Vertaling verdeelt de kerk

Is de Nieuwe Bijbelvertaling geschikt voor officieel gebruik in de Protestantse Kerk in Nederland? Over die vraag buigt de protestantse synode zich morgen. Het kerkbestuur is vóór, maar links en rechts sluimert het verzet.

’Ik merk voortdurend dat gemeenteleden deze vertaling eigenlijk niet willen, maar zwichten voor het argument dat je dan ouderwets bent”, zegt Rochus Zuurmond. De emeritus hoogleraar bijbelse theologie aan de Universiteit van Amsterdam is een van de meest uitgesproken criticasters van de Nieuwe Bijbelvertaling die in 2004 verscheen.

Morgen spreekt de synode – de landelijke vergadering – van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) over de vraag of deze bijbelvertaling nu, na een ’beproeving’ van vijf jaar de officiële status van ’kanselbijbel’ krijgt.

Doordat het dagelijks bestuur van de PKN, het moderamen, de nieuwe vertaling het liefst zo snel mogelijk invoert, is de discussie over de verhoudingen tussen de diverse stromingen binnen het kerkverband volgens hoogleraar Zuurmond opnieuw op de spits gedreven.

Vorige maand presenteerde het PKN-bestuur een rapport over de Nieuwe Bijbelvertaling. Daarvan luidt de conclusie dat niets het gebruik van deze bijbeleditie tijdens de kerkdienst in de weg staat. Deze slotsom werd getrokken na het raadplegen van de 75 classicale vergaderingen (bestuurlijke afdelingen) waaruit de PKN bestaat. Daarvan reageerden er 44, waarvan 18 positief. Die karige respons is volgens het kerkbestuur geen reden te twijfelen aan de populariteit van de bijbelvertaling. Juist omdat de meeste gebruikers tevreden zijn, zou er niet massaal gereageerd zijn.

Volgens Rochus Zuurmond is de opstelling van het PKN-bestuur illustratief voor de publiciteitsmachine die op gang gebracht zou zijn om de Nieuwe Bijbelvertaling een officiële status te geven. De gang van zaken toont in zijn ogen het gemak aan waarmee de critici van de bijbelvertaling binnen de PKN opzij zijn geschoven.

Zuurmond krijgt bijval van Gijsbert van den Brink. „De kritiek die had veel serieuzer overwogen moeten worden”, zegt de hoogleraar geschiedenis van het gereformeerde protestantisme (Universiteit Leiden) en hoofddocent dogmatiek (Vrije Universiteit).

Van den Brink is een prominent lid van de Gereformeerd Bond, de behoudende flank binnen de PKN die uitermate kritisch is over de Nieuwe Bijbelvertaling. „Critici wijzen voortdurend op de te vrije vertaling waardoor je niet meer proeft wat de echte betekenis is. Maar dit geluid wordt helemaal niet gehoord door de vertalers. Ik vind dat een hooghartige houding.”

Zuurmond is dat met hem eens: „Inderdaad: de arrogantie van de macht. Denk aan het handboek dat alle regels voor de vertaling zou bevatten en waar men zich voortdurend op beroept, maar dat wij niet mogen zien en waarvan het Nederlands Bijbelgenootschap de titel niet wil zeggen. In de wetenschap is het doodzonde om een beroep te doen op een niet gepubliceerde bron, maar de kerk lijkt dit kritiekloos te accepteren. Ik hoop dat de synodeleden zullen zien hoe bedenkelijk het spel wordt gespeeld.”

Tegenstanders van de Nieuwe Bijbelvertaling hebben de meeste moeite met de vrijheid die de vertalers in hun ogen hebben genomen. Om tot goed en natuurlijk Nederlands te komen, zo verklaarden de vertalers meerdere keren, zijn de taalstructuren van de grondteksten losgelaten. „Door deze vrijere vertaling officieel te aanvaarden straal je uit dat je het niet heel precies neemt met de Bijbel”, zegt Gijsbert van den Brink. „Preek je uit de Nieuwe Bijbelvertaling, dan moet je als predikant telkens zeggen: ’Gemeente, eigenlijk staat er dit of dit’. Dat klinkt op een gegeven moment heel aanmatigend.”

Wat het bestuur van de PKN vindt van de kritiek, blijft onduidelijk. Woordvoerder Jan-Gerd Heetderks wil niet inhoudelijk reageren op de kritiek. „We gaan niet in op discussies die spelen of tegenargumenten die in stelling gebracht worden”, zegt hij. „Het moderamen stelt voor deze bijbelvertaling te aanvaarden voor de eredienst. Dat is op grond van de raadpleging van gemeenten en classes. De synode moet straks oordelen of zij dat besluit wil nemen.”

Heetderks wil wel kwijt dat hij de angst voor de Nieuwe Bijbelvertaling onbegrijpelijk vindt. De tegenstanders ervan zijn volgens hem vooral te vinden in de Gereformeerde Bond. „En die willen de Statenvertaling het liefst als enige vertaling.” Volgens Heetderks is het bovendien niet zo dat groen licht van de synode betekent dat voortaan de Nieuwe Bijbelvertaling de énige bijbel in de kerk mag zijn. „Het vrijgeven van de deze vertaling betekent niet dat de Statenvertaling en de vertaling uit 1951 vervallen. Het gaat erom dat er een nieuwe vertaling bijgekomen is, die náást de andere twee bestaat”, zegt Heetderks. „Wil je Statenvertaling blijven lezen, dan is dat prima.”

Gijsbert van den Brink is zich bewust van de ondergeschikte positie van de behoudende Gereformeerde Bond binnen de PKN. „Wij zijn een minderheid. Maar er is geen kruid gewassen tegen de druk om de vertaling toe te laten.”

Dat ziet Van den Brink al te donker in, meent Rochus Zuurmond. Om te beginnen is het volgens hem onzin dat de kritiek op de bijbelvertaling vooral uit de Gereformeerde Bond komt. „Ook evangelicalen, confessionelen, vooraanstaande liturgen, plus een massa universitaire docenten van allerlei kleur willen er niet aan. Het zijn gewoon theologen uit alle hoeken van kerk en academie, die hun talen kennen en begrijpen hoe je een goede tekst moet lezen en hoe niet. Er is over de kritiek op de vertaling zelfs grote eenstemmigheid.”

Zuurmond ondervond dit aan den lijve toen hij vorige maand met nog zestien andere theologen een alarmbrief naar collega’s stuurde. De aanleiding hiervoor was dat bekend werd dat het nog tot 2016 zal duren voordat in de tekst van de Nieuwe Bijbelvertaling alle onvolkomenheden die sinds de publicatie zijn ontdekt, zullen zijn gecorrigeerd. Dat deze herziening zolang duurt, wijst er volgens Zuurmond op dat het om meer gaat dan een beperkte revisie. Daarom zou de PKN ook niet nu al moeten beslissen over de geschiktheid van de vertaling.

De respons op zijn alarmbrief noemt Zuurmond enorm. „Afgezien van de eerste ondertekenaars hebben 430 theologen en kerkmusici de oproep om uitstel ondertekend.”

Onder de ondertekenaars bevinden zich prominente theologen, zoals Karel Deurloo (emeritus-hoogleraar bijbelse theologie aan de Vrije Universiteit) en Rinse Reeling Brouwer (hoofddocent aan de Protestantse Theologische Universiteit Kampen). De uitkomst van de synode mag dan ongewis zijn, zegt Zuurmond, maar ’wel is zeker dat ruim 400 theologen de Nieuwe Bijbelvertaling in deze vorm niet willen.’

Die situatie is volgens Gijsbert van den Brink tekenend voor de PKN. „Wat dit zegt over de kerk? Die is verdeeld in stromingen en blokken die elkaar maar moeizaan begrijpen. Die polarisatie is heel jammer.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden