Vertrouwen

De ongelooflijke bende van een jongerencamping, barbecue, hondje, ouders op bezoek. Bijna klaar om los te laten, maar nog niet helemaal.

Stevo Akkerman, Gerbrand Bakker, Andrea Bosman, Antal Crielaard, Lodewijk Dros, Jan van Mersbergen, Manon Uphoff en Maartje Wortel schrijven deze zomer een verhaal over 'Familie'. Vandaag a¿evering 5

De foto is smoezelig. En een van de hoekjes is omgevouwen. Het was een tijd geleden dat ik het kiekje zag. Mijn vader staat erop en mijn moeder, samen met mijn zus en de vriend die later haar man werd. Naast de stoel van mijn vader zit het zwarte hondje dat ik ooit van hem kreeg. Bobby. Vader hangt wat achterover, alsof de hele setting hem niet zo interesseert. Hij heeft een keukentang vast, waarmee hij zo meteen worstjes zal gaan omdraaien. De meekleurende glazen van zijn bril verbergen de ogen. Hij kijkt in het niets.

Het was mijn eerste vakantie zonder ouders. Met twee vrienden ging ik een weekje naar Zeeuws-Vlaanderen. Camping De Wildhof in Retranchement. Bestaat niet meer, zag ik onlangs toen ik de naam nog eens googelde. Maar eind jaren tachtig was De Wildhof het Sodom en Gomorra onder de jeugdcampings. Ik mocht erheen - bij de gratie Gods. Ik denk niet dat mijn ouders de reputatie van de camping kenden. Mijn vader en moeder - en dus ook mijn zusje en haar toekomstige echtgenoot - wilden wél langskomen. Dat was de voorwaarde.

Op de foto ziet de sessie er gezellig en ongedwongen uit. Toen de foto onlangs bij een verhuizing opdook, werd mij duidelijk dat er veel meer op te zien was dan mijn familie, een barbecue en een zwart hondje.

Natuurlijk: ook een wirwar aan tenten, de ongelooflijke bende van een jongerencamping. Zakken chips en vuile sokken. Mooie, jonge mensen in weinig verhullende kleding. En een grote 'gettoblaster' op zorgvuldig gestapelde kratten bier van een vergeten merk. Gekocht van het geld dat ik verdiende met aardbeien plukken.

Ik ken het plaatje door en door, kan het uittekenen. Al had ik het jaren niet in handen gehad. Nu vloog het beeld me plots aan. Het was altijd al een foto geweest die me intrigeerde. Destijds wist ik niet wat me stoorde, had ik er in ieder geval geen woorden voor. Nu wel: er sprak een gebrek aan vertrouwen uit.

Als mijn ouders binnenkomen vliegen de kinderen ze om de hals. Sinds de tijd van de foto zijn hun haren grijs geworden en in een ander model gekapt. Maar ze zijn het, onmiskenbaar. Het hondje is dood. Ik word blij als ik de kinderen zo vertrouwd zie omgaan met mijn ouders. Trots laten ze hun rapporten zien en vertellen honderduit over de laatste weken in hun oude klas. Na de verhuizing - nieuwe stad, ver weg - gaan ze allebei naar een nieuwe school. De oudste al naar de middelbare, de jongste naar groep 7. Mijn ouders luisteren ontspannen. "Nu kom je zeker niet meer iedere maandag, hè oma", zegt de oudste. Oma slikt een keer.

Mijn ouders zijn trots. Op de kleinkinderen, op hun mooie rapporten en op ons als ouders. We doen het goed, vinden ze. Al zullen ze die woorden niet snel uitspreken. Dat fiere was er niet altijd. Ik was een moeilijke puber, vonden ze. En natuurlijk hadden ze een punt. Ik dronk in de weekenden bier, soms te veel. Dat hoorde er in het dorp waar we toen woonden bij. En in eindeloze discussies was ik nooit bereid om mijn ongelijk toe te geven. De discussie om de discussie. Vaak met oneigenlijke argumenten, slechts bedoeld om de ergernis van mijn ouders aan te wakkeren.

Ik was opstandig, op weg om een wereld te ontdekken die mijn ouders niet kenden. Zij hadden een eigen zaak en vier kinderen, drie met een plooibaarder karakter dan ik. En dus werd vaak het negatieve benoemd. Zelden het positieve. Ik was lastig, vervelend, luisterde middelmatig en verkende grenzen. Deed dingen die niet pasten in hun gedroomde ideaalbeeld. Nog zie ik de twijfel - die voelde als wantrouwen - op hun gezichten als ik plannen trok die niet de hunne waren.

Nu is er wel trots, die soms schuurt en wringt. Want die positieve punten - noem het desnoods talent - bleven jaren ongezegd. En eigenlijk, tenminste zo voelde het, zou niet de zevende sloot me fataal worden, maar waarschijnlijk al de eerste. En die eerste sloot lag op een camping in Retranchement. Die zorg dreef ze de auto in. Ze kwamen langs met een koelbox vol verse dingen, een barbecue en een keukentang. "Dan eet je tenminste één avond fatsoenlijk", klonk het. Het was ook geen vraag: "Zou je het leuk vinden als we langs zouden komen?"

Laatst sprak ik met een vriendin over haar dochter. Veertien is ze pas, maar al volop de geneugten en mogelijkheden van de grote stad aan het ontdekken. Mijn vriendin zat met de handen in het haar, letterlijk. Alles had ze al geprobeerd om het meisje aangelijnd te houden, haar te behoeden voor al het kwaad dat op haar pad zou komen. Maar haar dochter omzeilde de klippen die mijn vriendin opwierp handig: aan straf had ze een broertje dood. Eén zin in haar verhaal intrigeerde: "Ik vertrouw haar gewoon niet meer", zei ze.

Ik vertelde haar het verhaal van de foto. Hoe dat beeld me een paar dagen eerder plots had beklemd. Dat ik het goedbedoelde bezoekje van mijn ouders aan de camping in Zeeland jaren later nog voelde als een gebrek aan vertrouwen, terwijl er ontegenzeggelijk ook bezorgdheid en liefde uit sprak. Dat de onmacht van mijn ouders om mijn route naar volwassenheid te begrijpen zich vertaalde in het benoemen van het negatieve, simpelweg omdat er geen herkenning was. Zelf hadden ze zulke kansen niet gehad.

Mijn vriendin haalde haar schouders op. Ook zij - en het was haar zelf niet eens echt opgevallen - benoemde in huiselijke kring vaak de slechte of de minder goede kanten van dochterlief. Ze herkende de valkuil en stond er al met één been in. Onbedoeld - het viel haar gewoon niet mee om haar dochter groot te zien worden in een tempo dat ze liever op een wat lager pitje zou willen zetten. Maar haar dochter liet zich niet intomen. "Blijf haar vertrouwen", zei ik. "Hoe moeilijk dat ook is."

Ik dacht aan mijn eigen kinderen. Bijna negen en elf. Beiden een klas overgeslagen en nog lang niet met de kont tegen de krib. Mijn dochter kraait nog van plezier als ik haar knuffel of kietel. Mijn zoon heeft al wat meer afstand, praat graag over voetbal en vindt langzaam zijn weg. Middelbare school al, na de vakantie. Borst vooruit - groep acht heeft hem het vertrouwen gegeven dat hij volgend jaar op het gymnasium zo nodig zal hebben. Hij heeft er zin in, zegt hij.

14 juli 2014. In de krant staat een verhaal over een jeugdcamping. Hoe er gezopen wordt, gelachen en gedanst. Op de foto diezelfde rotzooi als twintig jaar geleden, de verhalen identiek. Ik glimlach - het is de herkenning, daar was ik jaren geleden ook naar op zoek. Gelukkig zijn er foto's van. Op een daarvan staat de worsteling die ik langzaam ga begrijpen. Een barbecue, een hondje en mijn ouders. Bijna klaar om los te laten, maar nog niet helemaal. Zal mij niet gebeuren, denk ik. Mijn kinderen zullen me vrágen langs te komen als ze voor het eerst gaan kamperen.

Dat doen ze vast. Vast!

Illustraties

Deze zomerserie wordt geïllustreerd door studenten van de Willem de Kooning Academie in Rotterdam. Een dertigtal studenten ging aan de slag, uit hun werk zijn de acht beste illustraties gekozen. Het maakte tweedejaars Daniel Boda (Antwerpen, 1991) niet uit welk verhaal hij kreeg. "Elk verhaal kun je illustreren. Het 'lelijke jonge eendje' - scenario in dit verhaal komt vaker voor. Ik vond het gevoel van onderdrukking fascinerend. Dit wilde ik benadrukken." Daniel werkte analoog - dus niet op de computer: "Grove zwarte lijnen met Oost-Indische inkt verbonden met kleurrijke vlekken van waterverf." Een eigen stijl heeft hij niet, zegt hij. "Ik denk dat er veel meer valt te ontdekken als je het idee van een eigen stijl vergeet. Zeker als je nog maar 22 jaar oud bent."

Het verhaal

Antal Crielaard (1973) is chef van de nieuwsdienst. Eerder was hij verslaggever en chef van de sportredactie. Voor hij bij Trouw kwam werken was hij in dienst van het ANP en de gratis krant Sp!ts. Als tweede kind van een gezin met vier kinderen groeide hij op in Breda en het Brabantse dorpje Dorst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden