Verzet tegen landelijk vmbo-examen

Veel vmbo-scholen willen af van het landelijk examen. Dat verhindert hen in te spelen op de behoeften van individuele leerlingen, vinden ze.

Van onze verslaggever

„Wij willen het talent van elke individuele leerling tot zijn recht laten komen. Maar we worden afgerekend op de examencijfers van onze leerlingen. Het een staat haaks op het ander.” Dat zegt directeur Peter Kranendonk van de Haagse vmbo-school Westvliet. Hij wil maatwerk voor zijn leerlingen, maar het landelijk verplichte examen voor het vmbo dwingt hem deels standaardprogramma’s te bieden. Dat levert een ’spagaat’ op, zegt hij.

Kranendonk staat niet alleen. De adviesgroep vmbo, die scholen én het ministerie van onderwijs raad geeft, schat dat bijna de helft van alle vmbo-scholen af wil van dat verplichte landelijke examen. Dat bestaat sinds 2003; vóór die tijd deden leerlingen op de lagere niveaus alleen examens die door de school zelf waren opgesteld. Daardoor was vaak onduidelijk wat een diploma waard was.

Maar vmbo-scholen zijn niet onverdeeld gelukkig met het landelijke examen. Zij hebben als taak leerlingen af te leveren die uit de voeten kunnen in het middelbaar beroepsonderwijs. Veel scholen werken daarom aan een zogeheten doorlopende leerlijn; die begint in het vmbo en eindigt pas bij het halen van een diploma in het middelbaar beroeps onderwijs.

Een examen aan het eind van het vmbo is volgens veel scholen een hinderlijke onderbreking van die lijn. Zij sturen hun leerlingen liever naar het mbo met een ’portfolio’ waarin uitgebreid beschreven staat wat ze kunnen in plaats van met een lijstje met examencijfers.

Het examen dwingt scholen bovendien om vakken te geven op een manier die voor niet alle leerlingen geschikt is. Met name de algemene vakken (zoals Nederlands en maatschappijleer) zijn vaak een struikelblok, zeker voor leerlingen in de praktijkgerichte leerwegen.

Die vakken kunnen beter in samenhang met de praktijkvakken gegeven worden, zeggen schooldirecteuren. „Maar leraren in de algemene vakken willen hun leerlingen klaarstomen voor het examen; die zijn dus vooral bezig hun boek uit te krijgen”, zegt Richard van Ommen, directeur van vmbo-school Westeraam in Elst. „Dat bemoeilijkt de integratie van vakken.”

Het landelijk examen maakt het lastig om onderwijs te bieden dat vmbo-leerlingen aanspreekt, betoogt ook directeur Bart Engbers van het Vader Rijncollege in Utrecht. „Iedereen heeft de mond vol over het grote aantal uitvallers”, zegt hij. „Maar door onze manier van werken scheppen we die uitval zelf.”

Voorstanders van het landelijk vmbo-examen brengen daartegen in dat het examen de beste manier is om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen. „Dankzij dat examen zijn de resultaten landelijk vergelijkbaar”, zegt Bert Bezemer, adjunct-directeur van vmbo-school Hilfertsheem-Beatrix in Hilversum.

Ook de adviesgroep vmbo wil het landelijk examen niet kwijt. Er zijn inderdaad onderwijskundige bezwaren tegen in te brengen, erkent de adviesgroep. Maar leerlingen (en hun ouders) vinden een duidelijk sluitstuk van hun vmbo-tijd belangrijk. Bovendien is het examen volgens de adviesgroep onmisbaar om scholen ’scherp te houden’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden