Vertrouwd,behaaglijk en ook hip

De kunstredactie van Trouw vraagt een aantal musea om een bijzonder kunstwerk uit het depot te halen dat nog nooit of lange tijd niet te zien was voor het publiek. In deze aflevering de keuze van Caroline Boot, conservator kunst en vormgeving van het TextielMuseum in Tilburg.

Buiten is het kil en nat. Maar binnen heeft conservator Caroline Boot van het TextielMuseum in Tilburg een warme, wollen deken klaargelegd. De deken zit nog in de zuurvrije doos waarin hij al heel lang in het depot wordt bewaard. Het patroon van rode, groene, gele, blauwe, zwarte en witte driehoeken komt vaag bekend voor. Ligt er ergens in een kast thuis in ook niet zo'n bontgekleurde wollen deken? Nog afkomstig van het kinderbed uit het ouderlijk huis?

Dat zou kunnen, zegt Boot, conservator van het TextielMuseum in Tilburg. Bij veel mensen die opgegroeid zijn in de jaren vijftig en zestig, roept deze deken jeugdherinneringen op. Is het niet door het patroon, dan wel door het logo van een rendier voor een met dekens volgeladen arreslee in een besneeuwd landschap. Mateloos populair waren ze destijds, de 'zuiver scheerwollen dekens die rheumatiek voorkomen', geproduceerd door de Tilburgse Wollenstoffen en Wollendeken Fabrieken AaBe. Bijna elk huishouden had wel een exemplaar.

Bliksemrondleiding
Het TextielMuseum heeft een collectie van zo'n 20.000 objecten. Daarvan kan het steeds maar een klein deel laten zien. Dat is de belangrijkste reden dat deze deken al lange tijd in de kelder ligt. Eigenlijk is dat zonde, erkent Boot, want er zijn zoveel boeiende verhalen over te vertellen. Maar voordat de conservator van wal steekt, wil ze eerst laten zien hoe deze deken destijds is gemaakt. Er volgt een bliksemrondleiding door het museum, waarbij het hele productieproces van schapenvacht tot wollen deken de revue passeert.

Zo'n vijftig jaar geleden was de Wollenstoffen en Wollendeken Fabrieken AaBe een begrip in Nederland. De wortels van AaBe gaan terug tot 1811. Toen kwam de uit Dordrecht afkomstige protestantse redersfamilie Van den Bergh naar het katholieke Tilburg, toen al een belangrijke wolstad, om daar een windvolmolen te bouwen. Een volmolen is een grote machine waarin de wollen stoffen gewassen worden en vervilt. Later ging het familiebedrijf ook zelf weven en spinnen. Eind negentiende eeuw draaide het bedrijf als een tierelier en was Tilburg uitgegroeid tot bloeiende textielstad.

In 1897 kwam Adolf van den Bergh, net afgestudeerd aan de Hogere Textielschool in Enschede, in het bedrijf van zijn vader werken. Na een ruzie met zijn broer begon hij in 1929 voor zichzelf. Hij noemde zijn bedrijf AaBe, een samentrekking van zijn initialen. De zaken gingen zo goed, dat Van den Bergh in 1929 een reusachtig onderkelderd fabriekscomplex van 21.000 vierkante meter liet bouwen. Ondanks de crisis en naderende oorlog wist AaBe de productie en werkgelegenheid te vergroten. In de oorlog waren de kelders onder de fabriek een ideale schuilplaats voor onderduikers.

Na 1945 bleef het bedrijf groeien. Gijs van den Bergh, die zijn vader Adolf in 1956 was opgevolgd, mocht zich met 1500 werknemers de grootste werkgever van Tilburg noemen en de grootste dekenfabriek van Nederland. Naast wollen dekens maakte de fabriek ook stoffen voor kleding, uniforms en het interieur.

Boot: "Uit die bloeitijd dateert deze deken. Moderne, abstracte patronen met felle kleuren werden toen helemaal hip. De traditionele bloemetjesstoffen die voor de oorlog populair waren, hadden afgedaan. Net zoals de zware, eikenhouten meubels plaats moesten maken voor lichte rotan meubeltjes." De Stichting Goed Wonen speelde daarin een belangrijke rol. Ze gaf adviezen voor verantwoorde interieurs met veel licht, lucht en ruimte en fungeerde als een nationale smaakopvoeder.

Boot: "Het ontwerp van de deken past helemaal in die tijd. Het bedrijf had geen bekende ontwerpers in dienst. Het beschikte over een eigen ontwerpafdeling, die een collectie dekens in die typische jarenvijftigstijl naar buiten bracht. De dekens sloten, door hun heldere kleuren en eenvoudige vormgeving, goed aan bij de ideeën van de Stichting Goed Wonen. Jan Kollau, technisch weverijleider, zette de dessins van de ontwerpafdeling om in technische tekeningen. Van zijn weduwe hebben we een boek gekregen met zijn werktekeningen."

Het etiket met logo van een rendier dat standaard in elke deken was genaaid, groeide uit tot een nationaal symbool van kwaliteit en behaaglijkheid. 'Welterusten rendier! Wat zal ik lekker slapen onder die hééérlijke AaBe deken die je me bracht', zo luidt de tekst van een advertentie uit de jaren vijftig. Het rendier werd zo populair dat in het centrum van Tilburg een diorama werd gebouwd met daarin een opgezet rendier met slee en dekens van AaBe.

Sociaal bedrijf
Ook als werkgever was AaBe geliefd. Boot: "Het was een heel sociaal bedrijf met uitstekende voorzieningen voor de werknemers. Het bedrijf had een eigen sportclub en toneelvereniging, en een ziekenkamer met een verpleegster en bedrijfsarts. Ook richtte AaBe in Tilburg een basisschool op: Rendierhof (nu de Jan Ligthartschool Rendierhof).

Lang wist AaBe zich nog staande te houden tegen de concurrentie van lagelonenlanden, die eind jaren zestig leidde tot een kaalslag in de Nederlandse textielindustrie. Er volgden reorganisaties en fusies. Eind jaren zeventig richtte het sterk verkleinde bedrijf zich met succes op de productie van brandwerende stoffen voor de vliegtuigbranche. Na een faillissement in 1996 volgde een doorstart en verhuisde het bedrijf naar een kleiner pand. Twaalf jaar later moest AaBe de deuren definitief sluiten en werden de 38 werknemers ontslagen.

Er zijn plannen om de vervallen AaBe-fabriek, een rijksmonument, te renoveren en een nieuwe bestemming te geven. Ook de onverslijtbare wollen dekens van AaBe wacht een nieuwe toekomst, zegt Boot. Twee jonge Nederlandse ontwerpers hebben het bedrijfje Wintervachtjas opgericht en maken van de oude dekens, waarvan er nog heel veel in Nederland moeten zijn, jassen en vesten. Elk product is uniek en wordt met de hand gemaakt. Boot: "De AaBe-dekenjasjes blijken niet aan te slepen, zo populair zijn ze, net zoals destijds de dekens."

Het TextielMuseum in Tilburg wijdt vanaf 19 december een expositie aan AaBe: 'Een sterk merk'. www.textielmuseum.nl. Voor de vesten en jassen: www.wintervachtjas.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden