Vervolging van christenen heeft ook voordelen

Ze zeggen dat de weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen. Ongetwijfeld zijn de zogeheten struikelstenen, gedenktekens met messingplaatjes waarop de namen van vermoorde Joden staan, met de beste intenties gemaakt. 56.000 stuks zijn er onderhand gelegd, van Kroatië tot Noorwegen. Laatst nog in Gouda. Voor het huis waar Anne Frank ooit woonde, aan het Merwedeplein in Amsterdam, ligt er ook een.

De stenen, in 1995 bedacht door de Duitse kunstenaar Gunter Demnig, moeten 'de slachtoffers terugbrengen naar de buurt waar zij aten, sliepen en leefden; met hun familie en vrienden.' En: 'Men moet erover struikelen, met hoofd en hart'.

Gestruikeld wordt er alleszins. Maar niet alleen op de wijze die de kunstenaar had bedoeld. Vooraanstaande Joden vallen over deze herdenkingsmethode, weet het Nieuw Israëlietisch Weekblad. Een van hen is Charlotte Knobloch, voorzitter van de Joodse gemeenschap in München en van de Zentralrat der Juden in Deutschland. 'Knobloch vond de gedachte dat voetgangers over de namen van vermoorde Joden zouden lopen onverdraaglijk en noemde aanhangers van de struikelsteenactie Gedenktäter in het voetspoor van de nazi's.' Ze is niet de enige. 'De Krefeldse vicevoorzitter van de Joodse gemeenschap, Michael Gilad, zei dat het hem deed denken aan hoe de nazi's Joodse grafstenen als bestrating en voor stoepen gebruikten.'

Of Nederlandse Joden de bezwaren tegen de gedenkstenen delen? Het weekblad vroeg het zijn lezers. Zeven van de twaalf reacties waren vóór. Vijf lezers keren zich tegen de stenen. Map Vermeulen uit Sneek schrijft: 'Steeds meer bekruipt mij het gevoel, dat wij zo onze ooit Joodse medeburgers onder de voet lopen en ik huiver, voel schaamte'.

Prijzen de Joden zich gelukkig dat de vervolging tegen hen voorbij is, bij de behoudende protestanten van De Waarheidsvriend lijken ze haast blij te zijn dat hun geloofsgenoten elders ter wereld nog in moeilijkheden komen door hun overtuiging. 'Vreugde in vervolging', kopt het weekblad. Filip Uijl, die zich namens stichting Friedensstimme inzet voor christenen in landen van de vroegere Sovjet-Unie, somt de onverhoopte voordelen op van het vervolgd worden.

Om te beginnen is er de belofte die Jezus maakte in de Bergrede. 'Zalig bent u als men u smaadt en vervolgt, en door te liegen allerlei kwaad tegen u spreekt, omwille van Mij'. Tegenwoordig lijken christenen dat vergeten. 'Wanneer wij in het vrije Westen spreken over vervolging, dan duiden wij het vaak negatief. Doorgaans wordt er niet vanuit het perspectief gesproken dat Jezus ons aanreikt.'

Van bezoeken aan vervolgde broeders en zusters weet Uijl dat er vaak een 'wonderlijke vreugde uit de ogen straalt'. Hij vierde vorig jaar het avondmaal met Simeon uit Turkmenistan, die dat 'vanwege de omstandigheden' zelden kan. 'Terwijl het brood werd gegeten en de beker rondging, moest Simeon, een beer van een vent, plotseling huilen. De tranen stroomden over zijn wangen. Elke keer veegde hij ze weg met een servet.' Tranen van blijdschap over, samengevat, de goedheid van God. En nee, de pijn van het lichaam is niet in tegenspraak met die 'goedheid'. 'Er zijn broeders die in Sovjetgevangenissen hebben gezeten en nog dagelijks de littekens voelen en er zo aan herinnerd worden dat ze omwille van Jezus gevangen hebben gezeten.' Maar een bijkomend voordeel weegt zwaar. 'Daarnaast belooft de Heere diegene een groot loon in de hemel'.

Als lezer vraag je je bijna af of Friedensstimme haar werkzaamheden om het verschijnsel tegen te gaan, nog wel blijft voorzetten. Tot de laatste alinea: 'Vervolging is en blijft vreselijk. Daarom is gebed voor onze vervolgde broeders en zusters zo belangrijk.'

De Iraakse pastoor Doglas Yousef Al-Bazi, die christenvervolging aan den lijve ondervond, heeft vooral oog voor de nadelen van het verschijnsel. Bij een bezoek aan de Belgische stad Leuven geeft de pastoor een interview in het Katholiek Nieuwsblad. De journalist treft een 'grapjes makende werker in de wijngaard des Heren' met een 'olijke blik'. Toen Al-Bazi in 2006 door een sjiitische militie werd gevangengenomen, zat hij negen dagen vast. 'Moeilijke dagen', zegt hij, en hij beschrijft de martelingen.

Eén ding hield hem sterk, vertelt hij. 'Dat was de ketting om mijn polsen. Als ik mijn handen ophief, hingen er precies tien schakeltjes af. Ik gebruikte die voor het rozenkransgebed.'

Al-Bazi vangt in de Iraakse stad Erbil christenen op die gevlucht zijn voor IS. 'Zij hebben alles op één dag verloren. Zelfs hun trouwring moesten ze inleveren.' Toch hebben ze God 'nooit, nooit' iets verweten, zegt de pastoor - westerse christenen kunnen een voorbeeld aan hen nemen. 'Hier zijn mensen al boos op God als ze griep hebben.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden