Vertaald in de taal die hij zo haatte

Ook in Duitsland wordt Huub Oosterhuis geprezen en verguisd. Vandaag ontvangt hij de Duitse Predigtpreis. Persoonlijk moest Oosterhuis lang wennen aan zijn werk in het Duits.

Als je door de laatste editie van de Duitse rooms-katholieke zangbundel 'Gotteslob' bladert, eerder dit jaar verschenen, vind je slechts vijf liederen van Huub Oosterhuis. De Nederlandse dichter en theoloog die sinds de jaren zestig in eigen land als geen ander gestalte geeft aan 'liturgie in de volkstaal' is zo op het eerste oog dus niet erg prominent vertegenwoordigd in Duitsland. Maar dat is niet het hele verhaal.

Over die paar liederen is in tientallen commissies verspreid door het uitgestrekte land jarenlang beraadslaagd en gesteggeld. De Duitse bisschoppen konden het niet eens worden over de opname van de Oosterhuis-liederen in een zangboek dat hun stempel van goedkeuring zou dragen.

De redenen daarvoor worden nooit openlijk gecommuniceerd, maar het zal samenhangen met zowel vorm als persoon. Bekend is dat een aantal bisschoppen geen fans waren, zoals die van Würzburg en Keulen. Kardinaal Meisner van Keulen was nota bene eindverantwoordelijke voor de nieuwe zangbundel. Naar verluidt heeft men gewacht tot hij met emeritaat was, zodat de bundel bij verschijnen niet op voorhand hopeloos ouderwets zou zijn.

Een mogelijke bisschoppelijke ban van Oosterhuis-teksten leidde tot felle discussies. Uiteindelijk moest er in Rome een degelijke katholieke oplossing worden bedacht: die paar liederen konden wel opgenomen worden, maar alleen met een sterretje. Dat sterretje beduidt dat de teksten 'niet geschikt zijn voor gebruik in de heilige mis'. Niet geschrapt, maar ook niet volwaardig opgenomen. Ieder zijn zin.

Nieuwe hits

De gang van zaken laat één ding duidelijk zien: Oosterhuis is in Duitsland bijna net zo omstreden als in Nederland. Sterker nog, een in het Duits vertaalde bundel met tafelgebeden uit Nederland, verschenen in de jaren zeventig, onder anderen van Huub Oosterhuis, werd ook in het Italiaans vertaald en zou aanzienlijk hebben bijgedragen aan de verkettering van Oosterhuis in het Vaticaan.

Vandaag ontvangt de 81-jarige Oosterhuis als eerste niet-Duitser de oecumenische Predigtpreis, in de categorie Lebenswerk (oeuvre). Of de bisschoppen hierachter staan, wordt bewust in het midden gehouden, maar Dietmar Bader, de man die in de slotkerk van de Universiteit Bonn de laudatio zal uitspreken, is wel voorzitter van een bisschoppelijke commissie. De jury schrijft dat Oosterhuis 'in liederen, gebeden, teksten en preken uitdrukking heeft gegeven aan de relatie tot God op een aansprekende, treffende manier'.

De verspreiding van Oosterhuis' werk in Duitsland begon direct na het verschijnen van zijn eerste bundel liederen en gebeden: 'Bid om vrede' (1966), een jaar later vertaald als 'Ganz nah ist Dein Wort'. Ook andere titels werden meteen vertaald. Een pionierende Duitse priester nam teksten mee uit de Amsterdamse Dominicus en gebruikte ze volop in zijn parochie in Bremen. De kern van die groep is nog steeds actief en zingt elke zondag Oosterhuis.

In 1975 verscheen de eerste editie van zangbundel Gotteslob waarin zes Oosterhuis-liederen opgenomen waren, onder andere 'Ich steh vor Dir mit leeren Händen, Herr' (een vertaling van 'Ik sta voor U in leegte en gemis'). Dat lied werd zeer geliefd, nog steeds wordt het veel gezongen tijdens Duitse uitvaarten. Ook in verschillende protestantse zangbundels in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland werden liederen uit de begintijd opgenomen.

Vanaf de tweede helft van de jaren zeventig stokte de Duitstalige uitgave van Oosterhuis' boeken. Met name componist Bernard Huijbers onderhield persoonlijk contacten met collega's over de grens (niet alleen in Duitsland), maar nadat hij de samenwerking met Oosterhuis had verbroken, was er in de kringen van de Amsterdamse Studentenekklesia niemand meer die zich met het buitenland bezighield.

Pas eind jaren tachtig kwam daar weer verandering in, vooral door toedoen van Kees Kok. In Oosterhuis' culturele centrum De Nieuwe Liefde vertelt de theoloog, inmiddels meer dan dertig jaar naaste medewerker van Oosterhuis, hoe hij zelf op dat spoor kwam. "Ik stuitte in een Duits standaardwerk over 'Liturgie und Dichtung' op een grondig artikel over Oosterhuis. Paginalange analyse van die liederen. Ik dacht: die man begrijpt het helemaal."

Kok legde contact met de schrijver, hoogleraar theologie Alex Stock en vond mede dankzij hem een nieuwe Duitse uitgever voor de liederen (Herder). Kok werkte zelf mee aan nieuwe vertalingen, die gemaakt werden in samenwerking met de groep uit voorgangers en koorzangers uit Bremen. Al snel volgden ook de eerste cd's, met nieuwe 'hits' als 'Die Steppe wird blühen' ('De steppe zal bloeien'). Inmiddels zijn er zo'n 150 liederen vertaald en opgenomen.

Al snel ontwikkelde Kees Kok een nieuwe traditie van Duitse 'lieddagen'. Formule: Kok trekt met pianist Henri Heuvelmans en componist Tom Löwenthal naar een Duitse stad, waar een of twee dagen geoefend wordt op Oosterhuis-repertoire, inclusief theologische duiding en afsluitende viering. Inmiddels heeft Kok in ruim twintig jaar enkele tientallen van dergelijke lieddagen geleid, voor 'verspreiding van onderaf'. Kok: "Gemiddeld doen er honderd mensen aan mee. De deelnemers zijn zelf vaak voorgangers, kerkmusici of pastoraal werkers. Zij brengen het werk dus weer verder."

Nederig

Dit seizoen zijn er al twee van dergelijke dagen geweest, in Vallendar en Luzern. En in het voorjaar staan Würzburg en Hamburg op de agenda. Het zijn plaatsen waar zich gemeentes bevinden die graag meer Oosterhuis willen zingen, zoals Osnabrück, of het Zuid-Duitse Prien am Chiensee, waar een ziekenhuispastor elke maand een 'Oosterhuis-dienst' houdt, zoals hij het zelf noemt. Kok: "Die mensen willen meer van dat werk leren kennen, en ze willen er ook meer over te weten komen. Ik zie ze van oor tot oor stralen als ze zingen."

Oosterhuis komt binnen en luistert beleefd geamuseerd. Hij hield zich geheel niet met dit alles bezig. Waarom niet? Oosterhuis: "Tja, hoever wil je terug? Toen ik zes was, zag ik ze binnenkomen. Het nazileger, schreeuwend en brullend. Ik heb die taal gehaat. Dat was de taal van de vijand, het geweld. Dat heeft heel lang doorgewerkt. Op de middelbare school wilde ik geen Duits leren, maar het moest. Ik heb wel Duits gelezen; Heidegger, Rilke. Maar ik heb het nooit leren spreken. Ik ben ook nooit op vakantie geweest in Duitsland. Mijn generatie deed dat niet."

De omslag kwam bij de presentatie van Oosterhuis' in het Duits vertaalde 'Nieuw Bijbels Liedboek', in 1994 in Bremen. "Daar was ik naartoe gegaan omdat Kees zei dat het belangrijk was. Ik hoorde die mensen mijn werk zingen en er gebeurde iets. Ik dacht: en nou is het weer goed. Ik vond het ontroerend en indrukwekkend - ik realiseerde me langzamerhand natuurlijk ook wel wat er met het Duitse volk is gebeurd. En ik heb respect voor de manier waarop ze met hun verleden omgaan. Dat voelde ik daar ook. Het was een nederige manier van zingen. Het had een enorme kracht. Dat gevoel is gebleven."

Huub Oosterhuis

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden