Verzamelaar uit hartstocht

(Trouw)

Joop van Caldenborgh, voormalig directeur-eigenaar van een groot chemiebedrijf verzamelde zoveel kunstwerken dat er voor de overzichtstentoonstelling in de Rotterdamse Kunsthal een aantal lievelingen moest afvallen. Er blijft meer dan genoeg bijzonder werk over.

Heel veel ’darlings’ heeft hij moeten ’killen’. Joop van Caldenborgh constateert het met een zucht. Want hij houdt van al z’n kunstwerken, „net zoals mijn zes kinderen me allemaal even lief zijn”. Niet voor alle werken die hij zo graag had willen laten zien op de expositie met hoogtepunten uit zijn Caldic Collectie, bleek er plek in de Kunsthal in Rotterdam.

Voor de tentoonstelling die hij zelf heeft ingericht ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van de Caldic Collectie, had Joop van Caldenborgh (70) aanvankelijk honderd werken geselecteerd uit zijn aankopen van de afgelopen tien jaar. Die laten niet alleen een dwarsdoorsnee zien van wat hij heeft verzameld, maar zijn ook een weerspiegeling van de ontwikkelingen in de hedendaagse kunst. Uiteindelijk moesten er toch nog dertig van zijn ’lievelingen’ afvallen, want de wanden helemaal vol hangen wilde hij ook niet. „Dat staat zo opschepperig.” Maar het was wel lastig kiezen, vertelt hij, staand onder een neon sculptuur van de Britse kunstenares Tracey Emin van een vlammend rood hart, dat de bezoeker bij het begin van de expositie verwelkomt. ’I promise to love you’ staat er in gloeiende letters in het hart, tevens de titel van de tentoonstelling. Liefde voor de kunst, dat is de drijfveer waarmee Van Caldenborgh verzamelt. „Het zoeken naar dat ene werk tussen al die andere dat je raakt, waarbij je meteen voelt dat het goed is, net als liefde op het eerste gezicht.”

Afgaand op deze hartstochtelijke liefdesbetuiging verwacht je niet direct een man die jarenlang een groot chemisch concern in de Rotterdamse haven als directeur-eigenaar heeft geleid. En die tussen de drukke bedrijven door en tijdens zakenreizen galerieën indook en kunstbeurzen bezocht en zo in de loop der jaren de grootste particuliere collectie van hedendaagse kunst van Nederland opbouwde. ’Een eenvoudige koopman van chemicaliën met een passie voor kunst’, zo typeerde Van Caldenborgh zichzelf ooit.

Sinds hij de leiding van Caldic Chemie heeft overgedragen aan zijn zoon, kan hij meer tijd besteden aan zijn grote liefde, die begon toen hij als jongen regelmatig naar de Mondriaans in het Gemeentemuseum Den Haag ging kijken. Als puber kocht hij met het geld van zijn krantenwijk zijn eerste kunstwerk aan, van computerkunstenaar Peter Struycken. Die voorkeur kwam, vermoedt hij, voort uit zijn mathematische geest.

In 2002 was er voor het eerst een tentoonstelling te zien over de Caldic Collectie, in het Rotterdamse museum Boijmans Van Beuningen. De toenmalige directeur Chris Dercon had toen de regie en koos achthonderd werken uit die volgens hem illustratief waren voor ’de lef, originaliteit en bovenal de diversiteit en kwaliteit’ van deze collectie. Uit deze expositie rees vooral het beeld op van een veelvraat op kunstgebied. Van Caldenborgh wil net als toen ook nu nog steeds niet zeggen hoeveel werken hij bezit. Dat moeten er vele duizenden zijn. „Hou het maar op een paar duizend”, zegt hij. Driekwart ligt opgeslagen in het depot dat hij onlangs liet bouwen. De rest is verspreid over de kantoren en bedrijven van Caldic wereldwijd, hangt bij familieleden en medewerkers thuis of is te zien op exposities. Zijn beeldencollectie is op afspraak te bezichtigen op landgoed Clingenbosch in Wassenaar, waar hij woont. Twintig vrijwilligers verzorgen er rondleidingen. Daarnaast beschikt hij over een staf van vijf medewerkers die hem helpen bij het beheer van de collectie.

De expositie in de Kunsthal mag dan slechts een fractie tonen van zijn collectie, ze biedt wel een onthullende inkijk in zijn verzamelbeleid. Het barst van de grote namen, van Jan Schoonhoven, Robert Zandvliet, James Turrell en Anselm Kiefer tot Damien Hirst, Louise Bourgeois, Sam Taylor-Wood, Thomas Ruf, Ai Weiwei en Antony Gormley. Videokunst, schilderijen, beelden, installaties, fotografie, alle facetten van de hedendaagse kunst zijn vertegenwoordigd. De vraatzucht van Van Caldenborg lijkt in de loop der jaren eerder toe- dan afgenomen. „Het hebberige was al erg, maar het wordt niet erger, geloof ik. Ik heb nu wel meer tijd om dingen te gaan zien, dus je zou kunnen denken dat ik ook meer tegenkom dat ik de moeite waard vind. Maar ik ben niet koopziek. Het is ook niet zo dat ik tegen elke prijs koop. Ik ben een koopman, onderhandelen zit me in het bloed. En altijd blijft voorop staan dat ik alleen kunst koop die me beroert, verwart, intrigeert. Het moet iets hebben dat je er langer naar wilt kijken, ongeacht wie het gemaakt heeft.”

Van Caldenborgh kan zich dan ook niet voorstellen dat hij nu ineens vaker werk van Nederlandse kunstenaars zal aankopen, nu de overheid drastisch gaat snijden in de kunstsubsidies. „Daar laat ik mijn aankoopbeleid niet door bepalen. Bovendien steun ik al veel jonge kunstenaars. Maar het maakt me niet uit waar ze vandaan komen. Het leeuwendeel van mijn collectie komt overigens uit het buitenland.”

Wat hem wel opgevallen is dat nu de overheid de geldkraan dichtdraait, hem meer verzoeken bereiken voor bijvoorbeeld atelierbezoeken. „Ik krijg elke week een meter post met brieven, boeken en uitnodigingen van galeries, veilingen en voor exposities en atelierbezoeken vanuit de hele wereld. Mijn medewerkers selecteren daaruit wat interessant kan zijn, maar mijn ervaring is dat mijn eigen initiatieven toch het meeste opleveren, in ieder geval meer dan alles wat me toegestuurd wordt. Eerlijk gezegd ga ik er ook liever zelf op uit. Ik ga graag zelf op ontdekkingstocht.”

Op zich is het goed, meent Van Caldenborgh, dat het kunstsubsidiestelsel grondig tegen het licht wordt gehouden. „Want waarom zou de kunst uitgezonderd moeten worden van bezuinigingen? Ik vind dat we doorgeschoten zijn met de subsidies, met als gevolg dat we het normaal zijn gaan vinden dat de overheid overal voor op draait. Er blijft altijd subsidie nodig voor kunst, maar laten we wel zijn, het is wel een vorm van luxe. Persoonlijk vind ik een goede ouderenzorg belangrijker dan het subsidiëren van kunst. Nog afgezien daarvan betwijfel ik of er zonder subsidie minder goede kunst komt, zoals je nu hoort beweren. Ik geloof er gewoon niet in dat kunstenaars beter worden als ze financieel ondersteund worden. Rembrandt moest ook gewoon goede schilderijen maken om te kunnen leven en hij is ook een keer failliet gegaan. Van steun kun je ook gemakzuchtig worden. Er zijn genoeg landen waar de overheid bijna niets doet voor de kunst en die toch een bloeiend kunstleven hebben. Kijk maar naar de Verenigde Staten. Daar is het heel gebruikelijk dat bedrijven en particulieren de kunsten ondersteunen. Alleen kost het wel tijd om die cultuur van geven, die we hier vroeger ook hadden, weer terug te krijgen. Dat krijg je niet in korte tijd voor elkaar Maar we moeten wel met z’n allen werken aan een andere mentaliteit op dit punt.”

Voor de inrichting van zijn tentoonstelling kreeg Van Caldenborgh de vrije hand van de Kunsthal. Het resultaat is een ontdekkingstocht door de wereld van de hedendaagse kunst die je nog lang bij blijft. Niet alleen doordat er zoveel mooie en bijzondere werken zijn te zien, maar ook door de manier waarop ze zijn gerangschikt. Niet volgens strakke kunsthistorische kaders, maar speels, prikkelend en associatief, of volgens kleur of thema. Zo staat een opgezet albino aapje met roodgelakte nagels van Sylvia B. naast een rode compositie van Daan van Golden. Daarnaast bungelt een grote tros rode borsten van glas van Maria Roosen.

Bezoekers volgen een strak parcours dat hen van het ene zaaltje naar het andere voert, waarin ze telkens een andere sfeer beleven. Gaandeweg word je steeds nieuwsgieriger naar wat er in de volgende ruimte weer voor spannends en moois staat te wachten. Van Caldenborgh voert die spanning meesterlijk op, met halverwege een spectaculair muzikaal intermezzo in de vorm van de grootschalige video-installatie Sigh van Sam Taylor-Wood, gemaakt in samenwerking met het BBC Orkest. In een verduisterde ruimte zie je op acht videoschermen de leden van het orkest in hun dagelijkse kleding geconcentreerd wachten op de dirigent. Ze spelen een muziekstuk, speciaal voor Sigh gecomponeerd door Anne Dudley, maar zonder hun instrumenten. Als mimespelers bespelen de muzikanten denkbeeldige violen en blazen op onzichtbare fluiten. Maar de muziek overspoelt je luid en helder.

Was dit niet een mooi slotakkoord geweest van de expositie? Nee, het kan nog adembenemender, laat Van Caldenborgh in de laatste, spierwitte zaal zien, waar de bezoeker een verstilde compositie wacht met onder meer een indrukwekkend drieluik van Anselm Kiefer, drie reliëfs van Jan Schoonhoven en een fragiele installatie van Jean-Marc Bustamante.

Van Caldenborgh: „Ik wil met deze expositie ook laten zien dat je aan kunst ontzettend veel kijkplezier kunt beleven. Vaak wordt er zo diepzinnig en zwaarwichtig gedaan over kunst. Exposities worden dan loodzware exercities, waarbij we ons voortdurend moeten afvragen wat de kunstenaar toch bedoeld heeft. We willen altijd alles maar interpreteren, terwijl kunstenaars zich niet alleen door de wereld laten leiden maar ook schilderen of beeldhouwen omdat ze dat lekker vinden en iets moois tot stand willen brengen. Ze rotzooien soms ook gewoon maar wat aan, om Karel Appel te citeren. Ik wil de bezoekers met deze expositie iets moois en bijzonders laten beleven. Met een glimlach, een feestelijk gevoel moeten ze hier weggaan, omdat ze even helemaal uit de werkelijkheid zijn weg gerukt.”

Joop van Caldenborgh met achter zich de neon sculptuur van Tracey Emin: 'I promise to love you', 2007. ( FOTO ARIE KIEVIT ) Beeld Arie Kievit
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden