Vervreemdend, zo'n verlaten metro

Het gaat nu echt beginnen. Vandaag. Met wielrennen, mijn favoriete sport. De Olympische Spelen. Hier, in Rio de Janeiro. Met eigen ogen ga ik alles zien.

Drie dagen heb ik nu door de stad gezworven. Gekeken bij veel sportarena's, om wat sfeer te snuiven. Gepoogd te doorgronden hoe het hier werkt.

Op elke straathoek: militairen. Zware wapens in de aanslag. Overal politie. Helikopters en sirenes. Een oorlogsschip voor de kust. Het is al veel geschreven, ook in deze krant, maar met eigen ogen zien is indrukwekkend. Ze glimlachen als je naar ze knikt, de mannen van het leger, met hun vinger aan de trekker.

Beangstigend? Nee. Het filmpje dat ik zag van AP-fotograaf Felipe Dana over kinderen met geweren in de sloppenwijken, over drugsbendes en geweld dat het zwijgen opgelegd is, maar over drie weken zal oplaaien als nooit tevoren: dát vind ik beangstigend.

Ik bestudeer het water van de roeiers. Visjes knabbelen aan planten. Geen viezigheid te zien. Aan de Copacabana kopen mensen ijsjes. Mensen vegen, mensen poetsen. De stad blinkt. Geen armoede te bespeuren. Tot ineens, een man op straat. Hij ligt languit, hij slaapt, in zijn eigen vuiligheid.

Overal zijn lange rijen. Wachten, wachten. Het olympisch park spant de kroon. Wil je daar naar binnen, net als vele honderden collega's, dan wacht je misschien wel een uur. Tassen moeten open. Iedereen moet door de scan.

En dan ben je op dat park, wat geen park mag heten. Alleen maar steen en beton. Grote kolossen van stadions. Gehamer en gezaag. Stuivend zand. Veel bestaat nog half uit steigers. Een industrieterrein in aanbouw, daar heeft het meer van weg. Zielloos, sfeerloos. In grote hallen zitten journalisten. Duizenden vingers ratelen over toetsen, terwijl het lijkt of ze geen sport zien.

Wachten, ook in het verkeer. Uren ben je bezig. Taxi's staan alleen maar vast. Files zijn er, overal. Het openbaar vervoer is ondoorgrondelijk. Op geen station staat aangegeven waar de bussen naartoe gaan, of op welk perron je moet zijn.

De Brazilianen zijn geweldig. Ze helpen me met groot plezier, maar spreken geen van allen Engels. Handen- en voetentaal hebben ze wel onder de knie. In de bus houden wel tien mensen in de gaten of ik bij de juiste halte uitstap. Ze gebaren en duwen mensen voor me aan de kant. Helpen met mijn koffer en roepen me een groet na.

Dan ineens: een lege metro. De olympische lijn is toch nog af. Maar geen mens te bekennen. Ik heb een hele trein voor mij alleen. Bewoners van Rio worden tegengehouden, alleen als je een accreditatie hebt, mag je erin. Vervreemdend, zo'n verlaten metro in een krioelende miljoenenstad.

Maar De Vries, wat had je dan verwacht aan te treffen in deze Latijns-Amerikaanse metropool?

Nou, olympische sferen, denk ik. Spanning. Zinderende verwachting. Van alles wat ik zie en voel, kom ik dat nauwelijks tegen. Maar dat komt nog. Dat weet ik zeker. De afgelopen dagen waren een reality check.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden