Verwoede zoeker vindt bijzondere dingen in zijn tuin

Achteloos in de zak van een colbert, in kranten gewikkeld, of in een cassette van velours. Zo brachten noorderlingen hun tuinvondsten mee naar een beoordelingsavond van archeologische vondsten.

Ellis Ellenbroek

De vader van Hessel Hollema was landschapsarchitect. Hij verliet de tekentafel geregeld voor een ommetje over de Drentse hei. Dat leidde tot de nodige archeologische vondsten. Hessel heeft er een paar bij zich tijdens een beoordelingsavond, afgelopen woensdag op het hoofdkantoor van het Dagblad van het Noorden. „Alleen dingen waar ik bij was toen mijn vader ze vond.”

Uit een kartonnen doos komen drie dolkjes tevoorschijn, een verzameling blauwe kraaltjes uit het Balloërveld en een urn die wonderwel niet uit elkaar valt. Hollema, eigenaar van een bungalowpark in Vlagtwedde, vertelt hoe ze de rand van de aardewerken pot in 1958 uit een heuvel zagen steken. „We groeven hem uit met het trouwbestek van mijn moeder.”

Het Dagblad van het Noorden organiseert in mei in het Muzeeaquarium in Delfzijl een expositie van wat noorderlingen zoal vinden bij het omspitten van de tuin.

Zo’n dertig mensen zijn – aan de hand van opgestuurde foto’s – woensdagavond uitgenodigd. Ze trekken langs een tafel met deskundigen die hun schatten beschrijven en taxeren. Een meneer kwam bij het aardappel rooien een bijltje tegen. Het blijkt afkomstig uit een kindergrafje en is vermoedelijk speciaal gemaakt om aan de dode mee te geven. Provinciaal archeoloog Henny Groenendijk laat het voorwerp liefdevol in zijn handpalm rusten. „Neolithicum”, zegt hij. „Tussen 2900 en 2400 voor Christus.”

De meeste vinders blijken verwoede zoekers. Marten Bolt uit Spijk ging na zijn pensioen met een detector in de weer. Hij heeft onder meer een Engels muntje uit de dertiende eeuw meegenomen en een stempel met een dubbele adelaar. Een gouden mantelspeld liet hij thuis. ,,Je weet maar nooit. Mijn zoekmaatje vond een keer een gouden ring van 650 euro en die is van een tentoonstelling gestolen.”

Ellen Vissia uit Groningen laat een grote scherf, gevonden op Rottumeroog, met een gerust hart achter bij de organisatie. Het blijkt een stukje steelpan uit de zestiende tot achttiende eeuw. Hoewel de vindplaats bijzonder is, is het ding niks waard.

Als de doos van Hessel Hollema aan de beurt is, schudt die triomfantelijk iets uit een klein zilverkleurig buisje. „Dit kiesje hoort er ook bij. Wel leuk, dacht ik.” Het panel heeft meer oog voor de botresten in de urn. „Nauwelijks gecalcineerd”, ziet archeoloog Groenendijk. Wat betekent dat de beenderen niet volledig verbrand zijn. De crematie van de persoon in de urn moet zo rond 700 voor Christus niet helemaal perfect zijn verlopen. „De benen lagen buiten het vuur”, zegt een panellid.

„Prachtig materiaal”, bromt Groenendijk en prijst Hollema om de twee kiekjes die hij ook nog laat zien. Vader Hollema maakte foto’s toen de urn net was opgedolven. Een topstuk is de pot niet. Egge Knol, conservator van het Groninger Museum, noemt het onverbiddelijk een ’wrakke pot’. Fantastisch om thuis te hebben, maar geen museumwaarde. „Het museum heeft al genoeg van die potten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden