VERVEER: 'Hij leerde me in de huid te kruipen van de meubelmaker uit die tijd'

Keer Verveer (49) was begin dertig toen hij in de leer kwam bij antiek-restaurateur Anton Hurkmans (71) in Dordrecht. Al jaren heeft hij nu een eigen bedrijf in Langerak. Hij is gespecialiseerd in de restauratie van klokken. Anton Hurkmans is gepensioneerd na ruim dertig jaar te hebben gewerkt bij de firma De Waal in Dordrecht.

Hurkmans: "Ga mee naar buiten. Kijk eens naar de zon, die valt vandaag zo mooi. En vanmiddag zal het licht als dukatengoud zijn. Wie dat ziet, wie daar oog voor heeft, is rijk. Die kast daar is in de ochtend en de avond op haar mooist. De vlekken in het hout zijn dan bijna zilver, de diamant geslepen stukjes ebbehout weerkaatsen het licht als spiegeltjes, ze moet ook tegen die muur staan want alleen dan vangen de nerven het licht."

Verveer: "Hij leerde me kijken, de details ontdekken. Hij leerde me zien hoe fraai er aan sommige stukken is gewerkt."

Hurkmans: "Het is niet zo dat ik voortdurend in de zevende hemel zweef. Ik zie zoveel lelijke dingen om me heen, zoveel rotverhoudingen, er is zoveel dat me hindert. Maar 'mooi' is ook een lelijk woord. Wat is nu mooi? Die kast is niet mooi, die kast is kloek, monumentaal, heeft dat krachtige Hollandse karakter. Schoonheid appelleert aan het betere in ons. Als de verhoudingen goed zijn, zijn we gelukkig. Het ontbreken van een evenwicht, maakt gebrekkig. En hoe praat je over een kast, over een staand horloge bijvoorbeeld: 'Hoe vind je die voet? Zit ie wel lekker in zijn heupen? Hoe vind je z'n lijf? En z'n kop, deugt ie wel?' Die taal, die gaat toch over de verhoudingen van de mens zelf? De natuur dicteert."

Verveer: "Hurkmans stond in heel Dordt en omstreken bekend om zijn bekwaamheid."

Hurkmans: "Ze noemden mij de beste restaurateur van Nederland - ik zag dat helemaal niet zo al wist ik wel dat ik een heel eind kon meekomen. Ik werkte voor de grootste antiquairs, voor musea. Ik ben een eenvoudig man, maar als ik na mijn werk langs de haven reed, dan voelde ik me een stadhouder te paard. De meest interessante mensen heb ik ontmoet, alleen al door de prijs natuurlijk. De buurvrouw van minister Luns, de Freule, grote heren. Je mocht dan handwerksman zijn, bij die lui werd je juist vanwege je ambachtelijkheid zeer gewaardeerd."

Verveer: "Ik was meubelmaker en werkte bij een bedrijf waar duurzame meubeltjes van wortelnotenfineer werden gemaakt. In de avonduren deed ik wat restauratiewerk. We zijn in 1974 verhuisd naar dit dorp hier aan de Lek. Aan de andere kant van de rivier woonde een antiquair. Die man zocht een restaurateur voor de kasten van zijn klokken. Hij heeft me meegenomen naar Dordrecht waar een zekere Anton Hurkmans werkte. 'Die man kan jou alles leren', zei hij. We zijn er gaan kijken."

Hurkmans: "Kees twijfelde, dat zag ik wel. Maar ik zei: 'doe het maar'. Ik zag in een oogopslag dat ik met hem verder zou kunnen. Zijn manier van kijken en zijn kunst om ergens van af te blijven - restauratiewerk betekent dat je respect moet hebben voor dat wat je onder handen hebt."

Verveer: "Ik zag meteen dat Anton het vak ontzettend goed beheerste. Hij deed het met liefde, kon het niet voor de centen doen. Hij was wel de zoon van een antiquair, maar niet zakelijk ingesteld. 'Joh, wat kan het schelen', fluisterde hij me toe, 'je kunt hier in ieder geval veel leren en dat is voor je hele leven meegenomen.' "

Hurkmans: "Kees kwam van een meubelmakerijtje. Hij kon z'n handen gebruiken maar had verder weinig begrip van de achtergronden van het antieke meubel. Hij kon goed zagen en schaven, dat hoefde je hem niet bij te brengen, ik moest hem alleen de ogen openen, het historisch besef bijbrengen, hem laten zien wat stijl is. De maker van toen heeft er een lijn aan gegeven en die lijn moet jij verstaan. De meubelstijlen laten zien wat de mens beroerde. Stijl is het tot concrete schepping brengen van een tijdgeest. Vooral de middeleeuwen boeien me zo. De mensen leefden toen voluit, ze plukten de dag, het leven was doordesemd van het geloof - geboorte en dood lagen dichter bij elkaar. De meubels uit die tijd hebben zo'n kracht, dat directe."

Verveer: "De stijlperiodes kennen, dat is zo belangrijk. Eerst uit je blote hoofd, later steeds meer lezen."

Hurkmans: "Nu ik niet meer werk, heb ik al mijn boeken opgeruimd. Ik dacht: als ik het nu nog niet weet, dan weet ik het nooit."

Verveer: "Anton leerde me in de huid te kruipen van de meubelmaker uit die tijd. Je kunt niet doorrestaureren, je moet het in de staat terugbrengen zoals het was."

Hurkmans: "Net als Ko van Dijk zoveel rollen speelde, deed ik dat ook. Dan weer was ik Middeleeuwer, dan weer leefde ik in de pruikentijd. Steeds probeerde ik te voelen: wie zat er op die stoel, wat droegen ze, wat ging er in ze om? Op andere momenten veroorzaakte dat ook sterk de drang nu en dan mezelf te zijn, vrij werk te doen, te schilderen, hout te snijden naar mijn eigen idee. Het is zo moeilijk als je altijd toneelspeelt om jezelf te blijven. Het stadsgezicht dat daar hangt, heb k gemaakt, daar ben ik mezelf."

Verveer: "Anton was veel breder getalenteerd. Hij kon alles: Hindelooper, Amelander meubelen beschilderen, landelijke taferelen. Ik kan wel bijwerken, maar niet een tafereel voor 65 procent opnieuw schilderen. Hij kon vrij werk maken, leeuwekoppen vervangen, hout snijden. Hij maakte niet alleen na, maar kon ook echt iets maken. Dat is toch heel bevrijdend, iets maken precies zoals je dat zelf zou willen. Je zit altijd in dat stramien."

Hurkmans: "De meester moet inzicht krijgen in de aanleg van de leerling. En ook weten: wat er niet in zit, haal je er ook niet uit. De een is goed in constructies, de ander goed in vorm. Kees was een goede meubelmaker, maar beschilderen kon hij niet. En van zijn zaagwerk zei ik soms: dat is net verse worst, zo slap. Dan zat er geen vaart in. De lijn laat een karakter zien. Kijken kun je ook met je vingertoppen, Voel eens aan die tafelpoot, een rechte kant van binnen, een bolle kant aan de buitenkant. Langs het model kun je zo rechte lijnen trekken en die geven de kracht."

Verveer: "Hij liet je toch een grote vrijheid. Hij zei: 'ga het zelf proberen en lukt het niet, kom dan op tijd bij me met je zorgen.' Het begon met tekenwerk voor het zaagwerk van klokken. Een stijl tekenen, die op het hout plakken en dan zagen. Moeilijk, veel geoefend thuis. Vaak denken: 'dat leer ik nooit', maar dan toch maar weer doorgaan. Hij leerde me politoeren. Bij eiken meubels hoeft dat niet, daar probeer je zoveel mogelijk de oude huid onaangetast te laten. Maar gefineerde meubels krijgen als het ware een nieuwe huid. Die politoer, een natuurprodukt, breng je met een prop aan op het meubel en dan draai je achten. Draaien en nog eens draaien - de nerven van het hout moeten dicht. Daarna wordt er een met alcohol verdunde laag politoer op aangebracht - het beroerde daarbij is dat die alcohol ook kan werken als oplosmiddel. Het heeft me wel een jaar of anderhalf gekost eer ik dat kon."

Hurkmans: "Je moet de huid van de dot voelen, vanuit de pols werken. Draaien en ook afstand nemen."

Verveer: "In het begin deden we dat samen. Meubels, klokkenkasten."

Hurkmans: "Dan krijg je al gauw een soort verbondenheid, dan vallen generaties weg en word je vakbroeders. Ik heb evengoed van hem geleerd. De rust die van hem uitging. . . We bespraken ook diepzinnige zaken, al hadden we wat het geloof betreft ieder een ander uitgangspunt. We mochten elkaar graag, we wilden elkaar helpen."

Verveer: "Hij was veel behendiger. 'Kijk nou, ineens lost die hele laag weer op.' Anton schik en ik in paniek. Een man met heel veel geduld, altijd een praatje en een lach. Gewoon gewoon."

Hurkmans: "Streng was ik niet, wel direct. Als iemand het verkeerd heeft gedaan moet 'ie het zelf zeggen, zelf zien. Wie z'n fouten goedpraat, is stom."

Verveer: "Als een leek een ongerestaureerd meubel ziet, denkt hij: 'dat kan zo de open haard in.' Wij zorgen ervoor dat het er weer 'gewoon' bijstaat, dat het weer een generatie meekan. Hij leerde me hoe het meubel gemaakt was en hoe je iets erbij maakt dat verdwenen is. En met welk hout, hoe oud is het? Voor de restauratie van eikenhouten meubelen kun je alleen maar eikenhout gebruiken uit de periode waarin de kast is gemaakt. In een kast uit 1790 kun je geen deur zetten van hout uit 1860. Je kunt een paneel wel op kleur maken, zodat het erop lijkt, maar een half jaar later zul je te horen krijgen: het is verbleekt, het steekt af. Dus je moet zorgen dat je hout uit allerlei periodes in huis hebt. Daar speur je naar en daar heb je je connecties voor."

Hurkmans: "De hele kast van een staande klok is verbrand, alleen het uurwerk is nog over en dan toch, van kuif tot aan de poten 'restaureren'. Zo lastig soms, ik zat 's nachts ook weleens rechtop in bed. Maar ik ging het niet uit de weg."

Verveer: "Hij wijdde me in in de geheimen van het vak. Neem het maken van getorste pilaartjes, daar is veel vraag naar. Dan geef je gladde pilaren een draaivorm. Eerst met hele grove vijlen en raspen en dan steeds fijner. Het ding steeds in de gaten houden. Het geheim: je wikkelt er een plakbandje omheen, daarmee geef je de vorm aan. De diepe punten haal je er eerst uit en dan ga je verder. De meeste foefjes hou je liever voor jezelf, daar loop je niet mee te koop."

Hurkmans: "De geheimen wil ik graag doorgeven aan iemand die ze goed gebruikt. Maar ik zeg wel: 'Luister, dit is onder ons, net als een koekenbakker zijn recepten niet prijsgeeft omdat hij er de kost mee moet verdienen.' "

Verveer: ,.Hij heeft me altijd voorgehouden: laat je nooit overdonderen door antiquairs, nooit opjagen, afbluffen. Onder zenuwen heeft het werk te lijden."

Hurkmans: "Ik heb een kast gemaakt, tot m'n bloed toe heb ik er in gestoken. Als ik zie dat het goed is, dat de klant gelukkig is, dan ben ik dat ook. Maar ik heb wel mensen weggestuurd. Grote verzamelaars die op koopjes uitwaren, die misbruik maakten van jouw vaardigheden. Sommigen waren zo brutaal en zeiden: 'Jij doet dat toch zo graag, dan mag jij voor mij dat beeldhouwwerk maken.' Een grote meneer kwam met een barometer. 'Wat, 1 200 gulden? Nou, maak dan alleen die knoppen maar. Hoeveel, honderd gulden per knop? Maar die barometer heb ik geerfd, die heeft me geen cent gekost.' Die man die barstte van het geld. Ik zei: 'hier heb je je spulletjes' en dan moest hij snel van aanpakken zijn anders had ik ze laten vallen. Ik ben niet voor vijf cent te koop. Elke minuut kost een gulden. En het moest wel uit mijn handen komen. Het leven geeft je niets cadeau."

Verveer: "Het is leuk als iemand achterom komt met een mooi karwei, een mooi stuk antiek. Daar ga je tot het uiterste voor. Anton zei altijd: 'wij worden aan ons lot overgelaten'. Als ik niet meteen aan een stuk kan beginnen, zet ik het eerst uit het gezicht. Ik wil er geen zorg van hebben."

Hurkmans: "Iemand komt met een meubel en vraagt hoeveel het zal gaan kosten. 'Mevrouw', zeg ik dan, 'dat bepaalt het meubeltje.' Dan laat ik het staan. Ik moet het zo'n drie weken 'rond m'n rokken' hebben, dan pas ken ik het meubel en mag die mevrouw terugkomen."

Verveer: "Hij wilde het beroep zo graag voor de toekomst bewaren."

Hurkmans: "Het ambacht gaat verloren. Dat weet ik. Wat ik hier allemaal vertel, is er straks niet meer. In Duitsland vind je straten waar slaapkamerkasten worden gemaakt. Aan het begin wordt er een spaanplaat ingeduwd en die komt er aan het einde als kast uit. Hoe je daar ook over denkt, iedereen heeft wel zo'n kast. We rotzooien maar wat aan. Die machines, ach. Kijk naar een koektrommeldeksel waar de Nachtwacht in is gestampt. Wat mij betreft: de bons waarmee die erin is geslagen, is de geboorte en tegelijkertijd de doodklap."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden