Verzamelaars met lef

Het Joods Historisch Museum in Amsterdam laat zien wat drie Joodse verzamelaars hebben betekend voor de kunstwereld.

Wat zouden musea zijn zonder eigenzinnige verzamelaars? Op momenten dat zij nog niet in beeld waren kochten zij werken van bijzondere kunstenaars, van schilders die in latere tijden grote bekendheid zouden genieten. Het Gemeentemuseum in Den Haag zou niet zo’n grote verzameling van Mondriaans hebben gehad als een zekere Salomon Slijper bij zijn dood niet 122 schilderijen, 74 tekeningen en 1 prent aan dit museum had nagelaten.

Het Joods Historisch Museum in Amsterdam laat in de tentoonstelling ’Gedurfd Verzamelen. Van Chagall tot Mondriaan’ zien wat drie Joodse verzamelaars, Andries van Wezel, Willem Wolff Beffie en Salomon Slijper, hebben betekend voor de kunstwereld. Een bezoek aan het kleine museum kan een mooie combinatie vormen met een bezichtiging van de tentoonstelling ’Van Matisse tot Malevich’ op letterlijk een steenworp afstand. Ook de Hermitage Amsterdam laat de betekenis zien van twee verzamelaars, de Russen Sergei Sjtsjoekin en Ivan Morozov, die eveneens in het begin van de vorige eeuw prachtige verzamelingen van West-Europese kunst aanlegden.

In een interessante expositie brengt het Joods Historisch museum het verhaal van de Joodse verzamelaars die in de eerste helft van de vorige eeuw het lef en de visie hadden om niet zo bekende kunstenaars te steunen, door het aankopen van hun doeken, of door hen als mecenas te dienen. Van Wezel (1856-1921), een liefhebber van George Breitner en Isaac Israels, steunde de bevriende schilders Eduard Karsten en Willem Witsen.

Beffie (1880-1950), die Chagall al ontdekte voordat hij werd bewonderd en die persoonlijke relaties onderhield met Kandinsky, heeft als weldoener veel betekend voor Henri le Fauconnier.

En Slijper (1884-1971) heeft financieel veel gedaan voor Mondriaan, met wie hij regelmatig ging dansen, drinken en biljarten in het Larense etablissement Hamdorff.

Het Joods Historisch Museum kreeg het idee om aandacht te besteden aan Joodse verzamelaars toen het in 2002 een tentoonstelling had over Marc Chagall. Het kreeg van het Stedelijk Museum in Amsterdam drie werken van Chagall in bruikleen die afkomstig bleken te zijn uit de verzameling van Willem Wolff Beffie. Een familielid van Beffie kwam toen met twee zwarte schriftjes aanzetten, waarin aantekeningen stonden over ruim vijfhonderd andere kunstwerken die Beffie in bezit had gehad.

De nieuwsgierigheid was gewekt. Een onderzoek naar deze onbekende verzamelaar werd op touw gezet, met als gevolg de huidige tentoonstelling ’Gedurfd Verzamelen’ en een lijvig boek (en catalogus), waarin experts aandacht besteden aan de tot nu toe onderbelichte rol van Joden in het stimuleren en verzamelen van kunst in Nederland.

De drie Chagalls van Beffie hangen nu weer in het museum naast werken van Jawlensky, Klee en Jan Sluijters. De naam Willem Wolff Beffie zal weinigen iets zeggen, maar deze rijke diamantair bracht tussen 1912 en 1918 een uitzonderlijke collectie bijeen. Hij had intensieve contacten en vriendschappen met leden van de vernieuwingsbeweging Der Blaue Reiter in het Beierse München. Hij kocht veel werken van hen aan. Helaas is de collectie voor Nederland verloren gegaan en wereldwijd verspreid. Een deel er van zou zeker niet misstaan hebben op de tentoonstelling over Kandinsky en Der Blaue Reiter die nu in het Haagse Gemeentemuseum loopt.

De Franse kubist Henri le Fauconnier vormt de kern van Beffie’s verzameling. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was deze Le Fauconnier naar het neutrale Nederland uitgeweken, waar hij met steun van Beffie heeft kunnen doorwerken.

In het Joods Historisch Museum hangen ook een paar werken van Jan Sluijters, zoals de in opvallend rood geschilderde ’Maannacht’ (1912) en de ’Zittende vrouw met ontbloot bovenlichaam’ (1912). Het laatste schilderij hing in de wachtkamer van de praktijk van Beffie’s broer Salomon die arts was in Amsterdam. Patiënten zouden zich destijds nogal hebben gestoord aan de voor een deel blote dame op het schilderij. Ook de loensende blik zorgde voor opschudding: de ogen zouden op een later tijdstip zijn rechtgezet, en weer later zijn teruggezet in de loensstand.

Andries van Wezel was ook diamantwerker en begon met zijn beroep veel geld te verdienen. Hij kon zich op een gegeven ogenblik een huis veroorloven in de rijke Amsterdamse Sarphatistraat (toen in de volksmond Brede Jodenstraat genoemd). Hij stelde het open voor kunstenaars. Voor enkelen van hen was hij een ware weldoener: hij kocht hun werk en gaf zelfs toelagen. Breitner, Monet, Daubigny, Isaac en Jozef Israels had hij onder meer in zijn verzameling. Van Wezel schonk bij zijn overlijden in 1921 150 werken die in zijn bezit waren aan het Amsterdamse Rijksmuseum.

Naar Salomon Slijper (ook uit een diamantwerkersfamilie) is tot dusverre niet veel onderzoek gedaan. In het Joods Historisch Museum wordt vooral veel aandacht geschonken aan zijn speciale relatie met Mondriaan. Er hangen verschillende werken van Mondriaan op de tentoonstelling. Tijdens de Eerste Wereldoorlog leerden Slijper en Mondriaan elkaar kennen. Beide dandy-achtige mannen hielden van het uitgaansleven, van mooie kleren en waren zeer op elkaar gesteld.

Slijper woonde en leefde vooral in het Gooi. In de zomer van 1915 verbleef hij in een pension in Laren en zag daar voor het eerst een schilderij hangen van Mondriaan dat de schilder als dank voor de genoten gastvrijheid aan de pensioneigenaar had geschonken. Vijftig jaar later zei Slijper over dit schilderij Compositie 6, 1914: „Toen ik dat schilderij zag, dacht ik, voor die strepen zal ik nooit iets kunnen voelen. Maar na zes weken had het schilderij zijn werk gedaan.” Het werk gaf hem een gevoel van bevrijding. Maar hij gaf toe dat het nog jaren duurde voordat hij de Mondriaans werken echt begreep.

Het leven in het Gooi beviel Slijper goed. Hij kocht een boerderij in Blaricum. In deze boerderij heeft hij ook in de oorlogsjaren ondergedoken gezeten zonder dat ook iemand uit de buitenwereld daar iets van afwist. Zijn huishoudster zorgde voor hem, terwijl zijn verzameling opgestapeld lag op de zolder van een van de buren. Diezelfde verzameling is nu grotendeels in handen van het Haagse Gemeentemuseum, dat dankzij deze Salomon Slijper de grootste Mondriaancollectie ter wereld in bezit heeft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden