Verstrikt in goed en fout

Historicus Chris van der Heijden oogstte de afgelopen weken veel kritiek met zijn boek 'Grijs verleden'. Hij zou als zoon van een foute Nederlander vooral zijn vader hebben willen verdedigen met de conclusie dat Nederlanders in de oorlog niet 'goed' of 'fout' waren, maar in het grijze tussengebied verkeerden. Een terugblik op de publicitaire storm die daarna ontstond.

Geheel conform de heersende opvatting onder historici noemt Chris van der Heijden in zijn boek 'Grijs verleden' de rijkscommissaris voor het bezette Nederlands gebied, Arthur Seyss-Inquart, een hard en geslepen politicus. Maar anders dan zijn collega's voegt de geschiedkundige daar nog iets aan toe. 'Zes-en-een-kwart', zoals de man met de lichte handicap in de volksmond heette, was ook 'een gevoelig, gelovig en intelligent mens'. Dat nu is achteraf bezien misschien net iets te kort door de bocht geformuleerd, wil Van der Heijden wel toegeven.

,,Ik heb die woorden bewust gebruikt. Ik wilde uitleggen dat Seyss-Inquart een persoonlijkheid had die niet bepaald past bij het fascisme. Want dat associëren we toch gauw met schreeuwers, brullers, grote muilen en schoppers. Seyss-Inquart was dat helemaal niet, hij was juist in z'n jeugd een hele verlegen jongen die door z'n broertje werd gepest. Als iemand graag achter de piano zit of in de bergen loopt, dan noem ik zo iemand gevoelig. Maar ik had mijn bedoelingen beter moeten uitleggen, dat ik juist bewust het contrast met het totalitair denken wilde aangeven. Als ik een paar extra zinnen had opgeschreven, was dat rumoer niet ontstaan.''

Ronduit spijt heeft de historicus van de passage waarin hij de schrijver Lucebert opvoert en die eveneens tot veel ophef heeft geleid. Samen met de dichter Hans Andreus ging Lucebert in maart 1943 naar het kantoor van het SS-Ersatzkommando op de hoek van de Dam en de Nieuwendijk in Amsterdam om zich aan te melden voor het Nederlandse Vrijwilligerslegioen. Andreus schreef zich in, Lucebert bedacht zich. Van der Heijden schrijft: ,,Vandaar dat Lucebert nooit het etiket 'fout' opgeplakt heeft gekregen. Andreus wel. Toch was er tussen de mentaliteit van de twee vrienden nauwelijks verschil.''

Dat had hij zo niet mogen schrijven. ,,Dat is geen handig zinnetje. Ik wilde beweren dat mensen die een keuze maakten voor het fascisme, zoals An dreus, geen fascistoïde inslag hadden. Hij meldde zich aan in een opwelling, hij was een fluitspeler die verdwaalde in de politiek. Door mijn formulering is alle aandacht gevallen op Lucebert. Ik wilde daarmee echter helemaal niets zeggen over Lucebert, maar juist iets over het niet-fascisme van Andreus. Dat is verkeerd uitgepakt. Het is gewoon dom, ik heb me even laten meeslepen.''

Maar voor het overige staat Van der Heijden geheel en al achter zijn boek 'Grijs verleden', over de houding van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. ,,Af en toe pak ik het uit de kast, blader er door en concludeer: ja, dit is dus mijn mening, zo denk ik er over. Het is een boek geworden dat, zonder al te wetenschappelijk te zijn, toch verantwoord is. Ik heb het gevoel dat ik een goede historicus ben en dat ik zorgvuldig m'n bronnenwerk heb gedaan. De feiten die ik aandraag, zijn overvloedig.''

,,Ik liep al geruime tijd rond met het idee om zoiets te schrijven. Als ik omkijk in de geschiedenis, dan zie ik de jaren zeventig met Den Uyl, de jaren zestig met alles wat daarin gebeurde, de jaren vijftig waarin ik geboren ben en dan is daar ineens: tak, die oorlog, als een soort muur waar je niet overheen kunt kijken, dat heb ik m'n hele leven al gehad. Ruim twee jaar geleden kwam de uitgeefster naar me toe en zei: 'Er is veel behoefte aan een boek waarin het hele verhaal van de oorlog nog eens verteld wordt, en volgens mij ben jij het die het moet schrijven'. Dat was precies het duwtje dat ik nodig had.''

De publicatie van 'Grijs verleden' is, zachtjes gezegd, niet onopgemerkt voorbij gegaan. Het boek is geprezen maar ook - en misschien wel vooral - scherp bekritiseerd. Van der Heijden, afgestudeerd historicus en voormalig journalist, zou te hooi en te gras met het onderzoeksmateriaal zijn omgegaan en vooral die elementen eruit gehaald hebben die hij kon gebruiken om zijn hoogst omstreden conclusie te onderbouwen: Nederlanders waren in de oorlog niet goed of fout, ze bevonden zich in het grijze tussengebied. Ze gingen, zeker tot het laatste oorlogsjaar, gewoon met hun leven door. Van effectief verzet tegen de bezetter was nauwelijks sprake; Nederlanders speelden geen heroïsche rol.

Van der Heijden: ,,Natuurlijk ben ik wezen shoppen in mijn bronnen. Maar dat doet elke historicus. Ik denk zelfs dat ik het minder gedaan heb dan menig collega. Je ziet bijvoorbeeld vaak in boeken dat de klassieke momenten uit het verzet achter elkaar worden gezet: De Februaristaking in Amsterdam, de overvallen op bevolkingsregisters, de aanslag in Putten. Bij elkaar krijg je dan een beeld van de omvang van het verzet, en dat ziet er dan heel behoorlijk uit. Maar als je die daden over de vijf jaar verspreidt die de oorlog heeft geduurd, dan valt het vies tegen. Dan vraag ik mij af: wie gaat er nou selectief met z'n bronnen om? Het beeld dat ik van het verzet schets, is coherent, volgens mij.''

Maar bagatelliseert Van der Heijden met zijn schets de afzonderlijke verzetsdaden niet? Een hoofdstuk uit z'n boek heeft de veelzeggende titel 'Verzet en verzetjes', alsof het allemaal niet veel voorstelde. Terwijl de oorlog nog geen jaar oud was toen de Amsterdamse bevolking al in verzet kwam. ,,Dat is waar, en voor heel veel mensen is de Februaristaking een heel belangrijk moment, nog steeds en daar wil ik niets aan af doen. Maar een recente studie over de Amsterdamse politie laat zien dat de Februaristaking geen begin van het verzet is geweest. Het was een korte opflikkering, gevolgd door een grote schrik. Dat was ook logisch, want het was de eerste keer dat de Duitsers echt terugsloegen. De Nederlanders schrokken zich suf.''

Op de middelbare school hoorde Van der Heijden (46) dat Nederland als één man was opgestaan tegen Duitsland. Hij zag dat beeld voor zijn gevoel bevestigd in het standaardwerk van Lou de Jong waarvan het eerste deel in die tijd, eind jaren zestig, verscheen. ,,In die periode kwam de oorlog op herhaling, zo leek het wel. De grenzen werden heel duidelijk getrokken. De teneur van de boeken van De Jong, en ook van zijn tv-serie De Bezetting, was dat de Nederlanders zich in navolging van koningin Wilhelmina in Londen tegen de Duitsers hadden gekeerd. Was dat maar waar geweest.''

,,Ik geloof overigens niet dat er zoveel mensen pro-Duits waren. Maar men was zeker ook niet zo vreselijk anti-Duits. De meeste mensen konden gewoon doorleven, ze hoefden ook geen keus te maken. De breuk in mei 1940 was veel minder groot dan steeds is aangenomen. Mensen bleven naar kantoor of de fabriek gaan, er was zelfs sprake van stijgende welvaart. Van de jodenvervolging merkte je niet veel. Het was niet zwart-wit, het was een hele glijdende schaal met veel grijstinten.''

Volgens Van der Heijden moet De Jong zich in rare bochten wringen om zijn conclusie overeind te houden: ,,Hij maakt de leiding van de Nederlandse Unie, het driemanschap met de latere premier Jan de Quay, grote verwijten. Die zou zich teveel geaccommodeerd hebben met de Duitsers. Tegelijkertijd zegt hij echter dat de Nederlanders die lid werden van de Nederlandse Unie dat deden om zich tegen de Duitsers te verzetten. Dat kan natuurlijk niet. Het is van tweeën een: of de hele Nederlandse Unie was een soort 'ik dobber en blijf drijven', zowel voor de leiding als voor de aanhang, of de hele boel kwam in opstand. Het is een rare constructie van De Jong. Dat doet hij alleen maar om zijn concept te redden: Nederlanders verzetten zich massaal en een paar waren er fout.''

Van der Heijdens conclusie dat Nederland echter niet op te delen was in goed en fout, dat er een heel grijs tussengebied was, is niet nieuw. Zeker de laatste jaren is er veel discussie over de rol van de banken en de effectenbeurs, en het joodse goud. Er is de al gememoreerde studie over de Amsterdamse politie en de Februaristaking, er zijn andere studies gepubliceerd die een wat minder heldhaftig beeld geven van de houding van de Nederlandse bevolking dan sommigen lief is. Toch heeft Van der Heijden enorm veel en felle kritiek losgemaakt; alsof hij de eerste is die die open zenuw raakt.

,,Ik lees en hoor: Van der Heijden is een moreel agnost, een moreel cynicus; hij weet niet meer waar de grenzen tussen goed en fout liggen. Dan antwoord ik: ik vel voor mijn gevoel nauwelijks oordelen, al kan ik natuurlijk niet ontkennen dat er in het hele boek een bepaalde teneur zit. Maar ik hoor en lees óók: hij schrijft helemaal niks nieuws. Dan ben ik echt uit de grond van mijn hart verbaasd. Vanwaar dan deze ophef als het allemaal oude koek is? Je kunt inderdaad zeggen dat ik vooral bestaande onderzoeken heb samengevat. Mijn boek is veredeld jatwerk, zo heb ik het ergens al genoemd. 'Die Van der Heijden heeft alles nog eens netjes op een rij gezet.' Dat is misschien ook wel de pretentie van het boek. Maar nogmaals, dan begrijp ik niet waar al die woede vandaan komt.''

Geraakt is hij door de kritiek dat hij het boek geschreven heeft om zijn vader te verdedigen. Die was fout in de oorlog. Door zo nadrukkelijk te onderstrepen dat de meerderheid van de Nederlanders niet goed, maar grijs was, zou Van der Heijden, zo luidt het verwijt, de rol van zijn vader willen vergoeilijken. De kloof tussen hem en de mainstream was immers niet zo groot.

,,Dat is echt volstrekte kletskoek. Wat zou mijn belang zijn? Ik ben toch niet verantwoordelijk voor wat mijn vader gedaan heeft? Ik heb mijn vader pas leren kennen toen ik al volwassen was, mijn ouders zijn heel vroeg gescheiden. Ik heb gemerkt dat hij geen schoft is. Hij is niet iemand die een ander in z'n smoel trapt of een weerloos kind een nekschot geeft. Helemaal niet. Ik heb me afgevraagd: hoe kan zo iemand dan toch meedoen in een systeem dat zo weerzinwekkend is? Hoe blind kunnen mensen zijn? Hoe blind kan ik zijn? Die vragen heb ik mezelf vaak gesteld, dat wel. Maar ik hoef mijn vader niet te verdedigen; mijn vader is een volwassen man, hij heeft zes jaar in de gevangenis gezeten, hij kan zichzelf verdedigen. De eerste reacties draaiden vooral daarom - dat ik voor hem wilde opkomen. Dat is nu gelukkig voorbij.''

De kritiek richt zich nu op zijn methodologische aanpak en op de conclusies die Van der Heijden trekt. ,,De reacties zijn feller dan ik had gedacht. Er is een hoop boosheid bij mensen. Dat is jammer. Ik heb een heel genuanceerd boek geschreven, verzoenend in de zin dat ik heb willen aantonen dat er een hele grote groep was, veruit de meerderheid van de bevolking, die er door heen rommelde. Het is een beetje wrang dat het boek precies het tegenovergestelde heeft opgeleverd. Ik had op een andere discussie gehoopt.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden