'Verzoening in Mozambique hoeft geen probleem te zijn'

CHIMOIO - Jarenlang werd de Mozambikaanse Renamo-beweging in één adem genoemd met de Rode Khmer, of de moordbrigades in Haïti of El Salvador. Renamo sneed oren en lippen af, dwong kinderen hun ouders te vermoorden. Renamo, gesteund door het racistische Rhodesië en Zuid-Afrika, zou geen enkele lokale aanhang hebben.

FRED DE VRIES

Maar nu, met het vooruitzicht dat Renamo na de Mozambikaanse verkiezingen (vandaag en morgen) mogelijk in een nieuwe regering zal plaatsnemen, begint die opinie te veranderen. “Heeft Renamo wel zoveel gemoord?”, vraagt een Mozambikaanse advocate zich hardop af. “Waar waren de regeringssoldaten? Ze waren er zogenaamd om de bevolking te beschermen, maar kwamen beladen met spullen terug.”

Het aantal slachtoffers dat door het Renamo-geweld en de daaruit voortkomende hongersnoden is gevallen, wordt meestal op 1 miljoen geraamd. Hoe dat cijfer berekend is, weet niemand. “Het is een getal dat nu eenmaal de ronde doet”, zegt een woordvoerdster van de Verenigde Naties. Politieke tegenstanders van de regeringspartij Frelimo voegen daar veelbetekenend aan toe dat alle media sinds de onafhankelijkheid in handen zijn van Frelimo.

Wat er zich de afgelopen zeventien jaar precies in Mozambique - en vooral achter Renamo-linies - heeft afgespeeld, zal niemand ooit meer kunnen achterhalen. Maar sinds kort is het Renamo-gebied voor het eerst sinds jaren weer toegankelijk.

De Slag om Dombe zal nooit in de geschiedenisboeken terechtkomen. Dit plaatsje, dat bekend staat als Renamo-bolwerk, is een verzameling van een stuk of twintig administratieve gebouwen en winkels, zonder uitzondering compleet aan flarden geschoten. Een jonge ex-Renamo-soldaat in het stadje blijkt jarenlang in een Inkatha-hostel nabij Johannesburg gewoond te hebben. Vanuit dat hostel werd onder meer de Boipatong-slachting uitgevoerd. Er doen in Dombe ook hardnekkige verhalen de ronde over vijfhonderd Renamo-guerrilla's, die weigeren te demobiliseren en zich nu gewapend in de bergen verschuilen.

“Leugens”, noemt de lokale Renamo-bestuurder, Ernesto Njonde, de verhalen dat Renamo nog wapens en soldaten achterhoudt om in geval van verlies bij de verkiezingen weer oorlog te beginnen. “Niemand houdt van oorlog, Renamo niet en Frelimo niet. Waarom zouden we elkaar dan weer willen vermoorden? Ook als Frelimo wint, zullen wij samenwerken”, zegt hij. Maar het is wel opvallend dat hij en zijn vrienden die erbij zijn komen zitten niet over 'vrede' praten, maar over een 'wapenstilstand'.

Njonde vertelt dat hij ooit onderwijzer was en zich bij Renamo aansloot “omdat die werkelijk democratie voorstond”. Verzoening is volgens hem geen enkel probleem. “Er is liefde tussen de mensen. Renamo heeft Frelimo vergeven toen we de wapenstilstand tekenden. We moeten het verleden vergeten.” Dat Renamo bij zijn streven naar democratie alle scholen, ziekenhuizen, fabrieken en flink wat mensen kapotschoot doet hij af met: “Als iemand thuis boos is, slaat hij het meubilair kort en klein, en reageert hij zich af op degene die dat meubilair kocht. Het is allemaal gevolg van onze woede.”

Als we teruglopen naar de auto, komen we de lokale Frelimo-vertegenwoordiger tegen. Hij vertelt dat hem en zijn partij in dit Renamo-bolwerk niets in de weg wordt gelegd. “We kunnen zonder problemen campagne voeren. We hebben al 250 leden. We hebben Renamo vergeven. We moeten nu samenwerken.”

In het stadje Macossa, zo'n driehonderd kilometer ten noorden van Chimoio, vlakbij het voormalig Renamo-hoofdkwartier Maringue, ontstaat een vergelijkbaar beeld. Ook hier totale vernietiging: weg ziekenhuis, weg school, weg mensen. Was er in Dombe tenminste nog een winkeltje met frisdrank en zeep, in Macossa is werkelijk niets te krijgen. De mensen jagen op een soort grote ratten, die ze roosteren. Gedemobiliseerde Renamo-soldaten wachten urenlang op hun twee zakken mais en een fles olie, het rantsoen dat de mannen weer een maand vooruit moet helpen.

Een der wachtenden, de 26-jarige Fernando, vertelt dat hij 13 was toen hij door Renamo werd gerecruteerd. Hij stond later aan het hoofd van twee groepen van 25 soldaten. “Nee, ik weet niet of ik gemoord heb”, zegt hij. “Maar de oorlog was goed. We moesten Frelimo verslaan, want die wilden ons in landbouwcorporaties dwingen.”

Renamo mag dan op kunstmatige wijze door de Rhodesiërs zijn opgezet, door de jaren heen heeft de beweging wel degelijk Mozambikaanse aanhang gekregen, vooral onder ongeletterde keuterboeren als Fernando. Zij begrepen weinig van de socialistische idealen van Frelimo, die gepaard gingen met gedwongen verhuizingen en het afschaffen van traditionele structuren.

Dat Renamo flink gemoord heeft, gruweldaden begaan heeft, en zoveel mogelijk infrastruktuur vernietigd heeft, lijdt geen twijfel. Een onafhankelijk Amerikaans onderzoek, dat zeker niet pro-Frelimo was, heeft vastgesteld dat Renamo minstens honderdduizend Mozambikanen moet hebben vermoord.

Maar in vergelijking met Zuid-Afrika, waar het ANC en Inkatha elkaar absoluut niet in hun afzonderlijke bolwerken tolereren, lijken de Mozambikaanse politieke geschillen niet erg diepgeworteld. “Als je toevallig in een Renamo-gebied zat, moest je meevechten met Renamo. Anders trok je voor je veiligheid naar een Frelimo gebied”, vertelt José, een Renamo-aanhanger die in een Frelimo-wijk van het stadje Catandica, niet ver van Macossa, woont.

Verzoening hoeft daarom geen onoverkomelijk probleem te worden, meent het hoofd van het Mozambikaanse Rode Kruis in Maputo, Fernanda Teixeira. Ze vertelt dat veel traditionele methoden van therapie worden gebruikt, met name voor kinderen die gruweldaden hebben gezien of begaan.

“Daarna zijn de kinderen bevrijd van de kwade geesten, en worden ze weer in de samenleving geaccepteerd. Mensen willen bovenal vrede. Vooral in de plattelandsgebieden verloopt de integratie van de gedemobiliseerde soldaten goed. Het is natuurlijk moeilijk om te vergeven. Maar zonder verdere inmenging van buitenaf en zonder verdere politieke manipulatie, verwacht ik geen grote problemen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden