Vertrouwen, elan, geestdrift, vuur

Kerken moeten weer dagelijks geopend zijn, vindt Antoine Bodar. ,,Als ruimten om God te ontmoeten, zo niet in de aanbidding van de eucharistie dan ten minste in de stilte en de afzondering van alledag." Bodar waarschuwt tegen het dringen om achter het altaar te staan. Dat maakt kerken weldra nog leger. ,,Dringen voor de doopvont of de biechtstoel of knielen voor het tabernakel of het altaar daarentegen doet kerken vullen. Ook door weetgierige heidenen." Over de crisis in de kerk van Christus.

Geloven in God is een gave. Geloven in de Kerk is een opgave. Waarom Godsgeloof niet losgemaakt van Kerkbelijdenis? God laat zich overal vinden. In de blik en het gebaar, in de wisseling van de seizoenen, in de poëzie en de muziek. Waar ontmoeting zich voordoet, laat God zich vermoeden. Waar de sterke de zwakke beschermt, is God in het geding. Wie het kind behoedt leeft uit God. Mijn God, waarom nog de Kerk?

De Kerk. Toont zij zich niet in heerszucht? Ziek van eigendunk laaft zij zich aan afgunst. Verdeeld door onenigheid leeft zij van menselijk opzicht. Waarom de Kerk niet afgeschaft? De afkeer van de Kerk als instituut is overweldigend. Godsgeloof? Ja. Kerkbenul? Neen. In 1922 meende Romano Guardini dat toen juist de zin voor de Kerk in de zielen van de gelovigen was ontwaakt. Zijn vermoeden leek bewaarheid in het Tweede Vaticaans Concilie een veertig jaar nadien (1962-1965). Maar hoe staat het nu, wederom een veertig jaar later, met de Kerk?

Volgens Guardini zou de ontwaking van het Kerkbesef onafzienbaar van gevolgen zijn. Want de christen ontdekt zichzelf niet langer in louter verbinding met Christus, maar eveneens in verbinding met christenen. Hij wordt zich bewust van gemeenschap. Daarom hervindt hij de Kerk. Hij deelt in Gods volk. Daarom hervindt hij de sacramenten. Hij wordt zich bewust van symbolen. De christen wordt kerkelijk. Hij viert liturgie in gemeenschap. Geen vaag gebeuren voor eenlingen maar groei in verbondenheid met velen. Liturgie is de verloste schepping d'e bidt. Zij is de biddende Kerk. Want heeft de oneindige God niet de eindige wereld geschapen? En heeft Hij niet, toen de schepping zich van Hem had verwijderd, de zo eens aangegane verbintenis hersteld in de zending van Zijn Zoon in de geschiedenis van de schepping? Niet alleen als de Eeuwige zich dieper bindend aan tijd maar ook als de Absolute zich verder inlatend met betrekkelijkheid. God wordt mens, leeft als lid van het Joodse volk, kiest twaalf apostelen uit naar de twaalf stammen van Israël en wijst Petrus aan als rots waarop Hij de Kerk zal bouwen. En Petrus verheft zijn stem op de vijftigste dag van Pasen, waardoor de Kerk niet langer wordt voorbereid maar verwerkelijkt.

De Kerk bestaat dankzij Christus. Doordat zij Hem behoedt, behoedt zij zichzelf; want buiten Hem is zij niets. In Christus is de Kerk sacrament. Zij is teken van menselijke vereniging met God en instrument tot menselijke eenheid met elkaar. Daarom bouwt liturgie dagelijks in geloofsgenoten de heilige tempel op in Christus.

Hoe is het tegenwoordig gesteld met liturgie vieren in gemeenschap die de biddende Kerk is? En in hoeverre gaan bidden en geloven nog gelijk op? Bidden met anderen of alleen wordt stilaan het ene, geloven in hetgeen de Kerk leert het andere. Ignatius van Antiochië getuigt zijn toevlucht tot het evangelie te nemen als was het Christus in levenden lijve. Zulks spreekt menigeen aan. Maar hij getuigt in enen ook zijn toevlucht te nemen tot de apostelen als waren ze de presbyters van de Kerk. Zulks begrijpt bijna niemand. Het omgekeerde nog minder. Want weinigen wenden zich tot de presbyters als waren ze de apostelen. Nochtans zijn volgens Ignatius allen met de bisschop die God en Jezus Christus toebehoren. En allen, die zich bekeren en tot de eenheid van de Kerk terugkeren, behoren eveneens God toe. In de wil tot de ene Kerk te komen - en die is hedentendage stellig aanwezig - schuilt meteen al genade die vertrouwen wekt. Want ook heden is het Pinksteren. Ook heden stuurt de Heilige Geest de Kerk, hoe klein in Noordwest-Europa ook wordend. Ook nu kan geloof bergen verzetten.

Niettemin. De Kerk van het westen bevindt zich openlijk in crisis. Het openzetten van de Kerkramen in de jaren zestig heeft bij velen de blijde boodschap volledig doen wegwaaien. Terwijl de Kerk benadrukt niet alleen tegenover de wereld maar ook deel van de wereld te zijn, is zij in menige streek zo verwereldlijkt dat zij zelf mede schuldig lijkt aan verwereldlijking. Zij wijst zo op het hier en nu dat het daar en straks vervreemd geraakt.

Aan secularisering is relativisme eigen. Relativiteit wordt veelal vereenzelvigd met verdraagzaamheid, zoals absoluutheid met knechting. 'Wat is waarheid?', vraagt menigeen meer dan voorheen zich heden met Pilatus af. Getuigenis afleggen van de waarheid, in navolging van Christus, beduidt aanspraak op absoluutheid. Hoe verdraagt getuigenis van de waarheid zich met godsdienstvrijheid, gepropageerd door de Kerkvergadering met de open ramen? Hoezo de Kerk als 'lerares van de waarheid' te aanvaarden? Kerkcrisis uit verwarring derhalve?

Tegenover de inwendige crisis staat de uitwendige winning aan gezag in de wereld. De Kerk is niet meer vooral Europees maar werkelijk mondiaal; zij wortelt zich in alle culturen. De Kerk wordt minder aanvaard als juridische structuur maar meer als het pelgrimerende volk Gods waarin de leken wezenlijk zijn. De Kerk richt zich op oecumene, poogt de Joden op gans eigen waarde te schatten en toont dienstbaarheid in bevordering van godsdienstvrijheid.

De Kerk verkondigt Christus als het Licht voor de volkeren, steeds biddend dat haar gelaat Zijn licht terugspiegelt en zo de wereld verlicht in de prediking aan alle mensen. Want is Christus niet de zon, van wie de Kerk als maan het licht ontvangt om in duisternis baken van gekregen licht te zijn? Zo kan de Kerk van Christus teken van hoop zijn en aan haar roeping beantwoorden. Maar hoe is die taak te vervullen ondanks theologen die Jezus' Godheid loochenen, ondanks gelovigen die de Kerk alleen menselijk zien, ondanks algemene symboolblindheid en afwezigheid van transcendent denken tenzij in persoonlijke marktkeuze van vraag en aanbod? Het antwoord is niet minder eenvoudig als doorzichtig. Bij de vier bestreden punten van de Kerk van Christus als teken van hoop, is ongeloof de aanvoerder en scepsis de pleitbezorger.

Van oudsher bedrijven wijsgeren filosofie uit verwondering om het zijn, godgeleerden theologie uit getroffenheid door God. Verdwijnt verwondering of getroffenheid, dan blijft alleen droge wetenschap over, nuchter o zo nuchter, menselijk al te menselijk. Verbeelding gaat in louter waarneming en ervaring teloor, het hart levert zich uit aan het verstand en geloof verliest zich in achterdocht. Nu wordt veelal Jezus' Godheid ontkent. In een andere tijd van crisis, de vierde eeuw die in menig opzicht op de twintigste lijkt, is Jezus' mensheid ontkend. De geschiedenis herhaalt zich steeds, zij het telkens anders. En welk een spirituele rijkdom heeft die periode toen niet opgebracht. In onze tijd van overschatting van het verstand is dit de wetenswaardigheid: de rede is slechts de ene vleugel om de waarheid op het spoor te komen, de andere vleugel is het geloof.

Vroeger namen gelovigen vaak eenvoudigweg aan wat de kerkelijke hiërarchie hun voorhield. Dit tekort aan eigen denkinspanning is thans vervangen door al te grote zekerheid omtrent eigen inzicht, evenwel zonder voldoende voorlichting. Geloofskennis moet worden overgedragen. Eenieder zal bevestigen dat het Romeinse Kerkbegrip alleen in geloof eerst opdoemt. De Kerk is zichtbaar, analoog aan Gods Zoon, Zijn Woord, dat zichtbaar is geworden onder de mensen. Als instituut en menselijke structuur blijft zij altijd zondig omdat wij zondige mensen zijn. Maar de Kerk is niet alleen hier in de wereld, zij is ook daar in de hemel. Zij is niet louter menselijk maar ook goddelijk, bedoeld door Christus en geleid door de Heilige Geest. In weerwil van menselijke zondigheid, waaraan de mens nooit ontkomt, is de Kerk niet alleen zondig maar ook heilig, niet alleen bezoedeld maar ook rein, niet alleen van de tijd maar ook boven de tijd - tot aan het einde der tijden.

Zou de huidige symboolblindheid niet mede te wijten zijn aan de geringe tekenkracht die de Kerk zelf in onze streken straalt? Niet slechts mammon en buik, materialisme en consumptisme, brengen verblinding teweeg, noch slechts verwetenschappelijking en mechanisering van wereldbeeld, noch slechts platte levensverwachting en vlakke levensgang. Ook de Kerk zelf, althans voor zover stukwerk van mensen, is schuldig aan breed verspreide blindwording. Wie de ogen opent, ziet en ziet in. Allereerst zouden de kerkgebouwen dagelijks geopend moeten zijn. Geen gelegenheid gaat voorbij, of de vele vrijwilligers worden geroemd om hun inzet voor de Kerk. En dat terecht. In de huidige periode dragen niet alleen vrouwen de Kerk maar vrouwen en mannen samen. Vrijwilligers zouden samen de kerken kunnen openhouden. Die weer dagelijks geopende gebouwen zijn geen praatlokalen maar bedehuizen: ruimten om God te ontmoeten, zo niet in de aanbidding van de eucharistie dan ten minste in de stilte en de afzondering van alledag. Wordt in deze tijd van nuttigheidsdenken niet te gemakkelijk voorbijgegaan aan de tekenwaarde van een kerkgebouw? Wordt niet afstoting of afbraak te praktisch als oplossing gevonden ten gunste van duur betaald kerkelijk personeel? Afgestoten of afgebroken gebouwen tonen buitenstaanders eigen echec en eigen gebrek aan vertrouwen. Hun tekenwaarde, verwijzing naar de Kerk als teken, is sneller opgegeven dan opnieuw gegeven.

Als in kerken vieringen worden gehouden, laten die rond sacramenten zijn met als middelpunt de eucharistie of laten die zijn rond het Woord in navolging van onze protestantse medechristenen. Is niet wat zichtbaar was van de Verlosser overgegaan in de sacramenten, zoals Leo leert? En is Christus niet in ons door het mysterie van de sacramenten, zoals Hilarius zegt? 'Door Uw sacramenten verenigen wij ons elke dag met U en ontvangen wij U in ons lichaam. Keur ons waardig om in ons zelf de hoop op de verrijzenis te ervaren.'

Christenen leven van twee tafels. De ene is de tafel van het Woord, de andere is de tafel van het Brood. De eerste is overvloedig beladen en getuigt van eenheid. De tweede vloeit over van rijkdom maar vraagt bescheidenheid en geduld, nu zij nog van eenheid afhoudt. Hoezeer is voorkeur te geven aan eucharistieviering of woorddienst boven verwarring bevorderende diensten van woord en communie? Laat niemand dringen achter het altaar te staan. Bij voortgaand altaar-dringen zijn kerken weldra nog leger. Dringen voor de doopvont of de biechtstoel of knielen voor het tabernakel of het altaar daarentegen doet kerken vullen. Ook door weetgierige heidenen. Omgang met het bedehuis en viering van de liturgie, die getuigen van innerlijk leven met Christus, zijn tekens. Zij beduiden teken van hoop die in ons leeft; want Christus Jezus is onze hoop. Van Hem zwijgen christenen nimmer; want zij dragen Zijn naam. Juist omdat Christus zelf 'hoop op eeuwige heerlijkheid' (Kolossenzen 1 vers 27) is waarnaar de Kerk onafgebroken wijst, is christelijke hoop zonder haast. Zij is niet gebonden aan het hier en nu. Zij kent rust in verwachting en vertrouwen.

Kerk als teken van hoop is niet alleen verkondiging van Christus met de mond maar ook navolging van Christus in het leven. Christenen die zich onderling liefdeloos gedragen of uit ademnood van afgunst bijkans stikken, valt slechts scepsis van de wereld ten deel - zeker wanneer het ambtsdragers aangaat. Christenen die niet opkomen voor de zieken en zwakken, voor het ongeboren leven en de ongewenste dood, schaden het aangezicht van de Kerk. Christenen die zich niet verzetten tegen ongetoomd slachten van dieren en uitbuiten van natuur, die woekerwinst nemen en wapens vervaardigen, die conflicten instandhouden en ongerechtigheid handhaven, maken de Kerk van Christus ongeloofwaardig.

De Kerk behoort slechts liefdesgemeenschap te zijn. Door het sacrament van het doopsel worden wij ingelijfd in de kerkelijke gemeenschap, door het sacrament van de eucharistie worden wij daarin bestendig opgebouwd door ons deelnemen aan de ene Christus die zich geeft in het ene brood, het liefdesbrood, het engelenbrood dat eenheid sticht, in eenheid samenvoegt, leden van het ene lijf dat Christus is: Hij het hoofd, wij de leden. Hij het beeld van de bruidegom, wij het beeld van de bruid in ons aller voorbeeld, de Moeder van God, Maria.

De Kerk als teken van hoop heeft Joannes Paulus II krachtig en klaar vertolkt bij de sluiting van de heilige deur op het jongste hoogfeest van Epifanie. Aan het begin van het nieuwe duizendtal (Novo millennio ineunte) heeft de paus zich tot alle gelovigen gericht als besluit van het grote jubileum van het jaar 2000. Monterheid troef in deze apostolische brief. Duc in altum. 'Vaar naar het diepe en gooi uw netten uit voor de vangst.' (Lucas 5 vers 4) Hoewel Simon de hele nacht niets had gevangen, wierp hij de netten nog eens uit. Alleen op Jezus' woord. En de vangst was groot. Wat toen is geschied, zal nu opnieuw gebeuren. Door te blijven geloven en door steeds te blijven getuigen van de hoop die in ons leeft. Vertrouwen. Dat is het sleutelwoord. Vertrouwen op de leidende hand van de Vader, vertrouwen op Christus die bij ons blijft tot aan het einde van de wereld, vertrouwen op de niet aflatende kracht van de Heilige Geest. Vertrouwen geeft ook zelfvertrouwen en zelfvertrouwen begin van elan, geestdrift, vuur. Centraal in Novo millennio ineunte staat de beschouwing van Christus' gelaat als Zoon van God, als mens geworden Woord, als verrezen Heer. Christus is het mysterie van de Kerk. Alleen in de ervaring van zwijgen en bidden licht dit geheim op: 'Uw gelaat, Heer, wil ik zoeken', bidt de psalmist, en: 'Laat Uw gelaat over ons stralen'. De spritualiteit in het derde millennium behelst verinnerlijking. En vanuit vertrouwen in verinnerlijking de spiritualiteit van gemeenschap. Gemeenschap van liefde en in liefde, de blik gericht op de drievuldige God, van zichzelf weg ziend naar de ander die bij ons hoort, die ons geschonken is, van wie we ons de mindere weten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden