Verzameling oude Europese meesters eindelijk weer onder één dak

BERLIJN (ANP) - In Berlijn gaat eind deze week de Gemüldegalerie open, het nieuwe onderdak voor een van de belangrijkste schilderijencollecties ter wereld. De verwachtingen zijn hooggespannen. 'Het museum van de duizend meesterwerken' is een bijnaam, en het geldt nu al als 'het Duitse Louvre'.

De bouw duurde zes jaar en verslond ruim driehonderd miljoen gulden. Maar voor het eerst sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog is de verzameling van oude Europese meesters weer onder één dak te zien. Het museum toont permanent bijna duizend kunstwerken van de 13de tot de vorige eeuw.

Zwaartepunt vormen behalve de Italiaanse schilderskunst de Nederlandse, Vlaamse en Hollandse meesters. Museumdirecteur Jan Kelch, die jaren in Nederland doorbracht, geldt als een van de specialisten op dat gebied.

De basis voor de uiteindelijke verzameling van 2700 werken is in de 17de eeuw gelegd door de Grote Keurvorst Frederik Willem. Door de Tweede Wereldoorlog en de daaropvolgende Duitse deling viel de wereldberoemde Pruisische collectie uit elkaar. Een deel ging verloren, een deel keerde in Oost-Berlijn terug, een ander deel kwam in West-Berlijn in een oorspronkelijk als Aziatisch museum bedoeld complex. Meteen na de Duitse eenwording in 1990 gingen stemmen op om de verzamelingen weer samen te voegen.

“Bij de Gemüldegalerie gaat het om de laatste grote Duitse vereniging”, meent Matthias Wellmer, de rechterhand van directeur Kelch. Uit West-Berlijn komt bijvoorbeeld het werk 'De spreekwoorden' uit 1559 van Pieter Brueghel de Oudere, uit Oost-Berlijn Peter Paul Rubens' 'Christus overhandigt de heilige Petrus de sleutels van de hemelpoort' (1613/15).

Voor Rembrandt en zijn scholieren is een eigen, centraal gelegen zaal ingericht. De voormalige trots van het museum, de nu niet meer aan Rembrandt toegeschreven 'Man met de gouden helm', hangt in een aangrenzende ruimte.

Het museum vormt de nieuwste aanwinst van het Cultuurforum, een verzameling culturele instellingen in West-Berlijn, vlakbij de voormalige Muur. Bekendste gebouwen zijn de Berliner Philharmonie van architect Hans Scharoun en de Neue Nationalgalerie (Ludwig Mies van der Rohe).

Eigenlijk was het de bedoeling dat Rolf Gutbrod de Gemüldegalerie zou ontwerpen als vervanging van het Aziatisch museum, maar zijn museum voor toegepaste kunst in het Cultuurforum bleek een onvergeeflijke misstap. De opdrachtgevers kozen in 1986 uiteindelijk voor de architecten Christoph Sattler en Heinz Hilmer. Zij lieten zich inspireren door de classicistische 19de eeuwse bouwmeester Leo von Klenze. Na de Duitse hereniging ontstonden er plannen voor een vestiging in Oost-Berlijn, maar uiteindelijk bleef het museum bij het Cultuurforum.

De bezoeker van de Gemüldegalerie betreedt het museum door een rotonde met een veelhoekige lichtkoepel van glasstenen. Op de ronde ruimte volgt een enorme hal met slanke zuilen en tientallen lichtkoepeltjes.

Om deze hal zijn achttien zalen en 35 kabinetten met de grote en kleine schilderijen gegroepeerd. In het complex is een oude villa opgenomen, compleet met de kogelgaten van de oorlog in de façade.

Praktisch alle grotere schilderijen zijn uitsluitend met daglicht belicht. Alleen voor de vroege en late uren in de winter wordt kunstlicht gebruikt. De architecten streefden naar eenvoud. Rechterhand Wellmer: “Na alle scheve wanden in talrijke moderne musea, doet de Gemüldegalerie een stapje terug ten gunste van de tentoongestelde kunst”.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden