Vertrouw niet blind op wat je ziet

Ester Naomi Perquin kreeg in januari de VSB Poëzieprijs voor haar bundel 'Celinspecties'. De jury prees de 'verraderlijk luchtige toon en onvoorspelbare wendingen' in haar gedichten. Vandaag deel 6 van de mooiste, door Trouw geselecteerde Nederlandstalige poëzie.

En ineens was daar Ester Naomi Perquin. Alsof ze al verwacht werd, klopte ze in 2007 losjes op de deur van de poëzie. Jong was ze nog, toen 27, maar de bundel die ze afleverde, klonk zelfverzekerd. Er schemerde iets anekdotisch in door, een lichte verwantschap met Rutger Kopland, iets van de scherpte en humor van Judith Herzberg en het brutale absurdisme van Anne Vegter. Maar bovenal was het een heel eigen geluid waarmee Perquin haar thema's gestalte gaf.

'Servetten halfstok' heette haar debuut en ze sleepte er meteen ook maar een aantal prijzen mee in de wacht. Terecht, want er zijn er niet veel van wie de eerste gedichten meteen zo stevig in hun schoenen staan.

'Servetten halfstok' opent met een paar surreëel aandoende regels die laten zien waar het de dichteres om gaat:

Wil iemand in mijn benen lopen,

in mijn mond zijn woorden leggen

en in mijn handen stijve vingers

soepel strekken voor pianospel

of strelen - wie wil mij aan?

Niets is wat het lijkt, niemand hoeft te zijn wie hij voorwendt, van dat idee is Perquins poëzie doortrokken. De werkelijkheid wordt aan het wankelen gebracht, identiteit op losse schroeven gezet. Dat gebeurt veelal in gedichten waaraan allerlei dagelijkse gebeurtenissen ten grondslag liggen: een verjaardagsfeestje, een schoolreisje, een kip plukken, de buurman begluren. Maar vertrouw niet blind op wat je ziet, zo'n alledaagse waarneming kan bedrieglijk zijn. Want staat die buurman zich gewoon te scheren? Is dat wel scheerzeep op zijn wangen? Of toch iets anders?

Ik kan hem zien, silhouet van

een man in zijn badkamerraam.

Hij blijft maar bezig bij dat licht

smeert zeep over zijn kaken

en snijdt dan met een mes

de wolf van zijn gezicht.

Angst is een belangrijke drijfveer van deze poëzie. Angst dat de dingen niet hun vertrouwde loop nemen, bang 'de kwijtste van de klas te zijn' als de bus tijdens het schoolreisje de school weer nadert en de kinderen onder de banken duiken. Onderhuids broeit er van alles in Perquins gedichten en dat kan soms dreigend groteske vormen aannemen. In 'Verwachtingen' (over zwangerschap) voelt ook het ongeboren kind als wezensvreemd, als 'een lijf dat niet bestaat', maar toch in een buik aanwezig is.

Dreigend gevaar, muizenissen of buitenissig ontsporende gedachten bezweert Perquin over het algemeen met een laconiek soort humor, alsof ze in taal een stalen gezicht trekt. Dat is onder andere te zien in 'Gezocht', een vrij absurde 'contactadvertentie', waarin de lezer, met onverwachte samentrekkingen, scherp gebruikte enjambementen of goed uitgespeelde tegenstellingen op het verkeerde been wordt gezet: 'Man met grote handen en dito boekenkasten,/ bij voorkeur met uitzicht op zee.'

Met haar gevoel voor humor weet ze ook een tragische kant van de samenleving bloot te leggen. Neem het gedicht over Richard. Aanleiding: iemand is verkeerd verbonden. 'Vanmorgen werd ik opgebeld door een mevrouw die wilde weten of ik Richard was.'

Degene die de telefoon aanneemt, hangt niet geërgerd op, maar wil de beller ter wille zijn, denkt verder, en laat allerhande meer of minder filosofische gedachten los, over een ander (willen) zijn, een ander niet willen teleurstellen en de mogelijke identiteit van de gezochte Richard:

Zou ik door Richard te worden ook Richard zijn, inclusief lichaam,

ademhaling, geheimen, de manier waarop hij 's ochtends vroeg

zijn veters strikt? Houdt hij bijvoorbeeld van pastinaak?

Perquin weet nauwgezet de spanning in haar gedichten op te bouwen. In 'Richard' slaagt ze erin de lezer tot het uiterste in haar gedachtekronkels mee te voeren. Elders kan ze in een handomdraai een gedicht over de lente die zich aandient transformeren tot een ademstokkend vers over het verlies van een kind. Gewoon door ergens halverwege het gedicht een paar wantjes langs de kant van een wak te laten slingeren:

Niets erger dan dat woekerend gemak

waarmee de lente aan het groeien slaat.

Daaronder houdt het ijs een zoontje stil.

Ester Naomi Perquin werd in 1980 geboren in Utrecht. Ze groeide op in Zeeland en woont en werkt inmiddels in Rotterdam. Behalve poëzie schrijft ze columns voor onder andere De Groene Amsterdammer. Voor Rotterdam zette ze zich ook als stadsdichter in. Zo maakte ze het gedicht 'Afgemeten' voor de Rotterdamse Voedselbank. Het werd gedrukt op tasjes die via een bakkerij in de stad verspreid werden. 'Er woont een vrouw in de stad, levend van water/ en lucht. Ze draagt haar lege tassen door/ de straten. Thuis schikt ze gaten op/ schalen, dan lijkt het nog wat.' Onalledaags en terloops wist Perquin zo met een paar heldere regels de aandacht te vestigen op de verborgen armoede in haar stad.

De minder fraaie kanten van de samenleving zijn Perquin niet vreemd. Ze werkte enige jaren in de gevangenis en sporen daarvan zijn ook in haar werk te vinden. En vooral in 'Celinspecties' (2012). In deze bundel kruipt ze in de huid van 'zware jongens' als Frederik C., David H. en Bart V. Het zijn gevaarlijke gekken en zielige stumpers. Hun verhaal klinkt als monoloog tegen de psychiater, of als verweer tegen de rechter, of zomaar als mijmering.

Wat deze mannen precies op hun kerfstok hebben, komen we nergens te weten. Al lijkt David H. vast te zitten wegens wurging, en schemert in het verhaal van Bart V. een schietpartij in een winkelcentrum door. We zien door zijn ogen wie hem tijdens zijn daad nog aankeken: 'een vrouw met een tas waar prei uit stak', en 'een meisje dat "ach lieverd" riep'.

Ach lieverd. Ze lachte heel even en daarna

viel ze neer alsof ze een jas was geweest

die ineens van een hangertje gleed.

Zo biedt Perquin inkijkjes in soms inktzwarte levens. Hier bijvoorbeeld in 'Brieven onder nummer', waarin een man na eindeloos brieven schrijven op bezoek gaat bij een vrouw buiten de bak en beseft dat hij zijn verleden beter kan verzwijgen: 'Je jeugd alleen/ zou vlekken maken op haar vloer.' Dergelijke haast terloops neergeschreven vergelijkingen komen hard aan.

'Celinspecties' - in januari bekroond met de VSB Poëzieprijs 2013 - is pas Perquins derde dichtbundel, maar uit de Nederlandse poëzie is zij niet meer weg te denken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden