Vertrouw op de dijk

Iedereen bemoeit zich tegenwoordig met het water en hoe Nederland daarmee om moet gaan. Maar de aandacht voor de beste bescherming die we kennen - de dijk - dreigt te verslappen, waarschuwt hoogleraar Hans Vrijling.

Het zint Han Vrijling niet. Nu hij op het punt staat afscheid te nemen van de TU Delft, ziet de hoogleraar waterbouwkunde met lede ogen aan hoe zijn vakgebied invloed verliest. En dat terwijl de deskundigheid op het gebied van waterkeringen en dijken hard nodig zal blijven om Nederland te beschermen.

"In vroeger tijden zochten de mensen bij overstromingen hoger gelegen gebieden op. Totdat ze bedachten dat ze die heuvels zelf wel konden bouwen en op terpen gingen wonen. Maar omdat de oogst dan nog steeds mislukte, sloegen ze de handen ineen en bouwden een dijkring die het hele land beschermde. En nu? Vanuit een romantisch idee draaien we de klok terug en willen we weer op terpen gaan wonen. Denken we dat een rietveld of een vloedbos net zo goed bescherming kunnen bieden. Maar die mensen van vroeger waren niet gek. Als dat rietveld of die terp had geholpen, waren ze heus niet aan die dijken begonnen."

De hoogleraar waterbouwkunde vreest niet direct voor een naderende overstroming, maar hij waarschuwt wel. "Het lijkt wel of iedereen tegenwoordig waterexpert is. Kijk maar naar de Deltacommissie. Daar zit een historicus in, een voedseldeskundige, allemaal mensen uit Wageningen, maar nauwelijks meer een ingenieur uit Delft. Ik snap dat wel. Er gaat veel om in het waterbeheer, iedereen wil een stukje van de taart. Dan krijg je plannen om ruimte te geven aan de natuur. Dat gaat ten koste van de dijk, ben ik bang. En als ingenieur weet ik: in Nederland is een dijk technisch en economisch de meest efficiënte manier om je tegen een overstroming te wapenen."

Als iemand het kan weten, is het Han Vrijling wel. Als jonge ingenieur was hij betrokken bij het ontwerp en de bouw van het pronkstuk van de Deltawerken, de stormvloedkering in de Oosterschelde. Daar was hij toevallig terechtgekomen. Civiele techniek was altijd wel zijn passie geweest - zijn oom was directeur van het Waterloopkundig Laboratorium - maar de studie vond hij maar rommelig. Vrijling schakelde over naar betonconstructies en vond een baan bij bouwbedrijf Visser & Smit.

Een van zijn eerste klussen bracht hem alsnog naar de Deltawerken. "In die tijd, begin jaren zeventig, speelde de discussie of de Oosterschelde wel helemaal moest worden afgesloten. De milieubeweging was in opkomst en de oorspronkelijke doelen van het Deltaplan - de mondingen in de Nederlandse kust sluiten, zoet water voor de landbouw en een getijdenvrije vaarroute naar Antwerpen - kregen er een concurrent bij: behoud van de natuur. Kortom, er moest een halfopen kering komen en aan ons de vraag: kan dat?"

Vrijling antwoordde niet alleen bevestigend op die vraag, hij maakte met zijn aanpak ook naam in de wereld van de waterbouw. "Die was toen nog vrij klassiek. Als men een nieuw caisson ontwierp, werd eerst een schaalmodel gemaakt. Daarmee bepaalden ze in het proefstation in de Noordoostpolder de golfbelasting. Daar gingen wel zes weken overheen. In de tussentijd had ik allang berekend welke belasting het caisson kon dragen, en ik had het telkens goed. Dat begon op te vallen en op een gegeven moment kwamen ze aan mij vragen hoeveel golfbelasting een nieuw caisson zou krijgen."

Na deze klus stuurde Visser & Smit hem voor een jaar naar Saoedi-Arabië, maar bij zijn terugkomst stond Rijkswaterstaat hem al op te wachten. Er waren nieuwe problemen met de stormvloedkering. Hij werd te duur en de rekenmeester uit Delft moest een list verzinnen. Vrijling: "Ook hierin benaderden ze het probleem traditioneel. Bij het formuleren van de eisen waaraan de kering moest voldoen, ging men uit van de laagst denkbare stand van het binnenwater en het hoogst mogelijke peil van de zee. Met daarbovenop de hoogste en traagste golven. Dat is een goed uitgangspunt, maar, vroegen wij ons af, komen al die extremen ook per se samen?"

En zo introduceerde Han Vrijling de kansberekening in de dijkenbouw. Dus niet meer: hoe vaak komt die ene fatale storm langs? Maar: hoe groot is de kans dat allerlei omstandigheden bij elkaar de dijk te veel worden? "Wij kwamen erop uit dat die extremen niet 100 procent samenvielen. Die hoge, trage golf van Rijkswaterstaat breekt voor de kust. Hij blijft even traag maar wordt lager. Op zijn rug groeit een kortere golf die minder drukt op de kering. Het kon dus lichter, berekenden wij. De pijlers hoefden niet om de 40 meter te staan, maar konden 45 meter uiteen."

Verpletterende eenvoud
Terwijl de wereld zich vergaapt aan hoogstandjes als de Oosterschelde- of de Maeslantkering, is de dijk nog altijd de core business van Rijkswaterstaat. Een eeuwenoud concept, uitgebreid beproefd en geperfectioneerd, en van een verpletterende eenvoud. Een stevige, waterdichte ondergrond van klei, daarbovenop een berg zand en die weer afgedekt door een tweede laag klei. En voor de stevigheid: gras eroverheen, asfalt of basaltblokken.

De ervaring - en later de wetenschap - leerde hoe breed een dijk van een bepaalde hoogte moest zijn. Maar daarmee leek alles wel gezegd. Niet helemaal, zegt Vrijling. "Het is nog niet zo lang dat we weten dat de dijk ook bedreigd wordt door een mechanisme dat piping heet. Welvorming, in goed Nederlands."

Als het water hoog tegen de dijk staat en het achterland ligt een stuk lager, komt het grondwater onder druk te staan. En kan het door de onderste kleilaag heen naar boven dringen. Als daar zand bij meekomt, spoelt de grond onder die kleilaag weg. Zo ontstaat er een kanaaltje, dat zich een weg terug baant, onder de dijk door. "Als dat kanaal het buitenwater bereikt, is de dijk binnen een halfuur bezweken. Het speelt vooral langs de rivieren. Daar is de norm dat ze eens in de 1250 jaar mogen bezwijken, maar door piping is die kans nu eens in de 100 jaar."

Daar is wel wat tegen te doen - een verticaal schot onder de dijk bijvoorbeeld, of een dikkere kleilaag erachter. Maar er zijn vele kilometers rivierdijk, dus het uitsluiten van piping is ondoenlijk. Vrijling is dan ook blij met de recente brief van minister Melanie Schultz waarin ze aangeeft dat ze dit risico zal meenemen. Ze gaat niet meer uit van de kans dat het water hoger komt te staan dan de dijk, maar van de kans dat de dijk het begeeft. Hij lacht. "Dat is precies de normbenadering die ik ooit bij de Oosterscheldekering heb geïntroduceerd. Ik heb dertig jaar gestreden om dat ook bij de rivieren voor mekaar te krijgen. En net voor ik met pensioen ga, lukt het ineens."

Verder is hij minder positief over de brief van de minister. Want ook zij wil ruimte geven aan de rivier, samenwerken met de natuur. "Begrijp me goed, ik ben een groot natuurliefhebber, maar zuiver technisch is het slimmer de dijken te verhogen dan ze te verplaatsen vanwege die zogenaamde ruimte voor de rivier. Het land dat je weggeeft, is niet gratis. Bovendien stroomt het water in zo'n verbrede rivier veel langzamer richting zee. En vergeet niet: slechts een derde van het budget gaat naar veiligheid, de rest is voor de natuur. Waar ik beducht voor ben, is dat deze hype ineens voorbij kan zijn. En de geldkraan dicht gaat."

Nog zo'n hype waar hij zich aan stoort: de zogeheten meerlaagse veiligheid. In haar brief wijst de minister op het belang van waterbewustzijn: 'Alle Nederlanders moeten weten wat te doen als het toch mis gaat.' Vrijling: "Ze heeft dat laatst in een interview in de Volkskrant benadrukt. U weet wel, de vraag of iedereen een tonnetje klaar had staan voor het geval dat, met een deken en een zaklamp erin. Alsof je daar nog wat aan hebt tijdens een overstroming. Het is dan vast nacht, het is steenkoud, het stormt. We moeten niet denken dat er nog veel te redden valt. Door daarop in te zetten, verslapt de aandacht voor de dijk."

Als Vrijling het voor het zeggen kreeg, zou hij zich op die dijk richten. "Ik zou als een haas de dijken op orde brengen. Vele voldoen nu niet aan de normen. Dat weten we al jaren en wat wordt besloten? We gaan ze niet eens in de zes, maar eens in de twaalf jaar inspecteren. Dat is als een scholier die besluit het proefwerk maar eens een keer over te slaan."

Vervolgens zou hij de normen zelf toetsen - iets wat de minister ook van plan is te doen. Die stammen nog uit 1960, maar inmiddels wonen er veel meer mensen achter de dijken en is het gebied, met name de Randstad, van veel grotere economische waarde.

"En ten slotte zou ik het vertrouwen in de dijk herstellen. Ik begrijp die ontwikkeling niet. We stappen onbezorgd in het vliegtuig, al worden we daar slechts door een dunne aluminium schil beschermd. Maar in een diepe polder willen we ineens niet meer wonen, want die dijk vertrouwen we niet. Toen ik studeerde, in de jaren zestig, was het gevaarlijk om over de Deltawerken te rijden. Niet vanwege de dijken, maar vanwege die auto. Als die het begaf, dan stond je daar in de nacht op de Brouwersdam. Toen had je nog geen mobieltje. Je moest gaan lopen als je hulp wilde."

Zeespiegelstijging
Eigenlijk geldt dat ook voor de klimaatverandering. Ook daar lijkt het vertrouwen in de dijkenbouwers uit Delft tanende. Iedereen heeft het maar over een stijgende zeespiegel en dat er op een gegeven moment geen houden meer aan is. Maar Vrijling houdt geloof in zijn dijken. "Ten eerste, de zee stijgt al heel lang. Met 20 centimeter per eeuw, en daar meten we nog geen versnelling in. Maar zelfs als de deskundigen gelijk krijgen en de zee over honderd jaar een meter hoger staat, maak ik me geen zorgen. We kunnen een dijkverhoging makkelijk betalen en er zit nu al een veiligheidsmarge in. Als die zeespiegelstijging echt gaat gebeuren, hebben we nog zeker dertig jaar de tijd om in actie te komen. Dat moet te doen zijn."

"Als het moet verdedigen we ons tegen een stijging van vijf meter. Maar waar hebben we het over? Weet u hoe Nederland er honderd jaar geleden bij lag? Toen waren er nauwelijks auto's. Geen mobieltjes, satellieten of computers. Kunt u zich dan een voorstelling maken van het Nederland in 2100? Nee toch? Ja, behalve die zeespiegel. Daarvan denken we te weten hoe hoog die is over honderd jaar."

Wie is Han Vrijling?
Johannes Kornelis Vrijling (7 augustus 1947) is sinds 1989 hoogleraar waterbouwkunde aan de TU Delft. Na zijn afstuderen in 1974, ook aan de TU Delft, was hij betrokken bij een groot aantal waterbouwkundige projecten in binnen- en buitenland. Na de overstroming van New Orleans (in 2005) leidde hij diverse analyses van deze ramp en de gevolgen. Vrijling is behalve civiel ingenieur ook afgestudeerd econoom. Vandaag houdt hij op een aan hem gewijd symposium op de TU Delft zijn afscheidsrede.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden