Vervelen onder de boom

Veel jongeren die op Curaçao ooit in het wijkje achter de Isla-raffinaderij voetbalden, staan nu te tafeltennissen in 't Hobbeltje in Dordrecht. Ze wisten wel dat het leven aan de Noordzee geen sprookje was, maar wat moesten ze op een tropisch eiland, zonder geld? Deel vier van de serie 'Koninkrijk Overzee'.

Jong zijn op Curaçao lijkt een droom. Het eiland heeft een stralend klimaat, er zijn bars te over, het wordt onringd door schitterende stranden en de school duurt hooguit tot de lunch. Maar de jonge Antilliaan doet de eeuwige zon niets, uitgaan is vooral hangen in de snèk, de palm beaches zijn voor de toeristen. En wat moet je met vrije tijd zonder geld? Vervelen bou di palu, onder de boom, is dan troef.

Jongeren die níet met een gouden lepel in hun mond zijn geboren, zijn zich heel bewust van hun onderschoven positie in de Antilliaanse samenleving. Met name op Curaçao zijn de scheidslijnen tussen arm en rijk scherp. De elite van het eiland, de Nederlandse zakenlieden en penshionado's wonen in Jan Tiel, Julianadorp of het Spaanse Water. Daar komen de jongeren niet. De achterstandsbuurten hebben fraaie namen als Seru Fortuna, Mari Pompoe, Montagne of Wishi (een verbastering van My Wish). Alleen met carnaval ontmoeten beide groepen elkaar.

De helft van de kinderen op Curaçao wordt geboren uit een alleenstaande moeder. Het traditionele gezinsleven is niet geworteld. In arme gezinnen speelt een man binnenshuis een marginale rol. Het fenomeen van de byside, bij-man of bij-vrouw, is alom geaccepteerd. Eeuwen hebben de fraters geprobeerd het klassieke huwelijk van man en vrouw warm aan te bevelen. Maar vooral in de lagere regionen van de Antilliaanse samenleving is hun pleidooi verre van aangeslagen.

Het aantal tienermoeders op Curaçao is niet precies bekend. Er is wel een gemiddeld cijfer te leveren: jaarlijks worden er gemiddeld 335 baby's geboren waarvan de moeder tussen 10 en 19 jaar én alleenstaand is. Dat is veel, op een totale bevolking van 160000 inwoners. Veel kinderen worden traditiegetrouw opgevoed door familie.

De helft van de jongeren tussen 15 en 24 jaar is vroegtijdig schoolverlater. Een belangrijke reden daarvoor is dat Antilliaanse kinderen het Papiaments gewend zijn, en de voertaal op school Nederlands is. Uit onderzoek blijkt dat meer dan 80 procent van de kinderen op school voor het eerst actief iets met de Nederlandse taal doet.

De regering Pourier heeft het plan opgevat het Papiaments als instructietaal in te voeren. Ouders die dat willen, kunnen hun kinderen naar een school sturen waar nederlands als tweede taal wordt gegeven. Daarmee komt een einde aan de 'minderwaardige positie' van het Papiaments. Critici zijn somber over die stap. Zo wordt het op den duur nog moeilijker voor Antillianen om aansluiting in Nederland te vinden. In het onderwijs wordt daarover anders gedacht. Jenny Fraai van Colegio Tula: ,,Als de kinderen goed hun eigen taal leren, kunnen ze vervolgens een andere, vreemde taal leren. Bijvoorbeeld Nederlands.''

De redenen om de school vaarwel te zeggen zijn vaak heftig, weet Dutch Management Consultancy, dat het dropout-probleem onderzocht. Hoog oplopende ruzies met leraren en zwangerschap worden genoemd. Maar ook een gevoel van: wat schiet ik er mee op, met dat onderwijs? Volgens het Antilliaanse Centraal Bureau voor de Statistiek is een op de drie jongeren officieel werkloos. Dat zijn er in werkelijkheid veel meer omdat spijbelgedrag niet wordt geregistreerd. Het grote aantal 'spookstudenten' moet feitelijk bij het leger werklozen worden opgeteld.

Niet alleen dropouts, maar ook leerlingen die braaf naar school gaan hebben tijd genoeg om rond te hangen. Een schooldag begint om half acht 's ochtends en uiterlijk om één uur wordt gestopt met lesgeven. Bij gebrek aan recreatiemogelijkheden hangen jongeren bou di palu, onder de boom, of bij bushaltes. Het zijn kweekplaatsen voor criminele activiteiten. In het rapport Probesa ban atak é! (We gaan de armoede aanpakken!) staat: ,,De drugshandel floreert in deze kringen. Gezien het gebrek aan aandacht van de ouders voor hun kinderen en de afbrokkelende sociale controle, lijkt dit proces op Curaçao onomkeerbaar.''

Drugsverslaving (adikshon) is een groot probleem op Curaçao. In de arme wijken zegt 70 procent van de bevolking drugs te gebruiken. Er is gemakkelijk aan cocaïne te komen. Opvallend is het gebruik van levensgevaarlijk spul als crack, space-basing en bazooka.

In dit klimaat moeten kansarme jongeren de verleiding weerstaan naar het rijke Nederland te vertrekken. Dáár liggen -naar verluidt- de banen, subsidies en uitkeringen voor het opscheppen. Willemstad én Den Haag spannen zich in om jongeren aan het verstand te brengen, dat het leven aan de Noordzee geen sprookje is. Een groot probleem is dat op de Antillen informatie via klassieke kanalen nauwelijks doordringt. Vrijwel iedereen heeft radio, televisie en telefoon. Dat wel, maar die middelen worden bij voorkeur gebruikt voor entertainment. Er zijn twee Antilliaanse zenders die voornamelijk lokale programma's uitzenden. De Amerikaanse en Venezolaanse stations bieden nonstop-nieuws aan óf een stroom aan soaps en oppervlakkige spektakel-tv. Kranten worden door de arme kant van Curaçao vrijwel niet gelezen.

Het plan voor een groots opgezette campagne om de jeugd te bereiken, is nog niet van de grond gekomen. Staatssecretaris De Vries van koninkrijksrelaties heeft een half jaar geleden drie reclamebureaus aan het werk gezet. Een keuze is nog niet gemaakt, laat staan dat er op de Antillen iets van een campagne te merken is.

Om in contact te komen met jongeren die willen emigreren, hebben Den Haag en Willemstad afgesproken dat zij zich moeten melden bij een kantoor voor Nederlandse inburgering. Antillianen die jonger zijn dan 25 jaar en niet een mavo-diploma of een hoger certificaat kunnen tonen, worden in Nederland geweigerd als ze niet zijn 'ingeburgerd'. Wanneer ze die regel willen ontwijken kunnen ze bij de douane een retourtje laten zien. Dat houdt wel in dat ze in Nederland niet opgevangen worden en geen recht hebben op sociale voorzieningen. Of dat doordringt tot de plannenmakers bij de snèk is de vraag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden