Verzekeraars zijn de fraude zat

Het tillen van de auto- of reisverzekering is volkssport nummer twee, na belastingfraude. ’Het loopt de spuigaten uit.’

Iedereen kent wel een oom of een buurman – of misschien wel een vader – die op een verjaardag uitgebreid uit de doeken doet hoe slim hij de verzekering heeft getild. Die zijn gestolen horloge van 150 euro voor 250 euro claimt, of bij een brand veel meer als vermist opgeeft dan er werkelijk in huis aanwezig was.

„Het zijn helaas maar al te bekende verhalen”, verzucht Lex Westerman, adviseur fraudebestrijding bij het Verbond van Verzekeraars. „Fraude is van alle tijden, maar het loopt nu de spuigaten uit. Verzekeringsfraude is na het tillen van de belastingen volkssport nummer twee aan het worden. Men vindt het gewoon niet erg. In ieder geval minder erg dan winkeldiefstal of zwartrijden in het openbaar vervoer.”

Kennelijk wordt de verzekeraar beschouwd als een grootverdiener die in een ver glazen paleis woont en die af en toe best een pootje mag worden uitgedraaid. Jaarlijks tillen Nederlanders voor 900 miljoen euro hun verzekeringen. Daarbij gaat het met name om schadeverzekeringen: brand- en inboedel-, reis- en autoverzekeringen. Eén op de tien landgenoten doet eraan mee. Bij reisverzekeringen dient zelfs één op de zes Nederlanders jaarlijks een ’foute’ claim in. De pakkans is amper één procent. Dat zet vele mensen er steeds weer toe aan om te frauderen. Ruim de helft van de oplichters doet het voor het eerst, erop rekenend dat ze niet door de mand vallen.

„We gaan er nu paal en perk aan stellen”, zegt Westerman. „Maatschappelijk en bedrijfseconomisch is een fraude van bijna een miljard euro onaanvaardbaar. De pakkans moet dit jaar zijn vertienvoudigd.”

Waarom gebeurt dat nu pas? „We zijn er natuurlijk al langer mee bezig, maar we gaan nu allerlei maatregelen onder dezelfde paraplu brengen. Daar komt bij dat de integriteit van de financiële sector actueel is. Er zijn nieuwe regels gekomen en ook de toezichthouders laten zich meer gelden. In dat kader kijken we nadrukkelijk naar fraudebestrijding. Het valt ook in een betere bedding. Het normen-en-waardendebat draagt eraan bij. Bovendien heeft dit kabinet van financieel-economische fraude een speerpunt gemaakt.”

Ondanks de aangezwengelde discussie over normen en waarden geeft de tijdgeest iets anders aan. De moderne mens lapt financiële terughoudendheid aan zijn laars. Schulden maken, rood staan, men maakt zich er niet meer zo druk om. De verzekering tillen is een volgende stap. Daar is lastig tegenin te roeien. „Dat is waar”, zegt Westerman. „Maar we kunnen niet anders dan doorgaan met de bestrijding van fraude.”

Is het ook niet zo dat de kosten van fraudebestrijding de opbrengsten overtreffen en dat daarom de verzekeraars de zaak op zijn beloop laten? „Nee”, zegt Westerman nadrukkelijk. „Opsporen van financiële fraude is inderdaad ingewikkeld, maar het loont nog steeds. Niet voor niets breiden verzekeraars hun fraude-afdelingen fors uit.”

De voormalige ombudsman voor verzekeringen Jan Wolter Wabeke wees er vorig jaar op dat verzekeraars nog te vaak onduidelijke verzekeringen leveren, met te veel kleine lettertjes die bijna geen mens leest. Uitsluiting van uitkering is soms onredelijk, aldus Wabeke. Veel klachten gaan over afgewezen schadeclaims, blijkt uit een inventarisatie van het nieuwe Klachteninstituut financiële diensten (Kifid) waar Wabeke nu als ombudsman fungeert.

Ook de Consumentenbond wijst op te ingewikkelde verzekeringen. Klanten die schade claimen, krijgen geen uitkering omdat het net niet binnen de voorwaarden past. Dat kleine-lettertjes-gevoel die onredelijkheid bij mensen oproept, zou wel eens fraude kunnen uitlokken. Westerman verheelt niet dat zeker ook de hand in eigen boezem wordt gestoken. „Wij zeggen tegen onze bedrijven: wees vooral transparant. Kom met simpele producten die niet fraudegevoelig zijn. Vertel ook dat je met fraudebestrijding bezig bent.”

Waarom is men daar nu zo huiverig voor? „Het zijn toch je klanten. Daar wil je niet als een schoolmeester tegen optreden. Maar buiten kijf staat dat verzekeraars in eigen huis alerter worden. Het zit steeds beter tussen de oren. Men vraagt zich meer af: waar ging het mis? Bij het Verbond van Verzekeraars is nu een speciaal centrum voor bestrijding van verzekeringsfraude ingericht voor informatie-uitwisseling tussen verzekeraars. Daar is ook een waarschuwingslijst met fraudeurs beschikbaar voor de hele branche.”

Westerman verhaalt verder van een betere samenwerking tussen verzekeraars, politie en brandweer. „Voorheen werkten we langs elkaar heen. Nu gaan we mét elkaar werken. Dat ligt voor de hand ja, maar tot voor kort was die samenwerking niet mogelijk. We mochten, bijvoorbeeld bij een brand, niet beschikken over de rapporten van de politie, ook niet als duidelijk was dat de verzekering werd geflest. Zodoende konden we alleen beperkt onderzoek doen. Sinds 1 januari van dit jaar is dat verbod uit de wet gehaald. In de regio Limburg gaan we nu met de politie een proef doen. Kijken hoe het gaat als we wel samen optrekken.”

Van de bijna een miljard euro fraude is twee derde aan particulieren toe te schrijven. Tachtig procent betreft kleine bedragen, onder de 10.000 euro. Daarbij is de autoverzekering verreweg het meest betrokken, met de reisverzekering als goede tweede. Westerman vertelt van een succesvolle proef om fraude met reisverzekeringen te bestrijden. „Claims waarmee duidelijk was gesjoemeld hebben we gelijk doorgestuurd naar het Openbaar Ministerie. De officier van justitie heeft snel daarop de fraudeurs boetes opgelegd van twee maal het onterecht geclaimde bedrag. Wat bleek: acht van de tien die een acceptgiro in de bus kregen, betaalden meteen. Dit lik-op-stukbeleid willen we nu gaan uitbreiden naar alle schadeverzekeringen.”

Zoiets kost wel veel overleg, erkent Westerman. „Lik-op-stuk straffen gaat buiten de rechter om, net zoals dat al gebeurt met kleine verkeersovertredingen. Dat moet goed geregeld worden. Het staat al wel op de agenda van de procureurs-generaal.” Maar deze zomer de pakkans zien vertienvoudigd, is dan wel een illusie. „Dat blijft een opgave, ja.”

Over een andere proef, die met een stemanalyse, is de fraudebestrijder niet echt enthousiast. „Er is nog gerede twijfel over de waarde van zo’n analyse. Daarbij wordt de stem van degene die een schade meldt en geld claimt geanalyseerd op bijzondere trillingen. Maar het gaat vaak om mensen die iets naars is overkomen. Dan gaat je stem allicht iets meer trillen.”

Een profiel van de oplichters is lastig te geven, weet Westerman. „Het zijn mensen tot zo’n 45 jaar, voor het merendeel mannen. Maar daarna wordt het moeilijk. Fraudeurs en niet-fraudeurs verschillen niet op de sociale normen die men er op na houdt. Het is een allemansdelict, het komt in alle beroepen en in alle inkomensklassen voor.”

Ondanks alle mitsen en maren willen de verzekeraars de komende tijd ’stevig naar buiten komen’ met hun fraude-aanpak, vertelt Westerman tot slot. „Hoe is nog niet geheel duidelijk, maar we willen op vele plekken onze neus laten zien. We zijn al aanwezig in reis- en opsporingsprogramma’s op de tv. Onze ambitie is groot. We willen dat er op verjaardagen niet meer wordt gepocht over het tillen van verzekeringen, maar wordt gesproken over de acceptgiro die je van Justitie krijgt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden