Ankie Broekers-Knol.

Interview

Vertrekkend senaatsvoorzitter Ankie Broekers-Knol wil ook nog wel een keer minister-president worden

Ankie Broekers-Knol. Beeld Werry Crone

Tot klokslag twaalf uur ’s nachts, in de nacht van 10 op 11 juni, is Ankie Broekers-Knol voorzitter van de Eerste Kamer. “Die klimaattafels waar wetgeving uit voortkomt, zijn in strijd met ons democratisch bestel.”

Alleen haar hand ging die avond omhoog, op de vraag wie er morgen premier zou willen worden, mocht de nood aan de vrouw zijn. Ankie Broekers-Knol kan er nog niet over uit. De vraag klonk aan het eind van een bijzondere viering van 100 jaar algemeen kiesrecht voor vrouwen, op 9 mei in een ­Amsterdams theater. 

Met andere vrouwelijke politici zoals de ministers Sigrid Kaag, Carola Schouten en staatssecretaris Mona Keijzer had Broekers-Knol een toneelstuk opgevoerd van de debatten die leidden tot deze politieke doorbraak. “Ik speelde Henri Marchant, het Kamerlid dat de initiatiefwet indiende voor het vrouwenkiesrecht. Een liberaal, dat wil ik toch even gezegd hebben.” En toen was er die slotvraag van de debatleider, aan een zestal ­ervaren politici. “Bizar. Heel opmerkelijk. ­Beter kun je het contrast niet zien tussen iets met de mond belijden en concreet iets doen. Premier zijn lijkt mij juist geweldig.”

Broekers-Knol stak wel vaker haar hand op. In een cafézaaltje waar de VVD-afdeling Bloemendaal bijna twintig jaar geleden vergaderde, toen de voorzitter aan het eind van de avond zei: ‘Oh ja, we kunnen nog kandidaten noemen voor de Eerste Kamer’. “Dat lijkt mij wel wat”, had ze gezegd. Na twaalf jaar in de ­gemeenteraad en als jurist aan de universiteit Leiden kon ze putten uit een ruime ervaring.

Vrijwel vlekkeloos voorzitterschap

Ook in de Eerste Kamer ging die hand ­omhoog, in 2013. Voorganger Fred de Graaf was als voorzitter in ongenade gevallen, omdat hij Geert Wilders uit een protocollaire commissie zou hebben geweerd bij de inhuldiging van de Koning. De VVD-top wilde even geen partijgenoot naar voren schuiven. Daar dacht de senaatsfractie anders over. Of het niet iets voor Ankie was? Ze won na drie stemrondes.

En nu zit ze midden in de hectische laatste dagen van haar zesjarige, vrijwel vlekkeloze voorzitterschap. Ze gaf ruimte aan het debat, maar was ook niet te beroerd een enkele keer de microfoon uit te zetten als een senator het te bont maakte. Ministers die haar opbelden om te pleiten voor een spoedbehandeling van hun wet, kregen, als het onredelijk was, te horen: zo werkt het hier niet. Toch zit de agenda voor de resterende drie vergaderdinsdagen tjokvol. Deels ook met belangrijke wetgeving, waarbij uitstel minstens een half jaar tijdverlies zou veroorzaken. “Dit kabinet is al niet zo voortvarend geweest met het maken van wetten. De nieuwe senatoren zouden dan de ­behandeling voor een deel opnieuw moeten doen.”

Vanuit haar werkkamer kijkt ze – net als de premier – over de Hofvijver, richting het standbeeld van raadspensionaris Johan van ­Oldenbarnevelt. Naar zijn resten gaat gezocht worden tijdens de aanstaande verbouwing van het Binnenhof, een enorm project, inclusief tijdelijke verhuizing, waar ze zich stevig tegen aan bemoeide en dat ze graag nog had meegemaakt. “Maar die opgraving had van mij niet gehoeven. Straks vinden ze een botje, en dan begint het, dan wil je de hele man vinden. Leg daar bij dat standbeeld jaarlijks een krans, zou ik zeggen.” Het is geen geheim dat Broekers-Knol nog twee jaar had willen blijven, maar de VVD-top wilde verjonging.

U heeft altijd het werk van de Eerste Kamer onder de aandacht willen brengen, maar heeft een afkeer van te veel aandacht van de media. Zit daar spanning tussen?

“Ik heb het in de Eerste Kamer makkelijker ­gehad dan mijn collega Khadija Arib. Die heeft veel meer te stellen met zich profilerende ­Kamerleden. Hier luisteren ze nog als ik zeg: ‘Dit was uw laatste interruptie’. We hebben ook een mooie traditie: voor het debat geven alle aanwezige senatoren mij een hand. Daarmee geven ze aan dat ze in functie het strijdtoneel betreden, dat het niet persoonlijk is. Ik hecht waarde aan zo’n handdruk.

“Wij beoordelen en controleren de wetsvoorstellen van het kabinet. Het zou jammer zijn als de drang van politici om zich voortdurend politiek te profileren, overslaat naar deze Kamer. Wij zijn niet rechtstreeks ­gekozen, we kunnen niet met amendementen of initiatieven komen. Het persoonlijke mag niet domineren, en het is altijd mijn streven geweest om ons juridische werk bekender te maken. De burger moet weten wát we doen, hoe we dat doen en waarom we dat doen. Verder mag de Eerste Kamer iets mysterieus houden.”

Zal dat veranderen met de komst van een partij als Forum voor Democratie in de Senaat?

“Er is voortdurend verandering. De PVV of de PvdD waren er vroeger ook niet. Nieuwe partijen zullen merken wat de verantwoordelijkheden hier zijn. Tijdens de campagne richtten veel aankomende Eerste Kamerleden, zoals Mei Li Vos of Paul Rosenmöller, zich met grote woorden tot het kabinet. Ik dacht: hoor eens, het draait hier om kwaliteit van wetgeving. Dat is onze opdracht, alleen de Tweede Kamer kan een wet veranderen. Ik geloof in de corrigerende kracht van dit instituut, ondersteund door de griffie. Ze zullen zich dus moeten aanpassen.”

Zal dat teleurstelling in de hand werken over het senaatswerk bij nieuwe senatoren?

“Geen idee. Het zal ze niet lukken hier te gaan shinen. Het gebruik van sociale media is hier tot nu toe beperkt, misschien heeft dat met de leeftijd te maken, haha. Men concentreert zich op het debat. Wouter Bos, toen nog minister, had de gewoonte om, als hij in de Eerste Kamer was, vier telefoons voor zich op tafel te leggen. Daar kreeg hij van de toenmalige voorzitter wel opmerkingen over.”

U heeft al jaren veel kritiek op al die politieke akkoorden die het kabinet sluit. Waarom?

“Omdat ze in strijd zijn met ons democratisch bestel. Neem het Klimaatakkoord. Deskundigen en belangengroepen namen deel aan vijf klimaattafels. Zij kwamen tot een Klimaatakkoord. De coalitiepartijen in de Tweede Kamer zijn vervolgens min of meer gebonden aan wetgeving die daaruit voortvloeit, vanwege het feit dat in het regeerakkoord staat dat er een akkoord moet komen. Terwijl het parlement niet aan die tafels zat! Wij kiezen ­Kamerleden omdat wij denken dat zij er het beste voor ons van maken, dus dan moeten ze ook aan tafel zitten als er besluiten vallen.”

Maar de Eerste Kamer is niet gebonden aan al die akkoorden, ook niet aan het regeer­akkoord. Hoe politiek is een afwijkende stem?

“Ik heb zelf een paar keer afwijkend gestemd, beide keren om wetstechnische redenen. Bij de donorwet kwam dat het duidelijkst naar ­voren. Ik vind net als Pia Dijkstra (Tweede Kamerlid van D66, red.), die de wet indiende, dat er veel te weinig donoren zijn. Maar: de donorwet zegt dat artsen bij iemand die niets heeft vastgelegd, de organen mogen uitnemen. Terwijl de wetsbehandeling iets anders opleverde, Dijkstra zei in het debat toe dat de nabestaanden het laatste woord hebben. Als jurist zeg ik dan: dat had in die wet moeten staan. Anders wordt het voor een rechter wel heel lastig, mocht er dan een rechtszaak over komen.

“Natuurlijk speelt er altijd politiek mee als een senator afwijkend stemt. De Eerste Kamer is een politiek lichaam. Maar het stoort mij buitengewoon als senatoren die afwijkend stemmen dan als dissidenten worden neergezet. Nee, ze hebben een andere opvatting! En vaak is die ook al van tevoren bekend.”

Krijgt de Eerste Kamer voldoende respect van het kabinet en de Tweede Kamer?

“Het is opvallend hóe erg ministers of Kamerleden het vinden als hun wet dreigt niet te worden aangenomen. Met overleg en vele kopjes koffie met senatoren proberen ze hun wet erdoor te loodsen. De behandeling van het wetsvoorstel van minister Bruno Bruins over het verbeteren van toezicht in de zorg zou ook deze weken voortgezet zijn. Afgelopen december, toen hij merkte dat hij nog niet genoeg stemmen had, vroeg hij om aanhouding. Uiteindelijk trok hij onlangs het wetsvoorstel in. Ik heb hem nog aangeraden het gewoon te proberen met de stemming, maar ik zie dat ­bewindspersonen een wetsvoorstel liever ­intrekken dan dat zij, in hun ogen, een nederlaag lijden.”

Kwestie van gekrenkte trots?

“Ik vrees van wel. Wat ook is veranderd: vroeger werd nog weleens een wet aangenomen zonder stemming. Tegenwoordig willen de ­leden bijna altijd stemmen, ik vermoed omdat ze dan een stemverklaring kunnen afgeven. Misschien toch een groeiende behoefte tot profileren?”

Beeld Werry Crone

Afgelopen dinsdag zat in de Eerste Kamer voor het eerst de fractie-Duthler, van uw partijgenoot die door fractievoorzitter Annemarie ­Jorritsma eruit is gezet na een vertrouwensbreuk over een integriteitskwestie. Voelt u dat als een nederlaag?

“Het is vervelend. We hebben al na het eerste Greco-rapport ( de anti-corruptiecommissie van de Raad van Europa, red.) in 2015 het integriteitsvraagstuk opgepakt. Daarna vond ­Greco dat we nog niet ver genoeg waren ­gekomen. De eerste publicatie over Anne-Wil Duthler afgelopen september vormde mede de aanleiding om duidelijker regels op te stellen. De Kamer heeft een interne discussie gehad, overleg gevoerd met deskundigen en een ­plenair debat gevoerd. Nu ligt er een aanpassing van het Reglement van Orde.”

Kwam dat niet te laat?

“Er kunnen altijd zaken gebeuren, veranderen, eh..., waardoor je denkt, zijn we wel op de goede weg? Toevallig kwam enige tijd later die ­publicatie in Quote over Duthler, terwijl we juist bezig waren de eigen integriteitsregels aan te scherpen. Ik vind dat we met de Kamer nu hele duidelijke regels hebben afgesproken. Dat hadden we zonder de publicaties over Duthler ook gedaan. We moeten niet zelfgenoegzaam zijn. Maar Anne-Wil is ook twaalf jaar een goed, hardwerkend Kamerlid ­geweest.”

Zijn fracties, in uw geval de VVD, te lankmoedig om de onderste steen boven te krijgen?

“We willen integer ons werk doen. We moeten elkaar erop aanspreken.”

Maar wordt die vraag ooit aan elkaar gesteld: ‘Zou jij dat wel doen?’

“In mijn eigen fractie zeker, ook voor de publicaties over mevrouw Duthler. Bijvoorbeeld over de privatisering van Schiphol, daar was ­iemand nauw betrokken bij de luchthaven en die hield zich buiten het debat. Binnenskamers in de fractie zei hij z’n mening wel, maar dan zeiden we: ‘Ja ja, we kennen jouw standpunt’. Ik vind niet dat senatoren zich bij een schijn van belangenverstrengeling moeten onthouden van stemming, zoals in de gemeenteraad.”

Ook niet als er wel een direct belang speelt?

“Iedere senator betaalt belasting, heeft misschien kinderen die studeren. Wij zijn parttimepolitici. Ik heb zelf altijd geprofiteerd van mijn werk aan de Universiteit Leiden, van de interactie met collega’s en studenten.”

U was de vrouw die jarenlang op Prinsjesdag riep: ‘Leve de Koning!’ Zal u dat missen?

“Dat was fantastisch. De eerste keer was ontzettend spannend. Toen de Koning klaar was met de troonrede moest ik ineens alles tegelijk doen: zijn microfoon uitzetten, de mijne aan, opstaan én ‘Leve de Koning’ roepen.”

U bedient ook de techniek??

“Ja, ik druk op die knoppen, alleen zie je dat niet op tv. Ik geef de Koning aan het begin ook het woord als voorzitter van de Verenigde Vergadering, met een knikje. Na die eerste keer heb ik voorzichtig laten vragen of de ­Koning iets langer kon wachten met opstaan na zijn laatste woorden. Daar is naar geluisterd. Dat kan je niet repeteren. Er is ’s ochtends wel een microfoontest. De eerste keer heb  iets gezongen, ik zat jaren in een jazzband. Een nummer van Stevie Wonder, ­geloof ik. De geluidsinstallatie in de Ridderzaal is fantastisch.”

Straks heeft u weer tijd genoeg voor de band.

“Wie weet, ze vragen me geregeld. Maar ik zou graag nog een grote klus doen. Minister-­president, waarom niet? Ik heb nog energie ­genoeg.”

Lees ook:

Voorzitter van de Eerste Kamer een respectabele baan? Ja, maar bekend word je er niet mee

Wat is dat toch met lastige vrouwen? ­Ankie Broekers Knol (72) gaat haar laatste maanden in als voorzitter van de Eerste Kamer. Nog vijf maanden, tot mei. Dan komt er een nieuwe Eerste Kamer, met een nieuwe voorzitter. Zijzelf zal het niet zijn. 

Kritiek groeit op gedragsregels Eerste Kamer

Deskundigen vinden dat de Eerste Kamer een externe toezichthouder nodig heeft, die waakt over de integriteit van de senatoren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden