Verwerking verlies kind kost tijd

Het verwerken van een moord kost het ene familielid meer tijd dan het andere. Trouw-columnist Sylvain Ephimenco sloeg de plank mis met zijn kritiek op de vader van Marianne Vaatstra. Diens actie tegen asielzoekers verdient vijf maanden na de moord meer begrip.

Het is nu drie jaar geleden dat mijn dochter, Caroline Pino, werd vermoord en als vuil werd weggesmeten langs de RN 188 nabij Orsay in Parijs. Drie jaar waarin ik moest knokken, waarin ik met vallen en opstaan moest leren het leven weer verder te leven.

Het eerste jaar na de moord had ik alle Fransen wel de nek om willen draaien. Terwijl ik toch zo'n vredelievend mens dacht te wezen. Maar ik ging haten. Ik zou nooit meer naar Frankrijk gaan, ons vakantieland. Weg ermee. Ik haatte de Franse taal. Ik besefte wel dat ik generaliseerde en dat ik fascistische uitlatingen deed, precies zoals Le Pen die maakt, maar ik moest het kwijt. Als ik al die frustratie en woede in mezelf had gehouden, had ik mezelf te gronde gericht.

De stroom van geweld die ons dagelijks via de media bereikt, maakte op mij meer dan voorheen diepe indruk, en ik reageerde er veel feller op dan vroeger. Ik registreerde iedere moord, iedere vorm van zinloos geweld en sloeg dat op in mijn geheugen. De wereld bestond alleen nog maar uit geweld. Rond Kerstmis 1997 stuurde ik een ingezonden brief naar Het Brabants Dagblad over geweld dat geweld oproept. Ik realiseerde me dat het in de kersttijd was, de tijd van vrede en goede gedachten. Maar waar moest ik mijn woede op richten, vroeg ik mij af in die brief. Op de dader? Die is niet te vinden en daar wordt ook niet echt naar gezocht. Die gaat dit jaar weer gewoon Kerstfeest vieren. Op de maatschappij? Waarin ik me niet meer veilig voel? Op de mensen om me heen? Die vaak tactloos en zonder begrip reageren? En ik schreef: diep in mijn hart wil ik af van die gevoelens van haat en agressie, diep in mijn hart weet ik dat alleen mededogen het antwoord is op geweld, diep in mijn hart zou ik een vergevingsgezinde houding willen hebben, zodat ik zelfs de moordenaar van mijn kind zou kunnen vergeven. Dat zou een kerstgedachte kunnen zijn. Maar hoe moet ik dat doen?

Dat schreef ik twee jaar geleden. Nu is het drie jaar na de dood van mijn dochter. Weer wordt het Kerstmis en ik ben weer een klein stapje verder op het pad van liefde en mededogen. Toch kan zo'n column als die van Sylvain Ephimenco (in Trouw van 9 oktober) over de woede van de vader van de vermoorde Marianne Vaatstra mij plotseling weer helemaal terug bij af brengen. Met dit verschil dat ik me nu sneller kan herstellen. Daar heb ik dan wel drie jaar lang voor nodig gehad.

Ik citeer uit Ephimenco's column: ,,Marianne is vijf maanden geleden op extreem geweddadige manier om het leven gebracht. Vermoedelijk door een Irakees. Een voormalige asielzoeker. De woede van de vader van Marianne was in de weken na het drama begrijpelijk. Na vijf maanden begint zijn ressentiment en xenofobische rancune weerzinwekkende vormen aan te nemen. Omdat in zo'n tijdsbestek het hoofd wordt geacht de uitspatting van een bloedend hart in toom te kunnen houden.''

De veroordeling van het gedrag van Vaatstra komt arrogant en mensonvriendelijk op mij over, zoals ook Trouw-redacteur Eildert Mulder opmerkt (Trouw, 13 oktober). Ik raad Ephimenco aan eens iets over rouwverwerking te lezen, hoeveel tijd de één nodig heeft en hoeveel dat kan verschillen van de ander. Dan zal hij ontdekken dat het hoofd niet altijd rekening houdt met een tijdspanne van vijf maanden om de uitspattingen van een bloedend hart in toom te houden. In ieder geval gaat het verder dan een column schrijven met de pretentie van een maatschappijkritisch-correcte visie en die te verhaspelen tot een veroordeling van een slachtoffer.

Als lotgenoot van de heer Vaatstra weet ik dat hij nog een lange weg te gaan heeft, dat vijf maanden voor ons een uur kan zijn, dat ook na de moord op je kind het gewonde leven doorgaat en dat na de begrafenis van je dochter jij alleen met een grote leegte verder moet. En dat het aantal mensen dat klaar staat om je met hun harde oordeel om de oren te slaan groter wordt naarmate de tijd verstrijkt. Dat het aantal Ephimenco's groter wordt. En dat het legertje dat achter je staat om je op te vangen en te troosten steeds kleiner wordt.

Alleen degenen die met begrip en liefde reageren op de heer Vaatstra zullen hem uit zijn nachtmerrie kunnen wakkerschudden. Ik heb deze brief geschreven om meer begrip te vragen voor de slachtoffers van geweldsdelicten, want ik kan uit eigen ervaring zeggen dat geweld inderdaad geweld oproept. Er is tijd nodig om weer mild en vredelievend te gaan denken. In dit verband voel ik me verwant met oorlogsslachtoffers, die hun hele leven nodig hebben om het hun aangedane leed een plekje te geven.

Op de begrafenis van mijn dochter eindigde mijn broer zijn toespraak met de woorden: ,,Geef ons tijd, Caroline, Geef ons tijd. Tot de morgen komt!''

Wil Vreeburg verloor drie jaar geleden haar dochter Caroline Pino door moord in Frankrijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden