Vervuiler komt nog gratis weg

Het principe dat de vervuiler betaalt wordt nog slechts mondjesmaat in de praktijk gebracht. (EPA) Beeld
Het principe dat de vervuiler betaalt wordt nog slechts mondjesmaat in de praktijk gebracht. (EPA)

Het was zo mooi bedacht: wie broeikasgas de lucht in blaast moet daarvoor betalen. Maar het pakte anders uit. De vervuiler kan er zelfs aan verdienen.

De luchtvaart doet vanaf 2012 verplicht mee aan de emissiehandel. Datzelfde systeem werd in 2005 al ingevoerd voor grote industrieën en elektriciteitsbedrijven, maar ligt vanaf het begin zwaar onder vuur.

Het doel van het systeem was helder: de CO2-uitstoot verminderen. Bedrijven krijgen rechten voor iedere ton koolstofgas die ze in 2005 uitstootten. Willen ze meer vervuilen dan destijds dan kunnen credits worden bijgekocht op de CO2-markt. Zo worden de rechten schaarser en stijgt de prijs was de voorspelling. Uiteindelijk is het daardoor goedkoper om te investeren in bijvoorbeeld de technologie die de uitstoot vermindert - zoals de opslag van CO2- dan in CO2-credits.

Critici stellen echter dat het systeem onvoldoende werkt doordat er te veel credits zijn. Dat probleem begon al bij de aftrap in 2005. Toen was niet bekend hoeveel precies werd uitgestoten waardoor meer werd credits werden uitgedeeld dan op dat moment nodig waren. De uitstoot kon dus gratis toenemen.

Als gevolg daarvan stortte de vraag naar credits volledig in, en daarmee de prijs. In 2007 was een credit nog maar zeventig eurocent waard. De financiële prikkel voor bedrijven om te investeren in beperking van de uitstoot verdween. In 2008, toen de tweede fase van de ETS inging, probeerde de EU het euvel te herstellen. Het aantal credits werd gereduceerd maar de kritiek duurde voort.

Zo publiceerde de Britse milieuorganisatie Sandbag vorige maand een vernietigend rapport waarin ze stelde dat er nog steeds te veel rechten zijn. Overtollige rechten van voor 2008 konden bedrijven meenemen naar de periode erna. Vervolgens kunnen overvloedige rechten uit de tweede periode worden meegenomen naar de derde periode die in 2012 van start gaat.

Daar komt bij dat de overheid vele reserve-credits achter de hand heeft. Die worden uitgereikt aan bijvoorbeeld een energiebedrijf dat een kolencentrale wil bouwen, zoals op de Maasvlakte bij Rotterdam. Uit het potje van de regering worden dan gratis rechten verstrekt. In Europa zijn er ongeveer 300 miljoen van dat soort credits.

Die gratis reserves zijn nodig zodat een bedrijf kan groeien, stelt de Nederlandse Emissie Autoriteit. Anders zou een uitbreiding te duur worden om te kunnen concurreren met landen buiten de EU. Dat kan zijn, stelt Anne Pearson van Sandbag, maar ze drukken wel de CO2-prijs.

Hetzelfde effect hebben de zogeheten CDM’s, die een paar euro goedkoper zijn dan ETS-credits. Als een bedrijf in bijvoorbeeld India een windmolenpark bouwt dan levert dat een hypothetische hoeveelheid CO2-besparing op. De energie die zo is opgewekt ontstaat immers niet uit een vervuilende energiecentrale. De besparing die dat oplevert wordt uitgedrukt in CDM, en kan gebruikt worden om CO2-uitstoot te compenseren.

Door die combinatie, reserves, overallocatie en CDM’s, blijft de prijs laag. Inmiddels kost een credit ongeveer 15 euro, wat nog steeds te weinig is om bedrijven te laten investeren in CO2-reductie. Bij een CO2-prijs van 20 euro kost het compenseren met credits 1 cent per kilowattuur. Het afvangen en opslaan van CO2 (CCS) kost zeker 3 cent per kilowattuur.

Ondanks de kritiek presenteerde de EU in mei toch overwegend lovende resultaten, waarin een reductie van ruim 3 procent in 2008 werd becijferd. Die werd indirect toegeschreven aan het ETS-systeem, maar een andere oorzaak is waarschijnlijker.

De staalsector is een van de grootste vervuilers ter wereld en produceerde dertig procent minder door de recessie. De energiesector is eveneens een grote vervuiler en ook daar daalde de productie: zo maakte energiereus RWE bekend dat het eerste half jaar van 2009, twintig procent minder energie was geleverd dan in dezelfde periode van 2008. De daling is dus waarschijnlijk te danken aan de recessie.

Anne Pearson van Sandbag denkt dat het vernietigen van een groot deel van de credits het probleem op lost. Op een normale markt, zoals bijvoorbeeld de oliemarkt, wordt een lage prijs verholpen door de productie te verminderen. Zo ontstaat schaarste waardoor de prijs stijgt. Het vernietigen van CO2-credits kan de prijs per ton daarom ver boven de 20 euro doen uitstijgen.

Critici pleiten ook voor een heel ander systeem, waarbij per ton broeikasgas belasting wordt betaald. Bijvoorbeeld twintig euro, oplopend naar honderd euro in 2020.

„Dat is voor investeringen veel beter”, stelt Luc Werring, onder andere werkzaam voor het Clingendael Energy Programme. Werring: „Want ETS zet een zeer onzekere en wellicht te lage prijs neer voor CO2 tot 2020.”

Belangrijker nog is dat die methode een vervuiler direct laat betalen voor de CO2 . Dat is nu vrijwel gratis omdat het merendeel van de rechten voor niets wordt toegekend. Een CO2-belasting kost de vervuilers alleen maar geld. Maar over nationale belastingen heeft Brussel niets te zeggen.

Bekijk hier de kaart over CO2 uitsoot per hoofd van de bevolking

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden