Vertaalde Matthüuspassion treft het hart

Een Rotmatteüs. Zo luidde het oordeel van voor- en tegenstanders toen in 2006 de hertaling verscheen van de Matthüuspassion van Johann Sebastian Bach. Sommige mensen hebben hun naam voor altijd mee. Die van taalmeester Jan Rot had niet treffender gekund. Alles wat hij schrijft, is Rot tot op het bot.

Een greep uit de kwalificaties naar aanleiding van het taalgebruik in zijn Nedermatteüs: laag, plat, flauw, banaal, gezocht, populair, melig, grof, bot, meedogenloos.

„Jezus, ze slaan hem lens!” Je moet maar durven. En het kunnen aanhoren als sfeergelovige die alleen nog warmloopt voor de Kerstnachtdienst en de jaarlijkse Matthüus-uitvoering. Die van Rot raakt niet alleen, hij is ook in hoge mate confronterend. Wars van zalvende of verzachtende taal, komen zijn woorden aan als zweepslagen. Zo bederft hij de stemming en de goede smaak.

Bachs meesterwerk is voor elitaire fijnproevers vooral betoverend. Geen wonder met zulke ongeëvenaarde en duizelingwekkende muziek. Maar ook met woorden waaraan je je moeiteloos kunt onttrekken. Hun schrijnende boodschap hoef je niet per se tot je door te laten dringen. Ze kunnen je zelfs bedwelmen vanwege de afstand en onverstaanbaarheid.

De woorden van Rot laten niemand ontsnappen. Dat maakt zijn lijdensverhaal ongemakkelijk, maar wel tot in het merg waarachtig. Het lijden – van Jezus, en iedereen die na hem werd lens geslagen – is allesbehalve betoverend. Dat moet je ’t ook niet willen maken. Dan ben je van God los, en wat erger is: van mensen.

Je kunt het kruis vergeestelijken en spreken van ’dierbaar bloed’, de kruisdood zelf blijft gruwelijk. In zijn artikel ’Die verschrikkelijke vrijdag’ heeft professor Smalhout het verheven kruis onttoverd, en het teruggebracht tot wat het werkelijk was: een uitgekiend martelwerktuig. Jan Rot wijdde er een ademstollend koraal aan. „Je sterft elke seconde, terwijl het dagen duurt.” En daarna nog eeuwen. Tot en met de kruistochten, de Spaanse inquisitie, de hakenkruizen (drie voorbeelden waar Rot naar verwijst) en de lens gebombardeerde Palestijnen daags na Tweede Kerstdag 2008.

„Het libretto van Jan Rot verbleekt bij elke oefensessie een beetje meer”, schreef Matteüs-zanger Lodewijk Dros vorig jaar in Trouw. Dat mag zijn ervaring zijn, met het woord ’melig’ deed hij de hertaling tekort. Daarvoor heeft Rot als schrijver te veel visie en talent, en is hij als mens te gedreven.

Als vertaler van de Rotmatteüs in het Fries heb ik de cd-opname meer dan honderd keer beluisterd. Mijn verwachting – en vrees – dat bepaalde passages na verloop van tijd zouden afbrokkelen of sleets zouden worden, kwam niet uit. Het libretto won alleen maar aan zeggingskracht. Bot werd minder bot, flauw wás niet flauw, gezocht niet gezocht. Meedogenloos bleef het, in zijn eerlijkheid. Maar ook aangrijpend, ontroerend en troostvol.

Wie de première van de Rotmatteüs heeft meegemaakt, moet hebben gehoord hoe betrokken de koren en solisten hun rol vertolkten. Alsof alles voor hen geschreven was. Verteller Marcel Beekman maakte vanaf de eerste inzet het verhaal geloofwaardig. Zelfs een begenadigd tenor als hij was gaan zwemmen, als Rots woorden op grof of melig zand waren gebouwd. Beekman droeg het verhaal, maar zeker ook andersom.

Je moet eraan geloven bij de Rotmatteüs. Zoals Tania Kross deed, de deelnemende mezzosopraan die verklaarde dat ze alle partijen woordelijk had gevolgd. Voor het eerst tijdens een Matthüus-uitvoering had ze het idee dat ze sámen het verhaal vertelden. Het is waar, deze passie zing je niet zomaar.

De hertaling wordt nu gezongen in het Fries. Uiteraard door Friezen, maar ook door Groningers, Drenten, Twentenaren en verdwaalde westerlingen; bovendien begeleid door een Brabants barokorkest. De verteller (evangelist), een geboren Zwollenaar, had tot nu toe geen woord Fries op de lippen gehad. Het past in de geest van Jezus, die ruim van hart de taal der liefde sprak.

Intussen hebben ook in Friesland de tegenstanders de messen geslepen. Er zijn nog net geen oren afgehakt. De Friese tekst zou, in navolging van de Nederlandse, niet passen bij de muziek van Bach. Daar kun je van mening over verschillen. Maar zelfs Lodewijk Dros was Jan Rot voor één ding eeuwig dankbaar: „Hij heeft de muziek van Johann Sebastian Bach niet geschonden.” Nee, aan geen nootje gemorreld. Dat noemt Jan zijn handelsmerk.

Eeuwig dankbaar is te veel gezegd, maar de ware verdienste van Rot is dat hij in zijn Matteüs klanken in woorden heeft omgezet. En ze daarmee onontkoombaar heeft gemaakt. Woorden met betekenis. Woorden van betekenis. Zodoende drukt hij de muziek van Bach een fractie naar de achtergrond, maar die is daar glansrijk tegen bestand.

Wat belangrijker is: het oorspronkelijk verhaal wordt nieuw verteld, zowel voor de elite als voor het volk. Bach zou zich in zijn graf omdraaien van plezier. Met Picander trotseerde hij de eeuwen, en komt hij de komende wel door. Maar dat Rotjoch had hij in zijn tijd graag de hand willen schudden.

De Fryske Matteüs wordt vandaag gebracht in de Grote Kerk in Leeuwarden, en morgen in de rk-kerk in Heerenveen. De laatste uitvoering is inmiddels uitverkocht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden