Verwarring over kansen op herhaling zedenmisdrijven

Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen, Corinne Dettmeijer-Vermeulen.Beeld ANP

De behandeling van zedendelinquenten gaat soms niet goed. Dat komt door misverstanden in de justitiële keten.

Stel, een verdachte van een zedendelict levert na een onderzoek door de psycholoog of psychiater een ‘gemiddeld risico’ op voor de samenleving dat hij weer in de fout gaat. De reclassering denkt ook aan een ‘gemiddeld risico’ en baseert daar haar advies aan de officier van justitie op. De officier heeft ook een ‘gemiddeld risico’ in het hoofd en eist voor de rechter een straf met een vorm van behandeling die daarbij past. De rechter houdt het na het zien van de verdachte en het horen van de eis ook daarop. Hadden die vier schakels in de strafrechtketen het nu over hetzelfde ‘gemiddelde risico’? De kans is groot van niet. En dat heeft grote consequenties voor de samenleving.

 Verregaande consequenties

Dat blijkt uit een onderzoek dat is uitgevoerd door de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen onder 221 psychologen en psychiaters, reclasseringswerkers, officieren van justitie en rechters. Over het risico op recidive ontbreekt volgens Nationaal Rapporteur Corinne Dettmeijer gedeelde kennis, waardoor er niet adequaat gecommuniceerd wordt in het strafproces. In de praktijk betekent dat bijvoorbeeld dat wanneer een reclasseringswerker ‘gemiddeld risico op recidive’ opschrijft, de rechter daar een hoger risico onder verstaat dan de reclasseringswerker voor ogen heeft.

Dat er geen overeenstemming is over de kwalificaties hoog, gemiddeld of laag risico heeft verregaande consequenties want op basis van die termen wordt wel gekozen voor een behandeling. Nationaal Rapporteur Dettmeijer: “Dat zedendelinquenten op de juiste manier een behandeling toegewezen krijgen, is van groot belang voor de veiligheid van de maatschappij. Dat de mensen die belast zijn met het bepalen van die behandeling hun informatie niet op orde hebben en niet goed afstemmen is pijnlijk. We moeten namelijk voorkomen dat de zedenplegers opnieuw de fout ingaan en er iemand slachtoffer wordt. Dat dat proces nu niet goed verloopt, is dan ook een belangrijke ontdekking waar de betrokken beroepsgroepen zeker iets mee moeten doen.”

Verstoorde communicatie

Een verkeerde inschatting van het risico kan leiden tot over- en onderbehandeling. Te weinig behandeling leidt er toe dat de dader een gevaar blijft voor de maatschappij. Ook overbehandeling kan schadelijk zijn. Daders die eigenlijk een laag risico vormen kunnen een groter risico worden als zij bijvoorbeeld worden behandeld in groepen met hoger risico gestraften. En het is geldverspilling.

Niet alleen ontbreekt consensus over de kwalificaties, iedereen overschat het risico op recidive ook ten opzichte van de feitelijke recidivecijfers. Een voorbeeld. Het percentage hoog risico zedendelinquenten dat binnen vijftien jaar een nieuw zedendelict pleegt is 33 procent, zo blijkt uit internationale recidivecijfers. De vier groepen in de strafrechtketen schatten die kans echter veel hoger in. De officieren van justitie denken gemiddeld aan 62 procent. De reclasseringswerkers schatten de recidive kans zelfs op 75 procent. En met die cijfers in het hoofd worden wel adviezen gegeven.

Op de vraag hoe vaak de verstoorde communicatie in de keten leidt tot een verkeerde behandeling geeft dit onderzoek geen antwoord. Dat moet nog blijken uit een volgend rapport van de Nationaal Rapporteur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden