgebieden. Bovendien beloofde Rajapakse, bij herhaling verzoening met de Tamils en zei hij dat hun sociale en politieke rechten gerespecteerd zouden worden, net als die van iedere andere Sri Lankaan.

Ook stelde de regering in 2010 de evaluatie- en verzoeningscommissie in, als antwoord op de beschuldigingen van grove schendingen van de mensenrechten tijdens de laatste fase van de oorlog. Deze commissie, die afgelopen december haar eindrapport openbaar maakte, doet een aantal bruikbare aanbevelingen voor verzoening met de Tamils. Dat vinden zelfs de critici van de Sri Lankaanse regering. De commissie bepleit onder meer de demilitarisatie van het conflictgebied en de ontwapenening van paramilitaire groepen. Verder adviseert de verzoeningscommissie de regering om het noorden meer zeggenschap te geven. Maar tegelijkertijd pleit zij het leger vrij van oorlogsmisdaden tegen de Tamilbevolking, en heeft zij het alleen over mogelijke misdaden begaan door individuele militairen.

De Sri Lankaanse regering heeft beloofd de aanbevelingen te zullen uitvoeren, maar legt zich niet vast op een tijdschema. De cruciale onderhandelingen over het overdragen van de bestuursmacht aan de Tamilgebieden zijn in januari na een jaar en vele gespreksrondes stukgelopen. Volgens de grootste Tamilpartij TNA (Nationale Tamil Alliantie) weigert de regering concessies te doen.

"We hebben op geen enkel terrein vooruitgang geboekt", zegt TNA-leider en hoofdonderhandelaar Sampanthan. "De regering blijft maar uitstellen, al heel lang. Er zit een groot gat tussen haar beloftes en haar acties."

De demilitarisatie van de troepen komt evenmin van de grond. Tot onvrede van veel lokale Tamils, die zich geïntimideerd en gecontroleerd voelen, zijn in alle districten juist nieuwe bases gebouwd. "We moeten onze militairen toch ergens stationeren", rechtvaardigt Gotabaya Rajapakse, de broer van de president en staatssecretaris van defensie, zijn besluit.

"Sommige gebieden zijn militair en strategisch belangrijk, dus het positioneren van de militairen in hun bases blijft zo. De bedoeling is om hen op termijn in de barakken te houden, maar sommige dingen kosten even tijd. Je moet eerst kijken of er vooruitgang is", zegt Rajapaksadie. Volgens de staatssecretaris zijn er na de oorlog geen incidenten meer geweest met achtergebleven LTTE-strijder.

"Het leger maakt nu de dienst uit in het noorden en oosten", zegt Tamilleider Sampanthan. "Het huidige burgerbestuur daar is ineffectief en bestaat alleen in naam. Het leger moet terug de barakken in, want wat er nu gebeurt is illegaal. Wij worden tweederangs burgers als het leger ons leven blijft belemmeren."

"Onze militairen zijn bezig met civiel-militaire taken, zoals het bouwen van huizen en het schoonmaken van de velden. Ze helpen de mensen in elke vorm", zegt Gotabaya Rajapakse, die naast defensie ook de wederopbouw en de politie leidt. "Als leger hebben we die capaciteit nu eenmaal. Maar de militairen houden zich niet bezig met het handhaven van de openbare orde en met het bestuur."

"De wederopbouw wordt alleen uitgevoerd om de internationale gemeenschap voor de gek te houden", stelt M.V. Kanamylnathan, hoofdredacteur van Uthayan, de grootste Tamilkrant in de noordelijke stad Jaffna. "Het krijgt veel publiciteit, maar verloopt inefficiënt. Bovendien, wederopbouw is niet alleen infrastructuur. Mensen krijgen nauwelijks hulp bij het weer opbouwen van hun levens. De prioriteit zou moeten liggen bij de sociale wederopbouw."

De mensen zijn erg getraumatiseerd en buitengewoon ontmoedigd over hun eigen toekomst, zegt Sampanthan. "De overheid concentreert zich op infrastructuur en denkt dat de mensen daarvan onder de indruk zijn. Maar dat is niet zo belangrijk. De mensen willen hun middelen van bestaan terug, hun werktuigen, hun vee en hun visnetten, die allemaal zijn vernietigd door de zware militaire operaties."

In het voormalige oorlogsgebied heeft het leger ook grote delen afgesloten en tot speciale militaire zones verklaard, de zogeheten Hoge Veiligheidszones. Niemand heeft er toegang; ook de oorspronkelijke bewoners mogen hier niet terugkeren. Ten noorden van het visserplaatsje Mulliativu, waar het bloedige slotoffensief zich afspeelde, is zo'n speciale zone.

Een poging om door de zone heen te rijden, stuit op een onverbiddelijk 'nee' van de militairen die daar de wacht houden. "Er mag niemand in omdat er nog mijnen liggen", zegt er een. "En", voegt hij eraan toe, "al helemaal geen buitenlanders, want die gaan er toch alleen maar foto's maken om daarmee Sri Lanka in een kwaad daglicht te stellen".

Ongewild impliceert hij wat de lokale bevolking ook denkt, namelijk dat er in dit gebied mogelijk veel slachtoffers van de bombardementen begraven liggen in massagraven; het zou de harde bewijzen, die tot nu toe ontbreken, kunnen opleveren voor oorlogsmisdaden.

Onduidelijkheid over het aantal doden en vermisten blijft Sri Lanka achtervolgen. Volgens een rapport van de Verenigde Naties, dat vorig jaar verscheen, zijn er sterke aanwijzingen dat in de laatste fase van de oorlog zeker 40.000 Tamils zijn omgekomen, en zijn er 'geloofwaardige beschuldigingen' van oorlogsmisdaden begaan door zowel het leger als de LTTE.

Dit aantal staat in scherp contrast met het cijfer dat de regering noemt. Op basis van interviews met nabestaanden sprak die van bijna achtduizend doden. Defensiesecretaris Rajapakse noemt het een 'professioneel uitgevoerde telling van het censusbureau', en zei al voor de officiële bekendmaking van het cijfer dat 'niemand kan zeggen dat het een groot aantal is'.

Ook het aantal vermisten is onderwerp van controverse. De regering spreekt over 2600 vermisten, maar Tamilleider Sampanthan stelt dat het er zeker 11 duizend zijn. Volgens de roomskatholieke bisschop van de plaats Mannar is van ruim 146 duizend mensen nog onduidelijk waar ze zijn.

"De zaak van al deze vermisten is cruciaal voor de verzoening in Sri Lanka", zegt Ana Gomes, een sociaaldemocratische Europarlementariër die Sri Lanka in december bezocht. "Als niet duidelijk wordt wie verantwoordelijk gehouden moet worden voor de vermisten, dan wordt verzoening erg moeilijk. Als je geen oprecht democratisch proces hebt, ben je over een paar jaar weer terug bij af."

De regering blijft volhouden dat het leger geen oorlogsmisdaden heeft begaan en weigert een onafhankelijk internationaal onderzoek. "Waarom zouden we dat toestaan?", zegt Gotabaya Rajapakse, geïrriteerd. "Wij zijn fatsoenlijke mensen. Als internationaal niemand ons gelooft, lopen ze maar naar de hel, dat is wat ik ze zal zeggen."

Nu de regering weinig vaart maakt met het beloofde proces van verzoening met de Tamils, klinkt internationaal als onder mensenrechtenactivisten in Sri Lanka zelf, de roep om een onafhankelijk onderzoek steeds luider.

Bijna drie jaar na het einde van de oorlog vindt ook de internationale mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch het tijd worden dat de regering haar toezeggingen nakomt, schrijft woordvoerder Julie de Rivero in een brief aan de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties in Genève, die deze dagen bijeen is. 'De Sri Lankaanse regering heeft een lange geschiedenis van gebroken beloftes als het gaat om het afleggen van verantwoording over ernstige mensenrechtenschendingen', stelt De Rivero.

Om die reden hebben de Verenigde Staten een resolutie ingediend bij de VN-Raad, waarover morgen gestemd wordt. De resolutie roept Sri Lanka op om serieus werk te maken van de verzoening, en verantwoording af te leggen voor mogelijke overtredingen van het internationale recht. Sri Lanka heeft een groot diplomatiek tegenoffensief ingezet om de resolutie afgestemd te krijgen.

"De regering kiest steeds de aanval als verdediging, en die loopgravensfeer is niet erg positief", zegt Europarlementariër Gomes. "Men zal moeten toegeven dat er fouten zijn gemaakt en dat er een minderheid is die snakt naar erkenning van hun cultuur. De Tamils zullen erkend moeten worden als Sri Lankanen en als onderdeel van de nationale verwevenheid."

"Er is geen vertrouwen tussen de gemeenschappen in Sri Lanka", stelt de 72-jarige bisschop Thomas van Jaffna, waar vrijwel uitsluitend Tamils wonen. "De regering is bezorgd dat we weer een oorlog zullen beginnen. Maar de mensen hier zeggen dat ze geen oorlog meer willen, omdat ze weten wat die brengt: gewonden en doden."

Onze grootste angst is dat wanneer er geen oplossing komt, het conflict blijft sluimeren en de situatie alleen maar zal verslechteren, zegt Tamilleider Sampanthan. "We willen geen geweld meer, want als dat wel gebeurt zullen onze mensen het meest te lijden hebben."

Bisschop Thomas van Jaffna benadrukt dat de rechten van de Tamils gewaarborgd moeten worden. "Het mag niet zo zijn dat we alleen worden getolereerd. Dat er tegen ons gezegd wordt: 'Je mag hier verblijven, maar vraag niet om een stuk van de taart'."

Slotoffensief: reddingsoperatie of humanitaire catastrofe?
Het rebellenbolwerk Kilinochchi viel in januari 2009. De Tamiltijgers vluchtten toen richting het oosten, op de hielen gezeten door het leger, dat rook dat een overwinning nabij was. Tienduizenden angstige Tamilburgers hadden weinig keus en vluchtten mee. Velen verwachtten mogelijk niet veel goeds van de LTTE, die jarenlang Tamilfamilies hadden gedwongen hun zonen en dochters af te staan voor de separatistische strijd en talloze terreuraanslagen pleegden, ook op gematigde Tamils. Maar de meesten waren nog banger voor het leger.

Vijf maanden later in mei kwam de overwinning na voortdurende artilleriebeschietingen tussen leger en rebellen in een steeds kleiner wordend gebied aan de noordoostelijke kust, waar volgens VN-schattingen meer dan 100.000 burgers als ratten in de val zaten zonder voedsel of medicijnen. Er zijn aanwijzingen dat de LLTE schoot op Tamils die wilden vluchten. Drie gebieden waren door de regering aangewezen als No Fire Zone, maar het leger beschoot deze 'veilige gebieden' desondanks met zware wapens vanwege de aanwezigheid van Tijgerstrijders. Het offensief werd door de regering een 'humanitaire reddingsoperatie' genoemd, maar door het Internationale Comité van het Rode Kruis een 'onvoorstelbare humanitaire catastrofe'.

Hulporganisaties waren maanden daarvoor al weggestuurd uit de conflictgebieden 'voor hun eigen veiligheid'. Mensenrechtenorganisaties vermoeden dat de regering geen onafhankelijke getuigen in de buurt wilde hebben bij het slotoffensief.

"Toen we ons uiteindelijk overgaven moesten we over honderden lijken heen stappen", zegt een voormalig lid van de LTTE, die de finale slag meemaakte en anoniem wil blijven. "Er was geen gelegenheid om de lichamen te verbranden of te begraven." Hij en bijna 300.000 andere Tamils werden naar afgesloten kampen gebracht, waar zij maandenlang werden verhoord over hun banden met de Tamiltijgers. Velen mochten pas na een jaar of langer terug naar hun vaak verwoeste woongebieden.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden