Verzekeringspolis van de aarde

De zadenbank op Spitsbergen kan een wereldramp overleven. Maar bij de oorlog in Syrië komt ook hij van pas.

De bedenker van de wereldzadenbank zou als een tevreden man sterven, zei hij ooit, als zijn grafsteen kon vermelden dat hij de geestesvader was van iets volstrekt onzinnigs. Zeven jaar na de inwijding van de Svalbard Global Seed Vault blijkt deze hoop al tevergeefs. De eerste aanvraag voor een zadenback-up kwam afgelopen maand binnen.

Een genenbank in de buurt van het Syrische Aleppo - met een van de grootste collecties aan tarwe- en gerstsoorten - heeft een beroep gedaan op zijn zadenreserve. De bank staat in door rebellen bezet gebied en wordt in zijn bestaan bedreigd. De conservatoren willen hun bezigheden elders voortzetten.

En, zegt Luis Salazar van de stichting Crop Trust die de wereldzadenbank beheert: "Hoe cru ook: hiermee is de noodzaak van ons zadenreservaat bewezen".

De Svalbard Global Seed Vault staat aan een randje van de aarde. Althans: volgens Willem Barentsz, de waaghals die in 1596 koers zette naar het einde van de wereld. Hij strandde bij een eilandengroep, een kleine 600 kilometer ten noorden van Scandinavië. Een grillig en besneeuwd gebergte belemmerde Barentsz zijn doorvaart. 'Spitsbergen', doopte de ontdekkingsreiziger het landschap passend. En zo staat de archipel nog steeds te boek.

Sinds de Middeleeuwen kent de wereld geen einde meer. Maar als iemand toch een einde moet aanwijzen, dan is het wel hier. Longyearbyen, met circa 2000 inwoners de grootste nederzetting op Spitsbergen, is de meest noordelijke bestemming van de reguliere luchtvaart. De eerstvolgende plek waar een zeevaarder noordwaarts de mogelijkheid heeft aan te meren is de Noordpool.

Dit niemandsland herbergt de verzekeringspolis van de aarde. Op een temperatuur van -18 graden Celsius liggen hier bijna 2 miljoen verschillende zadensoorten opgeslagen. Het is de som van de collecties van tientallen publieke en private genenbanken. De Keniaanse Nobelprijslaureaat Wangari Maathai beet in 2008 het spits af door een doosje rijstzaden in bewaring te geven. Sindsdien worden vanuit alle windstreken reservekopietjes naar de kluis op Spitsbergen gestuurd.

Inmiddels ligt hier het zaad van 2000 soorten rijst en 4500 soorten aardappels. Tarwe, gerst, bataat en broccoli. Peren en appels, vijgen en noten. Linzen. Elke soort die een mens zich kan bedenken. In honderden gedaantes. Verschillende kleurtinten, vormen, substanties, bestand tegen verschillende condities.

"Een bibliotheek", zegt Salazar, "van duizenden jaren aan gewassenveredeling en voedseldiversiteit." In het hart van het gebergte, verscholen achter een rotswand en slechts bereikbaar via een 130 meter lange tunnel, afgeschermd van al wat zich in de buitenwereld afspeelt. Ontworpen door het Noorse ministerievan defensie.

Rijen en rijen stellingkasten staan er. Met honderden opbergbakken, twaalf per stelling en alfabetisch gerangeerd. Iedere nationale of regionale genenbank heeft zijn eigen 'zwarte doos'. Deze worden weliswaar door de noordelijke zadenkluis beheerd, maar blijven altijd in het bezit van het instituut van herkomst.

In een van die dozen zit de zadenback-up van het CGN, de Nederlandse genenbank. Met vooral groentegewassen. De directeur van het CGN Bert Visser somt op: wortels, tomaten, komkommers, paprika's, pompoenen en uien. "Het zijn niet per definitie Nederlandse soorten. De meeste zijn ooit gëmigreerd vanuit het Midden-Oosten, Centraal-Azië. Of Amerika: de bonen, de mais, de aardappel. Maar ze zijn in Nederland veredeld."

Zo'n 80 procent van de 25.000 genetische monsters van de Nederlandse zadenbank ligt gedupliceerd in Spitsbergen. Het is een belangrijke langetermijnopslag, zegt Visser. "Op een fysiek en politiek zo stabiel mogelijke locatie."

Zaad dat van het land komt wordt gesorteerd, gelabeld en schoongemaakt. Tot slot wordt het gedroogd tot een vochtgehalte van 5 procent. Droogte en koude, zegt Salazar, zijn de belangrijkste factoren voor het behoud. Ze voorkomen dat het zaad ontkiemt. Afhankelijk van het type kunnen de zaden op deze manier wel tot een eeuw worden bewaard. Een slasoort houdt het een jaar of vijftig vol. De levensverwachting van tarwe en gerst overschrijdt soms zelfs de honderd jaar.

undefined

Geen museum

Salazar: "Om de tien jaar vragen we de genenbanken of ze de levensvatbaarheid van hun zaden willen testen." Want ook bevroren zaad sterft op den duur. Monsters van het zaad gaan terug de grond in. Als minder dan 80 procent ontkiemt, moet de soort worden vervangen door de zaden van een nieuwe aanplant.

"De wereldzadenbank bestaat niet bij gratie van het verzamelen, bevriezen, en vergeten van een gigantische gewassenvariëteit. Het is geen museum. Uiteindelijk gaat het erom dat we de zaden kunnen gebruiken, kunnen aanpassen aan een veranderende wereld."

De 'Doomsday Vault', is de onheilspellende bijnaam die de wereldzadenbank heeft gekregen. De dag des oordeels-kluis. Salazar vindt het een misleidende benaming.

Het is waar: de Svalbard-zadenbank is erop gebouwd een wereldramp te overleven. Zelfs bij de grootst mogelijke doemscenario's, zoals bijvoorbeeld een zeespiegelstijging van tachtig meter, zijn de zaden nog beschermd. De kluis moet tienduizend jaar meegaan.

Maar de acute gevaren zijn minder apocalyptisch. Plagen, natuurrampen, oorlog, de gevolgen van klimaatverandering, om talloze redenen kan de collectie van een regionale zadenbank op het spel komen te staan.

Zo is tijdens de omverwerping van de Taliban in 2001 de Afghaanse zadenbank verwoest. Daarmee is ook een groot deel van hun agrarisch erfgoed verloren gegaan: eeuwenoude walnoot- en amandelsoorten, perziken, pruimen, abrikozen. De Filippijnen is zijn zadenbank kwijtgeraakt aan overstromingen. Die van Nicaragua heeft een aardbeving niet overleefd. De Iraakse genenbank, met een unieke collectie aan Mesopotamische kikkererwt- en linzensoorten, is tijdens de Amerikaanse invasie in 2003 gebombardeerd.

Verwaarlozing is net zo goed een oorzaak van verval. In sommige landen stopt simpelweg de subsidiestroom. Zadenbanken worden overgelaten aan de tand des tijds. 'Als dinosauriërs' sterven op die manier hele gewassensoorten uit, zegt Salazar.

Maar waarom is het behoud van al die honderdduizenden, soms decennia oude gewassen, zo essentieel? Waarom nemen we geen genoegen met wat onze huidige boeren jaarlijks aanplanten en oogsten? Salazar: "Landbouwgewassen zijn het resultaat van menselijke selectie. Hun evolutie ligt daarom ook in onze hand." En voor die evolutie is de grootst mogelijke diversiteit van belang. Want: "We weten niet waar we in de toekomst tegenaan lopen."

Dus behoeven we een bibliotheek met alle bedenkbare planteigenschappen. Zoals de kleuren van de regenboog, zegt Salazar. We hebben álle kenmerken nodig. Zodat we onze gewassen kunnen aanpassen aan een nieuw milieu, aan nieuwe omstandigheden. "We moeten méér monden voeden, met minder grond, minder bemesting, minder water, en in veranderende temperaturen."

Welke rijstsoort overleeft overstromingen? Welke droogtes, welke kou? In de zadenbibliotheek moet het antwoord schuilgaan voor de boeren van de toekomst. Visser van de Nederlandse genenbank voorziet een voortschrijdende afhankelijkheid tussen landen en hun zadencollecties. "Tarwegras dat nu in Noord-Frankrijk groeit zal het over honderd jaar waarschijnlijk beter doen in Nederland."

Klimaatverandering heeft wereldwijde gewassenverschuivingen tot gevolg. In de Peruaanse landbouw is klimaatverandering nu al zichtbaar. "Boeren moeten steeds hoger de berg op om hun aardappelrassen te verbouwen", zegt Visser. "Daar zit een plafond aan: op een gegeven moment staan ze op het topje van de berg en kunnen ze geen kant meer op."

De Svalbard Global Seed Vault op Spitsbergen. De kluis is te bereiken via een tunnel van 130 meter.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden