VERZOEK AFGEWEZEN

Rollen prikkeldraad op een hoog hek. Een gesloten poort, daarna nog een. Ertussen een hok met vier mensen. 'Nederlandse Veiligheids Dienst', staat op de mouwen van hun uniform. “Paspoort?”, vraagt een van hen. Een bord siert de muur: 'Volharding overwint'. Een metaaldetector is de laatste hindernis voor het bezoek aan de gevangene: Adé. Zijn misdrijf: illegaal verblijf in Nederland.

CARLA VAN OS

De Nigeriaan Adé (29) ontvlucht in 1990 zijn land, om 'politieke redenen', zegt hij zelf. Hij vraagt asiel aan in Nederland. Hij krijgt het niet. Vier jaar later is hij 'uitgeprocedeerd'. Tussen februari 1994 en september 1994 houdt Justitie Adé gevangen om zijn uitzetting te regelen. Dit lukt niet, omdat de Nigeriaanse ambassade weigert reisdocumenten te verschaffen. Op 5 september 1994 staat Adé op straat. Adé: “De gevangenbewaarder zei: 'Jongen, het ga je goed. Ik hoop dat je niet in het criminele circuit verzeild raakt. Probeer er iets van te maken'.” Adé is vanaf dat moment een illegaal.

Een week later ontmoet Adé in een Nijmeegs café de Nederlandse Rachel. Ze zijn op slag verliefd. Vanaf september 1994 gaan ze als paar door het leven. Adé verhuist naar Breda, waar hij samenwoont met een landgenoot en zwart kan werken. Bijna elk weekend is Adé bij Rachel. Hij kan het goed vinden met Rachels zoon Sjoerd (8). “Adé is echt een tweede papa voor Sjoerd. Soms denk ik wel eens dat Sjoerd meer van Adé houdt dan van mij”, lacht Rachel. “Mede daarom, maar ook omdat we ervan overtuigd waren samen verder te willen, besloten we in december vorig jaar te gaan samenwonen.”

Rachel vindt in februari dit jaar werk bij een bank. Adé poetst, wast, kookt en zorgt voor Sjoerd. Het lijkt een normaal gezin. Maar Adé is nog altijd illegaal. Hij vertelt dat vrijwel aan niemand. Adé is voorzichtig, achterdochtig. Bang om de stad in te gaan, bang om van straat geplukt te worden. Boodschappen doet hij op koopavond, als het donker is.

“In april werd Adé erg onrustig. Het verlangen om eindelijk gelegaliseerd te worden, werd steeds sterker”, zegt Rachel. “Hij had genoeg van het leven als illegaal. De bank beloofde dat ik op korte termijn een contract zou krijgen en Adé had zijn moeder in Nigeria gevraagd zijn paspoort op te sturen. Met dat contract en het paspoort zouden we voor hem een 'verblijfsvergunning bij partner' kunnen aanvragen.”

Op 20 mei steekt Adé thuis een kaarsje en een wierookstokje aan. Samen met Rachel gaat hij naar de vreemdelingendienst. De dienstdoende agente vraagt of Adé zich kan identificeren. Adé overhandigt zijn geboorteakte en akte-van-ongehuwd-zijn. De agente zegt deze te gaan kopiëren. Na twintig minuten komt ze Rachel halen. Die heeft een 'prettig' gesprek met een agent van de vreemdelingendienst. Hij stelt wat vragen over hun relatie en eindigt zijn verhaal met: “Ik geef jullie vier weken de tijd om het paspoort te regelen.” Rachel is opgelucht. Daarna is Adé aan de beurt. Hij blijft anderhalf uur weg. Rachel wacht op de gang. Als de agent terugkomt, zegt hij: “We houden Adé nog een paar uur vast, omdat zijn documenten vals zijn.”

Rachel fietst naar huis. Thuis brandt het kaarsje nog. Even later belt de agent: “Wist je dat Adé in 1996 getrouwd was?” Rachel antwoordt: “Dat kan niet, we zagen elkaar toen elke week.” De agent zegt het bewijs in handen te hebben, een document waarop staat: 'payment for marriage, 190 Nairda'. “We houden hem nog een nachtje hier. Waarschijnlijk heeft Adé in 1996 in de gevangenis gezeten. We zijn het aan het uitzoeken”, verklaart hij.

De volgende dag gaat Rachel naar het politiebureau en vraagt ze de agent naar de reden van de verdenkingen. Die zwaait met het briefje 'payment for marriage, 190 Nairda'. “Hier: Adé zegt niet gewerkt te hebben, maar kon kennelijk aan geld komen”, zegt hij. “Samen met de 'valse' documenten bracht me dat toch even aan het wankelen”, bekent Rachel. “Inmiddels weet ik dat die 'payment for marriage' de leges was die Adés moeder voor het document van ongetrouwd-zijn moest betalen. Die 190 Nairda was het fenomenale bedrag van zes gulden. Adé had niet durven vertellen dat hij zwart had gewerkt. De documenten waren niet vals, maar Adés moeder was er niet mee naar de Nederlandse ambassade geweest die er een stempel op had moeten zetten. Omdat Adés vader was overleden, heeft zij de documenten ondertekend, terwijl de naam van de vader van Adé er wel onder stond. De vreemdelingendienst vond dat verdacht. Bovendien begon de agent over een recent crimineel verleden van Adé. Toen dacht ik: dit gaat een heel raar verhaal worden. Dit klopt niet. Adé kan niet tegelijkertijd bij mij zijn en in de gevangenis zitten.”

De volgende morgen, 22 mei, brengt Rachel een tas met kleren, een tandenborstel en tandpasta voor Adé op het politiebureau. Ze stopt er een brief bij. “Ik heb geschreven dat ik honderd procent achter hem sta, dat ik hem vertrouw, dat ik van hem hou en dat we er samen wel uitkomen.”

“Die brief heb ik nooit gehad”, verklaart Adé in de kantine van de gevangenis Nieuwersluis. In zijn hand ligt een pareltje in de vorm van een engel. Hij kreeg het in de gevangeniskerk. Aan de engel bungelt een kaartje: “God loves you. So do I.” Adé gniffelt erom: “Dat is tenminste wat.” Diezelfde donderdag waarop Rachel de brief brengt, krijgt Adé bezoek van een agent. Rachel heeft laten weten u niet meer te willen zien”, meldt deze volgens Adé. Adé gelooft hem niet: “Ik ken u pas enkele uren”, antwoordt hij. “Mijn vriendin ken ik al tweeëneenhalf jaar. Ik vertrouw Rachel.” Volgens Adé heeft de agent daarna racistische opmerkingen gemaakt: “Hij zei: 'Wat moeten jullie negers hier? Jullie pakken onze vrouwen af'. De volgende dag kwam dezelfde agent opnieuw in mijn cel. Hij vroeg wie mijn documenten had verstuurd. 'Mijn moeder', zei ik. Hij geloofde het niet. Ik heb toen gezegd alleen nog met mijn advocaat te willen spreken. De agent nam toen een flesje uit zijn zak en spoot daarmee in mijn cel. Hij zei: “Ik kom wel terug als je de waarheid kunt vertellen.” Hij trok de deur achter zich dicht. Ik kreeg het erg benauwd, mijn ogen werden rood. Ik ben over de grond naar de deur gekropen om onder de kier nog wat verse lucht te krijgen. De volgende dag heb ik om een dokter gevraagd. Tien minuten later kwam de agent weer. Hij zei dat ze mij naar de gevangenis in Tilburg zouden brengen. Ik heb geen dokter gezien.”

“Het lijkt natuurlijk een indianenverhaal, dat van die spray”, meent Esmie Masselink, coördinatrice bij het project Uitgeprocedeerden van de stichting voor vluchtelingen en nieuwkomers Nijmegen (VVN). “Maar ik ken Adé al langer en ik heb hem in de gevangenis bezocht. Hij zat er duidelijk vol van. Ik geloof hem.” Ook advocaat Bouman, die Adés zaak samen met zijn collega Van den Berg behandelt, is verontwaardigd. “Ik neem dit verhaal zeker serieus, al neem ik aan dat het een reinigingsspray was. Maar als je die bij iemand in de ogen spuit, zal dat niet prettig aanvoelen.” Het hoofd van de vreemdelingendienst, Gertjan Lucas, ontkent dat in de richting van Adé is gespoten. “Wel is zijn cel met een onschadelijke zeepoplossing schoongemaakt, waardoor hij het benauwd heeft gekregen. En daarom is er wel degelijk een arts bij hem in de cel geweest en die heeft geen onrechtmatigheden geconstateerd.”

Dat de agent gezegd zou hebben dat Rachels liefde voor Adé tanende is, vindt advocaat Bouman onverkwikkelijk: “Kijk, dat ze iemand een beetje onder druk willen zetten, daar kan ik me iets bij voorstellen. Maar leugens vertellen, vind ik wel erg ver gaan.” Esmie Masselink (VVN) zegt dat de vreemdelingendienst paren die een 'verblijfsvergunning bij partner' aanvragen, vaker tegen elkaar uitspeelt: “Ik heb de laatste tijd van drie stellen zo'n verhaal gehoord. Tegen de vrouwen werd gezegd: 'Meisje, hij gebruikt je voor zijn papieren'. Ik ben begonnen dit soort verklaringen te verzamelen.”

Woordvoerder Van Roozendaal van de vreemdelingenpolitie zegt met stelligheid dat de medewerkers van de dienst integer zijn. Dat er racistische opmerkingen zijn gemaakt, kan hij zich niet voorstellen. “We hebben enkele klachten nagetrokken en ze bleken onjuist.”

Op vrijdag 23 mei gaat Rachel opnieuw naar het bureau van de vreemdelingendienst. Ze hoort dat Adé daar niet meer is. Niemand kan haar vertellen waar hij naar toe is gebracht. De volgende dag belt Adé. Hij zit in de Willem II Kazerne in Tilburg.

Maandagavond 2 juni belt Adé weer naar Rachel. “Morgenvroeg moet ik naar de Nigeriaanse ambassade”, is het enige dat hij te melden heeft. Rachel schrikt. “Ik vond het allemaal erg eng worden. Het kort geding over zijn aanhouding moest nog komen, er was nog geen beslissing over onze aanvraag voor een verblijfsvergunning.” Rachel ziet op teletekst dat er op dinsdag 3 juni een KLM-vliegtuig naar Nigeria gaat.

Een agent brengt Adé de volgende dag naar een gebouw op vijf minuten rijden van de ambassade. De consul vraagt Adé waar hij vandaan komt. “Uit Nigeria”, antwoordt Adé. “Toen vroeg hij wat ik kwam doen. Ik zei dat ik dat niet wist. De agent zei helemaal niets. De consul herhaalde zijn vraag een paar keer. Toen hij geen antwoord kreeg, zei hij: 'Dan kan ik niets voor u doen'. Het gesprek duurde vijf minuten. Ik heb toen nog vijf uur in een cel in Amsterdam gezeten, omdat ze daar nog iemand anders op moesten halen.”

Op 4 juni mag Rachel voor het eerst op bezoek bij Adé. Ze twijfelt: “Misschien staat Adé wel op Schiphol, terwijl ik braaf naar Tilburg ga.” Eenmaal toch bij de Tilburgse kazerne mag ze niet naar binnen, omdat ze geen paspoort bij zich heeft. “Ik heb twee keer gebeld om te vragen wat ik mee moest nemen. Over een paspoort is niet gesproken. “Regels zijn regels”, laat het gevangenispersoneel weten.

's Avonds belt Adé. Pas dan weet Rachel zeker dat hij nog in het land is. Ze belooft de volgende dag te komen.

Op 5 juni reikt een medewerker van de Immigratie- en naturalisatiedienst IND een beschikking uit aan Adé. “Hij zei dat het okay, was, dat ik rustig kon tekenen”, zegt Adé, “maar dat durfde ik niet”. De beschikking is negatief: een afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning bij partner. Samengevat: Adé en Rachel zouden geen vaste relatie hebben, Adé zou niet kunnen aantonen ongehuwd te zijn en Rachel zou de kosten voor het levensonderhoud van beiden niet op zich kunnen nemen. Daarom geldt voor Adé dezelfde standaardzin die in alle negatieve beschikkingen aan vluchtelingen en vreemdelingen staat: “Nederland is een dichtbevolkt land en in verband met daaruitvloeiende problemen (. . .) wordt (. . .) een restrictief toelatingsbeleid gevoerd. Er is niet gebleken dat met het verblijf van betrokkene hier te lande een wezenlijk Nederlands belang is gediend.”

Eén van de argumenten is dat volgens het bevolkingsregister Adé niet op Rachels adres staat ingeschreven. Zij zouden 'dus' niet samenwonen. Advocaat Van den Berg: “Dan moeten ze eens vertellen hoe dat zou kunnen, als illegaal. Adé is niet ingeschreven, simpelweg omdat hij niet gelegaliseerd is.”

Op 5 juni bezoekt Rachel Adé in de kazerne: “Het is heel raar om in een gevangenis je eigen vriend op te moeten zoeken. Alsof je ineens de vrouw van een crimineel bent.” Adé geeft Rachel een tekening voor Sjoerd. Omdat Adé de enige is van de acht uitgeprocedeerden in zijn cel die contact heeft met de buitenwereld, hebben zijn celgenoten ook tekeningen voor Sjoerd gemaakt. “Het leek wel of iedereen zich vastklampte aan dat ene lijntje naar buiten”, zegt Rachel.

Op vrijdagochtend 20 juni hoort Rachel dat Adé naar de gevangenis in Nieuwersluis is gebracht. “De mensen zijn hier aardig”, meldt Adé verheugd. Vijf dagen later bezoekt Rachel Adé voor het eerst in Nieuwersluis. “Het was geweldig. Hij was zo blij me te zien. En de bewakers waren erg vriendelijk. Zo'n verschil met Tilburg! Ik denk dat dat komt omdat in Nieuwersluis vroeger totaalweigeraars zaten, dat zijn natuurlijk ook geen criminelen.”

De volgende ochtend, op 26 juni om kwart over zeven, belt Adé naar Rachel. Hij zegt op rustige toon: “Ik moet naar Schiphol.” Rachel raakt volledig in paniek, maar moet wachten tot negen uur. Pas dan is de advocaat bereikbaar. De vreemdelingendienst Nijmegen belt ze ook. Die weten nergens van. Toch regelen zij de uitzetting. Op teletekst ziet Rachel dat het vliegtuig om twaalf uur vertrekt. Ze belt Masselink (VVN). Die weet dat de advocaat een voorlopige voorziening heeft aangevraagd, wat betekent dat Adé het hoger beroep op de negatieve beschikking mag afwachten in Nederland. Masselink: “Ik belde de vreemdelingendienst Den Bosch. Daar zat een behulpzame man. Hij zei: 'Laat ze dat in Nijmegen dan toch eens fatsoenlijk uitleggen'. De voorlopige voorziening bleek bij de rechtbank in Zwolle te zijn aangevraagd. De IND Zwolle heeft op 20 juni een afschrift ervan naar de korpschef in Leeuwarden gestuurd. Omdat die Adé niet kende, belandde het formulier onder een stapel papier, in plaats van dat het bij de vreemdelingendienst Nijmegen terechtkwam?” Op dezelfde 20 juni boekt de vreemdelingendienst Adés reis naar Nigeria. Advocaat Bouman: “Het is wel bijzonder toevallig dat die vlucht geboekt wordt op dezelfde dag waarop het formulier om uitzetting te voorkomen, kwijtraakt.”

Bouman laat de IND-Hoofddorp in allerijl weten dat Adé niet uitgezet mag worden. Adé: “Ik was om tien uur op Schiphol. Twintig minuten later kwam er iemand naar me toe en zei: Je gaat niet. Er is een fout gemaakt.” Al die tijd heeft Adé zich afgevraagd hoe hij uitgezet kan worden zonder reispapieren - de Nigeriaanse ambassade had die immers niet verstrekt. “De bewakers van Nieuwersluis, die me gebracht hadden, lieten me opeens mijn paspoort zien. Ze hadden mijn paspoort! Er was in gescheurd.”

Gertjan Lucas van de Nijmeegse vreemdelingendienst: “Het paspoort is op 12 mei door de douane onderschept en vervolgens na controle op echtheid op 11 juni doorgezonden naar mijn dienst. Omdat we op dat moment toch met die uitzetting bezig waren, dachten we het daarvoor te gebruiken. Dat was voor ons wel zo gemakkelijk. Ik vind niet dat we Adé hadden moeten vrijlaten, zoals zijn advocaat zegt, omdat hij ook vastzit vanwege het gevaar voor onderduiken. En dat gevaar is er omdat hij al heel lang illegaal is.” Hij erkent dat de uitzetting een fout was, maar acht zijn dienst daarvoor niet verantwoordelijk.

Advocaat Van den Berg ziet één voordeel in de hele paspoortaffaire: “Het komt vaak voor dat Justitie zegt: 'Dat paspoort is niet van u, die meneer op de foto, dat bent u niet'. Nu is dat onmogelijk, omdat ze Adé zelf hebben willen uitzetten met dit paspoort.”

Vrijdag 25 juni is Adé weer terug in Nieuwersluis. Op 2 juli bezoekt Rachel hem daar. “Hij was ontzettend depressief en heel kwaad. Ik kon hem niet bereiken. Hij was gefrustreerd en dat reageerde hij op mij af. Ik begon ook aan mezelf te twijfelen, of ik het allemaal wel goed had gedaan. Adé voelde zich vreselijk in de steek gelaten. Door iedereen. Ik zei: Dit moeten we dus niet doen. Dit is precies was ze willen bereiken. We moeten vertrouwen houden in elkaar, anders zijn we nergens meer. Toen we afscheid namen, hebben we vreselijk gehuild. Het was de eerste keer dat we elkaar lieten zien hoe moeilijk we het met die hele zaak hebben.”

Adé is de inzinking inmiddels te boven. Terwijl hij in de bezoekersruimte van Nieuwersluis zijn arm om Rachel slaat, zegt hij: “Ik blijf sterk. Ik put mijn kracht uit de relatie met Rachel. En uit alle kaarten die ik krijg van vrienden. Mijn hele cel hangt er vol mee. Als ik daarnaar kijk, denk ik: misschien houdt de politie niet van mij, veel mensen doen dat gelukkig wel.”

Niet bekend

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden