welvaart

Verzet tegen een koudere wereld

"Een nieuw rechts, dat we voorheen niet kenden, loopt te hoop tegen verlies aan soevereiniteit." Beeld John Beck

Dat de mensen die te hoop lopen tegen het Ceta-handelsverdrag of het Oekraïneverdrag zich niet door honderden pagina's verdragtekst hebben heengeploegd, maakt hun verzet nog niet ongefundeerd. Laat de elite nu eindelijk naar ze luisteren, voor het écht misgaat.

Voor het associatieverdrag met Oekraïne geldt niet veel anders dan voor Ceta, zegt Jan Luiten van Zanden. Een nee-stem tijdens het referendum van dit voorjaar was geen afwijzing van het pak papier waarin Europa en Oekraïne afspreken zich nader te verbinden. Het was een symbolisch verzet tegen een wereld die steeds kouder wordt.

Mensen voelen zich in de steek gelaten en ze hebben een punt, vindt de hoogleraar economische wereldgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Ouders en kinderen weten een ding zeker: volgende generaties krijgen het niet beter. Alle verhalen over de zegeningen van open grenzen en vrijhandel ten spijt, de administrateur, de heftruckchauffeur en de medewerker buitendienst zagen geen extra werk hun kant opkomen.

De afgelopen twintig jaar verdwenen er juist banen naar Azië of ze werden weggeautomatiseerd. Vaste aanstellingen veranderden in flexcontracten van zes maanden of een jaar. Wat kwam er wel hun kant op? Problemen met minderheden, want die trokken hun buurten binnen.

Symbolisch verzet

Hun tegenstem was een symbolisch verzet, meent Van Zanden, tegen een elite die globalisering predikt, maar zich onvoldoende druk maakt over het feit dat niet iedereen ervan profiteert.

"Zestig procent van de stemmers wees het verdrag met Oekraïne af. Dan krijgt het kabinet zo'n duidelijk signaal en dan laat het een half jaar niets van zich horen", zegt Van Zanden. In het zicht van de deadline - de Tweede Kamer had op 1 november duidelijkheid gewild - wrong premier Rutte zich alsnog in bochten om kool en geit te sparen. Van Zanden: "Kansloos, bij voorbaat. Hij kan het niet goed doen. Hij zal in Brussel nooit zeggen 'we blokkeren dat hele verdrag'. En zo voedt hij het ongenoegen onder de nee-stemmers. Het wordt alleen maar erger op deze manier. Je wordt er soms een beetje somber van, ja."

Politici die zeggen dat vrijhandel werkgelegenheid oplevert of economische groei, gelooft men niet meer, zegt Van Zanden. En dat de EU nu de gebeten hond is, heeft ze enigszins over zichzelf afgeroepen. "Brussel is heel erg de boodschapper geworden van vrijhandel, van liberalisering, flexibilisering. En in antwoord op de financiële crisis van de afgelopen jaren heeft de EU niet gezegd: nu gaan we eens goed voor elkaar zorgen.

Nee, Griekenland moest snijden en Portugal zijn overheidstekorten terugbrengen. Misschien tegen wil en dank, want dat zat niet in het oorspronkelijke ontwerp, is de EU nu brenger van slecht, neo-liberaal nieuws." Mensen hebben behoefte aan een warm holletje om in weg te kruipen en zich beschermd te voelen, maar Europa biedt dat niet.

Toch zou het een ramp zijn als we de Europese samenwerking loslaten, zegt de hoogleraar. "Dan zul je pas merken wat het economische effect ervan is, maar dat verhaal resoneert niet meer."

Tekst loopt door onder afbeelding.

Premier Mark Rutte Beeld anp

Battle of Seattle

Twintig jaar geleden was het verzet tegen globalisering en vrijhandel onversneden links. Het waren vakbonden, anarchisten, studenten, consumentenclubs en milieu-activisten die in 1999 met tienduizenden naar Seattle trokken om te voorkomen dat de Wereldhandelsorganisatie daar kon vergaderen. Keien vlogen door de winkelruiten, politiewagens werden in elkaar gebeukt en kruispunten van de Noord-Amerikaanse stad bezet.

De anti-globalisten vochten hun Battle of Seattle tegen de immer groeiende macht van multinationals en het grootkapitaal die zich, zo luidde de aanklacht, in hun honger naar nog meer geld aan geen arbeidsrecht of milieuwet iets gelegen lieten liggen. Niemand had ze nog onder controle.

Sindsdien, zegt antropoloog Don Kalb, heeft rechts zich gevoegd in dat protest. "Een nieuw rechts, dat we voorheen niet kenden." Het maakte zich een deel van de linkse agenda eigen: ook dit nieuwe rechts - zie Victor Orban in Hongarije, zie Jaroslaw Kaczynski in Polen, maar ook de Brexiteers in Groot-Brittannië en Geert Wilders in Nederland - loopt te hoop tegen het verlies aan soevereiniteit, aan zeggenschap, aldus Kalb, die hoogleraar is aan de Central European University in Boedapest en onderzoeker aan de Universiteit Utrecht.

Al is op de rechtse protestborden 'Weg met Monsanto' vervangen door 'Weg met Europa'. Want wat heeft de gewone man te verwachten van de neo-liberale kliek in Brussel, die hij niet eens kan wegstemmen, maar die ondertussen wel zijn belangen verkwanselt door alle grenzen wagenwijd open te zetten?

Dat nu burgers ter linker- én ter rechterzijde spugen op globalisering, dat danken de politieke elites helemaal aan zichzelf, vindt Kalb. Het waren neo-liberale politici als de Amerikaanse president Reagan en de Britse premier Thatcher die het idee populariseerden van één grote wereldeconomie, waar bedrijven en investeerders geen strobreed in de weg werd gelegd, zodat die konden groeien en bloeien en zo de mensheid in hun vaart opzwepen. Maar ook links - 'rechtse PvdA'ers' - viel voor dat neo-liberale ideaal.

En nooit hebben die vrijemarktdenkers enige concessie gedaan aan de mensen die vroegen om een socialer en democratischer vorm van globalisering. "We doen nu alsof we altijd al wisten dat een grote meerderheid van de bevolking niet profiteerde van globalisering, maar tot 2008 was dat hoogst omstreden", zegt Kalb.

Dus zette Den Haag geen grootse werkgelegenheidsprogramma's op in krimpgebieden in Limburg of Groningen. "Nee, Nederland is een prachtig geval. Dat mag je niet eens een verzorgingsstaat meer noemen, daar is de participatiesamenleving afgekondigd. Iedereen moet nu heel hard rondrennen op zoek naar nieuwe baantjes voor zoveel maanden of zoveel weken. En zich steeds opnieuw scholen. En zelf zorgen voor zijn oude moeder.

Natuurlijk is dat bedreigend." Dus zet de demonstranten tegen een vrijhandelsverdrag met de Canadezen niet opzij als mensen die de rest van de wereld niets kan schelen, zegt Kalb. Zij maken zich juist zorgen over een wereldgemeenschap die afglijdt naar een wereldhandelsgemeenschap, waar niet de burger maar het kapitaal het voor het zeggen heeft.

Tekst loopt door onder illustratie.

Beeld John Beck

"En gelijk hebben ze. Burgers kunnen er ook niets aan doen dat er geen democratische wereldfora zijn, waar ze tegenmacht kunnen organiseren en waarvoor ze hun stem kunnen uitbrengen. Er zijn enkel nationale staten. Dat is een fundamenteel probleem van de globalisering. De EU had dat moeten oplossen, maar heeft dat niet gedaan. Geleidelijk aan realiseren mensen zich 'dit is gewoon shit! Dit werkt niet voor mij'."

Verbaasd ziet Kalb aan dat zelfs nu die gevoelens van onzekerheid zich vermengen met xenofobie en intolerantie en turbulent en gevaarlijk worden, er in Nederland geen discussie losbarst over de lessen die uit de verzorgingsstaat te trekken zijn. Over de vraag of de overheid een gevoel van geborgenheid onder de burgers terug kan brengen. "Er is niets irrationeel aan het verlangen naar geborgenheid. Politici die dat wegwuiven, begrijpen er helemaal niets van. Want wat is politiek? Dat ís gemeenschappen formuleren, grenzen stellen, de kwaliteit van gemeenschappen bewaken."

Protectionisme

Halverwege de negentiende eeuw was er een eerdere golf van globalisering. Groot-Brittannië had zich een wereldrijk bijeen gekoloniseerd, was de dominante economie en had belang bij vrijhandel, zegt Jan Luiten van Zanden. "Tussen 1850 en 1870 ging heel Europa daarin mee."

De terugslag volgt in de jaren zeventig en tachtig. In Duitsland kwamen boeren in opstand; kleine boeren die de concurrentie met grote landbouwbedrijven in Amerika niet aan konden. "In die tijd werkte 50, 60 procent van de bevolking in de agrarische sector. Als die het ergens niet mee eens was, had je meteen een groot deel van de bevolking tegen je."

Maar ook Duitse industriëlen bepleitten protectionisme. Andere landen volgden. Nationale kortetermijnbelangen stelde men voorop, economische samenwerking zag men niet meer zitten, aldus Van Zanden. Politieke partijen organiseerden zich op dat protectionistische programma. Eigen volk eerst. De golf van nationalisme die door Europa trok, is een van de spanningen die uitmondt in de Eerste Wereldoorlog, aldus de historicus.

Maar trek maar eens een les uit het verleden en stuur er het heden op bij. Dat pakt niet per se goed uit, zegt Van Zanden. "We hebben geleerd uit de crisisjaren dertig van de vorige eeuw dat je banken niet zo maar over de kop moet laten gaan, in het volle vertrouwen dat de markt wel weer voor orde zorgt. Dat heeft in de jaren dertig alles ontregeld en geleid tot de grootste crisis die je je maar kunt voorstellen. Dus hebben overheden banken de afgelopen jaren gered en is de crisis na 2008 niet heel erg diepgaand geweest."

Omdat we die crisis niet hebben laten doorwoekeren, zijn we die nu alweer vergeten, zegt Van Zanden, en we voelen niet de noodzaak om zaken drastisch anders te organiseren. "Dat was wel wat er gebeurde in de jaren dertig. Het kapitalisme moest beteugeld, banken moesten op de schop." De Amerikaanse president Roosevelt kwam al voor de Tweede Wereldoorlog met zijn New Deal, die daarin voorzag. "In Nederland gebeurde het na de oorlog, met de Stichting van de Arbeid, de nationalisatie van De Nederlandsche Bank in 1948, en strengere regels voor banken."

Voor de elite van nu is er niet zo'n urgentie om het roer om te gooien, ziet hij. "Behalve de populistische uitdaging, maar die heeft nog niet geleid tot antwoorden op de problemen waar we nu mee zitten."

Don Kalb (1959)

Het werk van de antropoloog Kalb richt zich op globalisering, nationalisme, klasse en de geschiedenis van arbeid. Voor hij in 1996 uit Nederland vertrok deed hij onder meer onderzoek naar Brabantse arbeidersgezinnen. Hij noemt zichzelf ‘een linkse jongen’. Kalb werkt nu aan de Engelstalige universiteit in Boedapest, Hongarije.

Wachten op een nieuw idee

En nu dan? Het is wachten op een mooi, nieuw idee, vreest Don Kalb, dat krachtig genoeg is om bakens te verzetten. "De trend is heel duidelijk: we zitten in een fase van populistisch afgedwongen desintegratie van transnationale verbanden. Een groeiende groep mensen gooit de kont tegen de krib. Zolang politici niet weten hoe ze daarmee moeten omgaan - en dan bedoel ik niet de mensen er een procentje bijgeven, maar zaken grondig anders aanpakken - duurt dat voort."

Jan Luiten van Zanden is al even somber. "In de jaren na de oorlog had je het Keynesianisme, een ideologisch systeem dat duidelijk maakte: de overheid moet helpen anders wordt het nooit wat met de economie. Dat heeft 25 jaar goed gewerkt. Het neo-liberalisme had een precies tegenovergestelde ideologie. Was ook consistent, heeft een tijdje gewerkt.

Nu zie ik alleen de duurzaamheidsagenda, maar daarmee keer je het ongenoegen onder de bevolking niet. Wilders' favoriete stemmers Henk en Ingrid zijn niet met duurzaamheid bezig, dat heeft geen prioriteit. Dus is die agenda voor een kleine elite interessant, maar als richtinggevende ideologie zou die de sociale spanningen alleen maar vergroten. Voor Henk en Ingrid zit er niets in."

Jan Luiten van Zanden (1955)

Het onderzoek van economisch historicus Van Zanden naar welvaart en welzijn in internationale context wordt veel aangehaald - en nagevolgd - door vakgenoten. Zijn doel, zegt hij zelf, is om langetermijnontwikkelingen in de wereldeconomie in beeld te brengen om zo de historische wortels te zien van wat er nu om ons heen gebeurt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden