Vertrek van radicale moslims maakt Europa niet veiliger

Het OM eiste vorige maand in het zogenaamde jihad-proces hoge straffen tegen een groep verdachten die tientallen jongeren zou hebben geïnspireerd om naar Syrië af te reizen.Beeld ANP

Terreurbeweging Islamitische Staat (IS) verschuift zijn aandacht naar het Westen. Dat klinkt wellicht als een vanzelfsprekendheid, maar dat is het niet. IS besteedde de meeste tijd aan het bevechten van zijn vijanden in Syrië en Irak - de strijd tegen het Westen beperkte zich slechts tot het uiten van dreigementen.

Westerse Syriëgangers ondervonden in de laatste jaren dan ook opvallend weinig hinder van de veiligheidsdiensten op hun reis naar het 'kalifaat'. De gedachte bij sommige regeringen was: onze burgers zijn veiliger als onze radicalen in Syrië zitten.

Door de aanslagen in Parijs komt deze stelling op losse schroeven te staan. Onder de terroristen bevinden zich vermoedelijk ook teruggekeerde Syriërgangers, die banden hebben met IS. De wens van onder meer premier Rutte dat "uitgereisde jihadisten beter daar kunnen sneuvelen dan terugkeren", komt daarmee slechts gedeeltelijk uit: zeven van de acht terroristen stierven, alleen deden ze dat in een Europese hoofdstad en trokken daarbij zeker 129 onschuldige burgers mee in hun graf.

Radicalen
Westerse veiligheidsdiensten doen al langer hun uiterste best om teruggekeerde Syriëgangers scherp in de gaten te houden. Maar de moeite die wordt gedaan om radicalen de reis naar Syrië te beletten, is aanzienlijk minder. Alleen al uit West-Europa vertrokken er in de laatste vier jaar meer dan vijfduizend moslims naar Syrië en Irak, om zich aan te sluiten bij jihadistische bewegingen.

Wel proberen Europese overheden potentiële Syriëgangers op andere gedachten te brengen, bijvoorbeeld door veel tijd en geld te steken in deradicaliseringsprogramma's. De programma's slaan echter niet altijd aan. Veel Europese radicalen zijn vastberaden om de wapens op te nemen - de vraag voor hen is niet óf ze gaan vechten, maar waar. En het is juist deze groep die de laatste jaren weinig hinder ondervond tijdens de reis naar Syrië.

Uitreizen belemmeren
Dit komt mede door de vrees bij inlichtingendiensten dat als zij niet vertrekken, zij de wapens zullen opnemen tegen het land dat ze niet wil laten vertrekken. Dat het gevaarlijk kan zijn om jihadisten te belemmeren naar strijdgebieden te reizen, bewezen twee terroristen in mei 2013 toen zij een Britse militair in het plaatsje Woolwich op klaarlichte dag onthoofdden. De terroristen waren aanvankelijk van plan om zich aan te sluiten bij terreurbeweging Al-Shabaab in Somalië, maar werden tegengehouden door de Britse autoriteiten. Toen zij geen kans zagen om zich aan te sluiten bij de jihadisten in Somalië, pleegden zij maar een aanslag in Groot-Brittannië.

De Britse IS-beul Mohammed Emwazi (ook bekend als 'Jihadi John'), vermoedelijk vorige week in Syrië geliquideerd door de Amerikanen, profiteerde van deze laatste aanslag. Hij kon in 2013 vrijwel ongehinderd naar Syrië afreizen, ook al stond hij onder streng toezicht van de veiligheidsdiensten wegens eerdere terroristische activiteiten.

Dubbel gevaar
Maar het beleid van het stiekem doorgang verlenen aan radicalen naar Syrië, blijkt dus ook niet te helpen. Europese Syriëgangers vormen nu een dubbel gevaar: ze zijn bedreven in oorlog voeren en sommigen zijn van plan om hun ervaring in te zetten tegen het Westen.

Bovendien weten de vertrekkers, juist door hun vechtervaring, de thuisblijvers te inspireren. Dat was waarschijnlijk ook het geval in Parijs: sommige aanslagplegers waren nooit in Syrië geweest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden