’Vervuilende projecten krijgen subsidie’

Een vijfde van de gesubsidieerde investeringen in ontwikkelingslanden draagt niet bij tot extra vermindering van broeikasgassen.

Als westerse landen ontwikkelingslanden helpen met schonere industrie, mogen zij de daarmee bereikte reductie van broeikasgassen op eigen conto schrijven.

Aan dit systeem, het Clean Development Mechanism (CDM), wordt door meer investeerders deelgenomen dan ooit verwacht.

Op dit moment is er al 4 miljard euro geïnvesteerd in ontwikkelingslanden. Nederland, Japan en Groot-Brittannië zijn verreweg de grootste financiers. Er lopen in totaal 840 projecten in 49 landen. En er liggen projecten met een waarde van 40 miljard euro klaar. Dat is meer dan het mondiale budget voor ontwikkelingssamenwerking.

Uit onderzoek van het Wereld Natuur Fonds blijkt echter dat 20 procent van de projecten voor broeikasgasreductie die zijn gecertificeerd onder het Clean Development Mechanism, ook zonder CDM-financiering waren gerealiseerd.

Dit betekent dat deze projecten – tegen de voorschriften in – geen extra reductie hebben opgeleverd. Volgens het onderzoek leidt slechts 2 à 4 procent van de investeringen echt tot duurzame ontwikkelingen, terwijl dit eveneens een voorwaarde is van het Kyoto-protocol. Hiermee bedoelt het WNF dat de investering – bijvoorbeeld het ombouwen van een ouderwetse kolencentrale in een gasgestookte centrale – naast milieuwinst ook echt iets voor de bevolking oplevert. Bijvoorbeeld in de vorm van werkgelegenheid of energie.

Hulporganisatie Hivos wijst nog eens op projecten die zelfs vervuilend zijn en toch onder CDM vallen, zoals bedrijven die gas affakkelen. Harrie Oppenoorth van Hivos: „Zelfs sommige bedrijven die gebruikmaken van sterk vervuilende fluorgassen vallen onder het CDM-project. Schandalig. Dat moet stoppen.”

Tijdens de klimaattop op Bali moeten de partijen alles op alles zetten om het CDM te verbeteren, vinden de milieu- en ontwikkelingsorganisaties. Nederland zou als grote financier, als voorloper, verbetering moeten afdwingen, menen zij.

Bij de besprekingen over CDM - een van de belangrijkste instrumenten om klimaatverandering tegen te gaan en duurzame ontwikkeling in ontwikkelingslanden te stimuleren - moet er ook gekeken worden naar eerlijkere kansen voor landen in Afrika waar nu nog maar 25 projecten lopen.

„Momenteel zijn de CDM-projecten heel erg gericht op drie landen: China, India en Brazilië. En dat zijn niet eens echte ontwikkelingslanden”, aldus Donald Pols, hoofd klimaat van het WNF.

Het Wereld Natuur Fonds vindt verder dat geïndustrialiseerde landen, waaronder Nederland, het grootste gedeelte van CO2-reducties in eigen land moeten realiseren. Maximaal 30 procent van de reductieverplichtingen zou via CDM-projecten in het buitenland behaald mogen worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden