Verstandelijk gehandicapten / Een dagje naar het strand

Een dagje naar het strand. Leuk voor Ton, verstandelijk gehandicapte, en leuk voor Lien, vrijwilligster. Twee mensen, één hobby.

Ton de Groot is 73 jaar. Vroeger fietste hij en maakte lange tochten. Nu lukt dit niet meer alleen. Ton is het liefst buiten. Hij kan mopperen als het regent, maar je kunt hem helpen om de dag wat zonniger te zien. Hij houdt ervan om verhalen over zijn leven te vertellen. Graag wil hij een dagdeel per week eropuit. Bijvoorbeeld naar zee toe en daar een hapje eten.'

Ruim een jaar geleden stond deze advertentie in stadskrant De Echo, editie Amsterdam-Noord. In de maandelijkse rubriek 'Bent u die buurtgenoot...?' wordt mensen uit de buurt gevraagd hun favoriete vrijetijdsbesteding te delen met oudere mensen met een verstandelijke handicap. Lien Bos (45), zelf ook een buitenmens en op dat moment zonder werk, reageerde. Sinds die tijd maken zij en Ton eens in de twee weken een uitstapje. Het strand in Wijk aan Zee is hun favoriet.

Het is een zonnige woensdagmorgen als Lien het Amsterdamse verpleeghuis binnenloopt om Ton op te halen. Aan het eind van een lange gang schuifelt een tengere oude man, met een zwarte jas en een zwarte pofbroek. ,,Dat is hem'', zegt Lien blij. Hij ziet haar pas wanneer ze vlak voor hem staat en barst dan bijna in tranen uit. Met twee handen pakt hij haar hand en gaat heel dichtbij haar staan. ,,Lien, mag ik met u mee? Lien, mag ik alstublieft met u mee?'' Lien zegt: ,,Nou, nou, daar hoef je toch niet zo om te smeken?''

Hoop verschijnt op zijn sombere gezicht als ze vertelt dat ze naar Wijk aan Zee gaan. In de auto leest hij de verkeersborden voor. ,,Gaan we echt naar Wijk aan Zee?'', vraagt hij telkens. Om de tien minuten kijkt hij op zijn grote horloge ('Het is nu zeven over halfelf').

,,Ik ga voorlopig niet naar huis'', zegt Ton, achter een kopje cappuccino en appeltaart met slagroom op het terrasje van hotel Zeeduin. Lien: ,,Jij blijft gewoon zitten waar je zit.'' Ton knijpt zijn ogen genietend dicht in de zon. Maar al snel ziet hij weer spoken. ,,Hebben we genoeg geld'', vraagt hij aan Lien. ,,Ik heb dertig euro bij me'', zegt ze. ,,Zooo, dertig euro? Is dat werkelijk zo'', vraagt hij diep onder de indruk. Hij schudt zijn hoofd en zwijgt even. Dan zegt hij: ,,Dit is gezond leven. Beter dan dat je naar huis toe gaat.'' Lien: ,,Maar je bent toch ook wel een stadsmens? Je bent toch in Amsterdam geboren?'' Ton moppert: ,,Daar kan ik toch ook niets aan doen?''

Wat Lien, van huis uit maatschappelijk werkster, inmiddels weer zonder baan, destijds aansprak in de advertentie was het vrijbuiterige van Ton. Lien: ,,Ik had in mijn hoofd dat we lange tochten zouden maken. Maar honderd meter naar de bushalte bleek al genoeg te zijn.'' Toch ging ze met hem in zee. ,,Toen ik Ton voor het eerst zag, was ik meteen geraakt door zijn zachtmoedige uitstraling. Hij is licht verstandelijk gehandicapt, verbaal heel sterk en hij kan op zichzelf reflecteren. Dan zegt hij: 'Geen wonder dat ik zo somber ben, mijn moeder zei altijd dat ik niets kon.'''

Tijdens hun eerste ontmoetingen keek Ton de kat uit de boom, inmiddels vertrouwt hij Lien volkomen. Lien: ,,Het is wel een raar idee om de enige privé-persoon in zijn leven te zijn. Ik ben zijn brug naar de buitenwereld.''

Lien haalt een fotoboekje met foto's uit haar rugzak van uitstapjes die ze samen gemaakt hebben. ,,Kijk es Ton, hier zit je op het terras.'' Ton memoreert: ,,Toen heb ik nog een cola gedronken.'' ,,En hier gaan we met de bus terug.'' Ton: ,,Terug gaan we voorlopig niet.''

Verontrust kijkt hij naar de slagroom die hij op z'n vest gemorst heeft en zegt: ,,Die wollen trui hoeft niet uitgewassen te worden, hoor.'' ,,Ik denk het wel Ton, anders is het niet zo fris'', antwoordt Lien. ,,Ik heb geen haast'', zegt Ton. ,,Nee, waarom?'' Hij wil wel een tweede kopje koffie ('Als ze nog hebben, tenminste.') Lien geruststellend: ,,In een restaurant gaat de koffie nooit op.''

Een paar maanden geleden ging Ton van een dagcentrum voor verstandelijk gehandicapten naar een verpleeghuis, omdat hij begon te dementeren en niet meer alleen de straat op kon.

Lien denkt erover om naast zijn maatje ook zijn mentor te worden. Ze kan dan beslissen over belangrijke zaken rond ziekte en dood. ,,Anders worden die dingen beslist door een vreemde.''

Het is niet altijd een pretje om met Ton op stap te zijn. Lien: ,,Ton is somber. Ziet dingen van de negatieve kant. Soms zitten we op een terrasje en wachten we op de bestelling en dan zegt hij: 'Ze hebben zeker geen taart?'. Of hij vertelt voor de honderdste keer over de bombardementen in Rotterdam. Dan denk ik: 'Ja, ja Ton'. Door de band die we hebben, kan ik dat wel van hem hebben. Vaak is hij, tijdens zo'n uitstapje, een andere man. Niet rusteloos en bezweet, maar helemaal kalm.''

,,Wat is de zee groot, wat is het strand klein'', mompelt Ton als hij na een moeizame klim bovenop het duin staat en over de zee uitkijkt. Even later liggen ze naast elkaar in het zand naar de blauwe lucht te kijken. Ton ligt met zijn hoofd op Lien's rugzak. ,,Kijk Ton, die zwarte vogel, dat is een aalscholver.'' ,,Aalscholver'', zegt Ton. Even ligt hij volledig ontspannen met zijn ogen dicht. Dan komt hij overeind. ,,Ik ben duizelig.'' Lien is niet onder de indruk. Ze legt uit: ,,Ton wil wel eens manipuleren. Waarschijnlijk wil hij nu patat.'' ,,Ik ben bijna bewusteloos'', doet Ton er een schepje bovenop. ,,Dat klinkt niet best, Ton'', zegt Lien opgeruimd.

Een kwartiertje later zit hij rozig op een terras achter een bord patat. Het is een tijdje stil. Plotseling, uit het niets, zegt Ton: ,,Kees Faber is in zijn arm gebeten. Door mijn moeder.'' ,,Waarom?'', vraagt Lien. ,,Hij had mijn werk afgenomen'', zegt Ton. ,,Dus je moeder kwam voor je op?'', vraagt Lien. ,,Ja'', zegt hij. ,,Dat is mooi van je moeder. Maar de manier waarop... Die moeder van jou, ik weet het niet hoor. Ha, ha. Man bijt hond.''

Ton protesteert niet als ze weer in de auto stappen om terug te gaan naar Amsterdam. Hij is stil op de terugweg. ,,Ben je moe, Ton?'', vraagt Lien. ,,Ik zit te piekeren'', antwoordt hij, ,,over hoe die dertig euro zo snel kan opraken.'' Vlakbij het verpleeghuis zegt hij: ,,Ik voel me ineens vreselijk onrustig.''

In de gangen van het tehuis word hij opgevangen door een activiteitenbegeleidster. ,,Gaat u mee dansen, meneer de Groot?'', jubelt ze. ,,Eerst een warming-up. Dan wat André Rieu, misschien wat rock 'n roll.'' Ton, die vaak over zichzelf praat in de derde persoon, kijkt naar Lien en zegt: ,,Hij huilt zo.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden