Interview

Vertrekkend CNV-voorzitter Maurice Limmen: Door dit kabinet raken we verder van huis

Maurice Limmen vertrekt bij het CNV.Beeld Jorgen Caris

Na achttien jaar vertrekt Maurice Limmen bij het Christelijk Nationaal Vakverbond. ‘Het poldermodel werkt alleen als er steunpilaren zijn op de werkvloer, als er vertrouwen is tussen individuele werkgevers en werknemers.’

“Ik ga harder lopen als ik iets voor een ander kan betekenen. Daar krijg ik energie van. Het begint met verontwaardiging en gaat over in strijdbaarheid. Dat ontdekte ik als jonge jurist. Er kwam een keer een man bij me binnen die op staande voet was ontslagen bij de bagage-afhandeling van KLM. In slaap gevallen tijdens zijn werk. ‘Tja, dat kan gebeuren’, zei ik. ‘Ja, dat kan gebeuren’, zei hij terug. Een kansloze zaak was het eigenlijk. Hij was het type mens dat lange stiltes laat vallen. Elk woord moest ik uit hem trekken. ‘Mijn vrouw klaagt er ook altijd over’, zei hij uiteindelijk. Dat zinnetje maakte dat ik er van alles over ging lezen. Ik kwam erachter dat er zoiets bestaat als de slapende ziekte. We procedeerden en hij kreeg zijn baan terug.

“Ik zie zo’n man zitten en weet dat hij geen baan en geen uitkering heeft als ik niks doe. Dan denk ik: dat laat ik niet gebeuren. Dan gaat er een vlammetje in mij branden en bij dat vlammetje wil ik in de buurt blijven.”

Nog geen 30 jaar was Maurice Limmen, toen hij in 2000 dat spreekwoordelijke vlammetje achterna ging en begon bij het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV). Hij was er landelijk cao-onderhandelaar, vicevoorzitter en de laatste vijf jaar voorzitter. Een krantenknipsel van een van zijn eerste acties heeft hij ingelijst. Op de foto bij de poort van het automatiseringsbedrijf Getronics praat de jonge Limmen in een megafoon. En in tegenstelling tot veel andere vakbondsbestuurders draagt hij een stropdas. “Ik heb vrijwel altijd een stropdas om. Ik heb er een hekel aan om bij een actie andere kleren aan te trekken dan normaal. Het is geen toneelstukje. Je moet je best doen voor iedereen. Ook voor gewone mensen. Een pak en stropdas getuigen van respect voor ­degene met wie ik aan tafel zit.”

Maurice Limmen in vroeger tijden tijdens een actie bij het bedrijf Getronics.

Deze week neemt hij na achttien jaar ­afscheid van de vakbeweging. De 46-jarige ­geboren Alkmaarder begint 1 december als voorzitter van de Vereniging van Hogescholen. Een functie die ook heel dicht bij hem ligt, zegt hij. “Ik kom uit een onderwijsfamilie. Mijn vader, tante, oom, zus. Allemaal zaten ze in het onderwijs. En ik blijf doen wat ik leuk vind. Lobbyen in de richting van de politiek en op zoek gaan naar mogelijkheden voor mensen om op een lekkere manier aan de gang kunnen op de arbeidsmarkt.

“Er is nooit een goed moment om weg te gaan bij de vakbond. Het is nooit af. Dat was het tien jaar geleden niet en dat is het nu ook niet. Er zijn altijd zaken die je aan het hart gaan. Zaken waarvan ik denk: daar zou ik me eigenlijk nog wel hard voor willen maken. Ik kon de afgelopen jaren ook absoluut kwaad zijn. Zeker als ik dingen zag gebeuren waarvan ik dacht: jongens, dit gaat verkeerd.

“Een aantal basale verworvenheden zijn op losse schroeven komen te staan. De bescherming van de werknemer is, hoe je het wendt of keert, verder onderuitgegaan. Deels heeft dat te maken met digitalisering en globalisering van de economie. Het zijn allemaal ontwikkelingen die, als je het laat gebeuren, de positie van de werknemer uithollen en die het ­evenwicht verstoren. Bedrijven opereren in de lacunes van de wet. Dan krijg je de droevige ­situatie dat bezorgdienst Deliveroo al zijn werknemers kan dwingen om zelfstandig ­ondernemer te worden in plaats van werknemer. Terwijl concurrent Foodora, die het wel netjes wil doen en mensen in dienst heeft, in Nederland moet stoppen.”

Verstoring van het evenwicht

“De opkomst van arbeidskrachten met onzekere flexibele contracten is breed in Nederland te zien. In de zorg, het onderwijs, de hele ­publieke sector. Dat is echt heel dwaas. Het komt omdat flexibele krachten goedkoper zijn. En het water vloeit nou eenmaal naar het ­laagste punt. Dat is niet alleen het probleem van de werknemer, het is een maatschappelijk probleem. Want waar zijn wij in Nederland goed in? Dat is polderen, overleggen, samen tot oplossingen komen. Maar dat model veronderstelt wel een bepaald evenwicht. Dat erodeert als mensen op de werkvloer bijvoorbeeld geen lid kunnen worden van de ondernemingsraad omdat ze een flexcontract hebben. De werkgever krijgt op die manier minder ­signalen van de werkvloer en heeft geen beeld van wat er speelt.”

Verstoring van het evenwicht, zegt Limmen, heeft gevolgen voor individuen én voor de samenleving. Mensen hebben behoefte aan zekerheden en willen bij een gemeenschap ­horen, licht hij toe. Beide aspecten horen zij in een bedrijf te vinden. En zonder balans tussen werknemer en werkgever gaat dat niet. Het leidt tot onrust. Uiteindelijk werkt gebrek aan harmonie door naar boven en verstoort de ­samenwerking tussen organisaties van ­werkgevers en werknemers, het sociaal-economische poldermodel.

“Je moet de polder nooit afschrijven”, meent de scheidend CNV-voorzitter. “Het is een opgegeven patiënt die je toch keer op keer op straat tegenkomt. Ineens is hij er weer. Op dit moment spreken vakbonden en werkgeversorganisaties met het kabinet over pensioenen. Ik kan daar nu niks over zeggen, maar ik vind het enorm belangrijk dat we eruitkomen. Wie weet wat er in de toekomst nog volgt. Het poldermodel werkt alleen als er steunpilaren zijn op de werkvloer, als er ook vertrouwen is tussen individuele werkgevers en werknemers. Als in bedrijven en sectoren het evenwicht verdwijnt, raakt dat het hele overlegmodel. Dat is een maatschappelijk probleem. We ­kunnen het evenwicht terugbrengen door de bestaanszekerheid van gezinnen en werknemers aan te pakken. Dan blijft het polderoverleg overeind.

“We moeten jonge generaties uitleggen waar een vakbond voor is. Wij komen op veel scholen en vertellen daarover. Er is veel ­onbekend, maar als wij erover praten, zie je het kwartje vallen. Het is belangrijk te begrijpen dat je dingen in het leven niet voor niks krijgt. Werknemers moet daar ook zelf iets voor doen. Nu gaat het economisch goed en denken sommigen dat ze weer snel een andere baan vinden als het flexcontract afloopt. Ik denk dat het toch goed is om vooruit te kijken, naar een tijd dat het weer wat minder gaat.

“Inderdaad, ook bij het CNV daalt het ­aantal leden. Wij hebben er nu 265.606. We onttrekken ons niet aan de maatschappelijke trend. Maar ik ben optimistisch. Neem de ­acties in het onderwijs. Die leverden ons veel nieuwe leden op. De hele straat, het hele plein stond vol. Dat toont aan dat mensen heden ten dage wél bereid zijn om in beweging te komen, wél bereid zijn om op te staan. De vakbond wordt relevanter. Mensen hebben, meer nog dan vroeger, behoefte aan grip op hun snel ­veranderende omgeving. Digitalisering, ­globalisering, robotisering, kinderopvang, ­veranderende beroepen en het combineren van privé en mantelzorg met het werk zijn ­allemaal thema’s waarbij de vakbeweging een rol speelt. Mensen willen grip op hun situatie en de vakbeweging is daarvoor het vehikel.”

CNV en FNV

“We zien dat ook bij onze achterban. Soms zelfs bij zaken waar we niet eens van wisten dat daar de pijn zat. Een tijd geleden organiseerden we een themabijeenkomst over ­mantelzorg. De zaal was afgeladen vol. Uit ­allerlei sectoren. Van heinde en verre. ‘Kunnen jullie ons helpen dit te regelen met onze ­werkgever’, vroegen ze. Het ging om hulp bij zieke ouders, zieke partners, kinderen die ­extra zorg nodig hebben. De wettelijke mogelijkheden voor het combineren van zorg en werk zijn verbeterd, maar het knelt nog steeds. De samenleving verandert snel. Steeds meer mensen zorgen niet twee maanden voor hun zieke vader of moeder; dat gaat jaren door.

“De CNV’er is iemand die zich thuis voelt bij een constructieve houding. We beginnen kalm aan een gesprek. Daar herken ik mezelf in. Lopen de gemoederen hoog op, dan is het de CNV’er die zegt: zullen we het zus en zo ­oplossen? Onze achterban is heel divers. Van SP-stemmers tot PVV-aanhangers. Ja, we hebben ook mensen in ons ledenbestand die zich zorgen maken over de migratie in Nederland. Maar die mensen heb je bij de FNV ook.”

Vakbond FNV is met bijna een miljoen leden ongeveer vier keer zo groot als het CNV. Soms sluit het CNV een cao af, terwijl de FNV boos is weggelopen. Vaker trekken beide vakbonden in onderhandelingen met bedrijven en werkgeversorganisaties een lijn. Het CNV voegt iets toe, vindt Limmen. “Wij hechten aan persoonlijke verantwoordelijkheid, ook voor werknemers tegenover hun werkgever en hun collega’s. De kracht van CNV is dat wij ­zaken bespreekbaar maken zonder dat die ­onmiddellijk van tafel worden geveegd. Het is goed dat er ook een FNV is. Die slaat vaker met de vuist op tafel. Maar soms zijn de rollen ­omgekeerd en kunnen wij heel fel en fanatiek zijn. Op die manier versterken wij elkaar.

“Ook op landelijk niveau zie ik hoe FNV en CNV elkaar aanvullen. De FNV is vanuit haar traditie gelieerd aan een aantal linkse partijen waarmee wij overigens ook goede relaties ­hebben. Door onze geschiedenis hebben wij goed contact met andere politieke partijen ­zoals het CDA en de ChristenUnie. De verhouding is natuurlijk losser dan vroeger en wij spreken ook met VVD en D66. Qua sociaal-economische standpunten staat de PvdA dicht bij ons. Ik kan niet zeggen dat het meer is dan het CDA. Dat heeft ook met historie te maken.

“Ik ben lid van het CDA, maar heel kritisch over wat dit kabinet doet. De analyse in het ­regeerakkoord over de behoefte aan zekerheid bij de Nederlander deel ik. Dat wordt niet ­bereikt met de maatregelen die het kabinet neemt. Ik vrees dat we verder van huis raken. Het wordt moeilijker om een uitkering voor ­arbeidsongeschiktheid te krijgen en de ­ontslagbescherming van werknemers wordt afgebroken. Dat is slecht voor het evenwicht tussen werkgevers en werknemers. Het CDA en het CNV zijn onafhankelijk en hebben een eigen verantwoordelijkheid. Er gebeuren ­dingen waarmee ik het niet eens ben. Dat is de realiteit van dit moment.”

Lees ook:

Het lot van het pensioenoverleg ligt in handen van de oppositie

Minister Koolmees, vakbonden en werkgevers schaken op diverse borden om een akkoord te bereiken over de toekomst van pensioenen. Het kabinet moet zaken doen met de oppositie.

CNV-voorzitter Maurice Limmen vertrekt: ‘Bevlogen’ en ‘slim’

Vertrekkend CNV-voorzitter Maurice Limmen wordt door vriend en vijand geprezen als een slimme en bevlogen man. Limmen gaat nu de hogescholen aanvoeren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden