Verspreider van licht in zwakke ogen

Licht brengen in de ogen van blinden en slechtzienden in arme landen, dat was zijn passie. Hij liep daarvoor stad en land af, voorbijgaand aan zijn eigen problemen.

A ls je niet beter wist, zou je hem gierig noemen, extreem gierig zelfs. Met een potloodje priegelde hij gebruikte enveloppen uit elkaar zodat hij ze binnenstebuiten kon keren om ze opnieuw te gebruiken. Familie en vrienden spaarden oude enveloppen voor hem. Zijn brieven schreef hij op de achterkant van gebruikt papier.

Hij was zuinig om vrijgevig te kunnen zijn. Voor blinden en slechtzienden in arme landen had hij alles over. Op alle mogelijke manieren zamelde hij geld in om brillen en andere hulpmiddelen naar Afrika, Latijns-Amerika en Oost-Europa te sturen. Met een bril of een kleine operatie gaf hij de mensen weer het licht in hun ogen en dus het licht in hun leven. Daarom stond er op zijn rouwkaart: 'want bij U is de bron van het leven, door Uw licht zien wij het licht'.

Jacques Tuinder was een gelovig man. Van huis uit was hij katholiek, maar in de loop van zijn leven sleet het roomse van zijn geloof af. Het blijmoedige bleef. Zoals een van zijn vrienden zei: 'Hij ging om met de Allerhoogste alsof ze samen net een kopje koffie hadden gedronken.'

Hij werd geboren in Den Haag als Jacobus Johannes, maar zijn francofiele moeder gaf een Franse draai aan de namen van haar tien kinderen. Het gezin verhuisde al snel naar Rotterdam. Als zevenjarige zag Jacques de stad branden na de Duitse bombardementen. Hij zag ook verbrande mensen. Later sprak hij daar weinig over, maar waarschijnlijk inspireerde de afschuwelijke herinnering hem tot pacifisme. Ook bij 'de vijand' moest je zoeken naar iets goeds, vond hij, want dan kun je in gesprek komen.

Als jongen wilde hij missionaris worden, het liefst in Brazilië. Na de hbs deed Jacques cursussen Grieks en Latijn om toegang te krijgen tot het seminarie in het klooster van de redemptoristen in het Zuid-Limburgse Wittem. Het regime daar was streng. Jacques had niet zo'n talent voor gehoorzaamheid en hij gaf het kloosterleven op. Hij wilde juist zijn vleugels uitslaan in de wijde wereld. Op zijn zestiende had hij een boekje in handen gekregen over de kunstmatige taal Esperanto, die bedacht was door de Pool Lejzer Zamenhof. Al gauw was Jacques gewonnen voor de gedachte dat je met iedereen in de wereld zou kunnen praten als iedereen die eenvoudige taal zou leren naast de moedertaal. Hij werd een enthousiast esperantist en leerde op congressen vele buitenlanders kennen dankzij Esperanto.

Op een wereldcongres in Warschau in 1959, ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van Zamenhof, maakte Jacques kennis met de verpleegkundige Vera Dekker uit West-Friesland. In 1961 trouwden ze.

Jacques had een kantoorbaan bij het katholieke Wees- en Oudeliedenhuis in Den Haag en Vera kwam daar ook werken. Er was woningnood en de zolder waar ze woonden, was te klein toen er een kindje kwam. Jacques besloot een baan te zoeken waar een woning bij hoorde en zo kwam het jonge gezin terecht in het Overijsselse Balkbrug, waar hij ging werken bij het rijksopvoedingsgesticht Veldzicht, een voorloper van de tbs-kliniek.

Naast het werk in de gevangenis deed hij de opleiding maatschappelijk werk in Enschede, waar de sociale academie nog degelijk katholiek was, net als Jacques zelf. Er begon wel wat te broeien. Jacques voelde zich aangesproken door de eigenzinnige bisschop Bekkers van Den Bosch die, tot ongenoegen van het Vaticaan, geboortebeperking aanvaardbaar vond en mensen aanspoorde hun eigen geweten te volgen. En Vera zei na drie kinderen dat het genoeg was geweest. Voor het eerst waren ze ongehoorzaam aan de leer van Rome. Hij was graag bij de gevangenen, de minsten van de maatschappij. Veel later, toen hij na zijn pensionering verre landen bezocht om blinden en slechtzienden te helpen, vroeg hij ook altijd toegang tot een gevangenis om oogmetingen te laten doen. Dat viel niet altijd in goede aarde bij de overheid, maar Jacques wilde beslist ook in de gevangenis het licht verspreiden.

Na ruim drie jaar in Balkbrug, zette Jacques het interkerkelijk maatschappelijk werk op in Zuid-Oost-Groningen. Maar Vera kon daar niet wennen en ze gingen terug naar het westen, waar hij werk vond bij het psychiatrisch ziekenhuis in Santpoort. Vlakbij, in Heemskerk, gingen ze wonen. Daar werden ze actief in de kerk: ze zaten in een bijbelgroep en bereidden kinderdiensten voor. Maar een nieuwe kapelaan had een manier van verkondigen die hen niet aansprak. Dat vertelden ze hem, maar hij antwoordde: als het je niet bevalt, dan ga je maar weg. Dat deden ze.

Ze sloten zich aan bij de oecumenische Kritische Gemeente IJmond en dat zou hun geestelijk thuis blijven. Daar vonden ze maatschappelijke betrokkenheid en mooie liederen van Huub Oosterhuis.

Jacques vond daar ook gehoor voor zijn grote missie, het helpen van blinden en slechtzienden. Dat de bedenker van Esperanto oogarts van beroep was geweest, zal zeker hebben meegespeeld. Toen hij midden jaren zestig voldoende geld had ingezameld voor een Landrover als rijdende oogkliniek in Kenia, liet hij daar in het Esperanto de woorden 'een geschenk van esperantisten in de hele wereld' op schilderen. Zelf bleef hij thuis, want hij wilde geen onnodige kosten maken. "Ik heb geen strijkstok", zei hij altijd als hij geld inzamelde. Als er toch kosten waren, betaalde hij die zelf. Hij leefde superzuinig. Nieuwe kleren kocht hij nooit, tweedehands was mooi genoeg. Een oude koelkast die te klein was voor het gezin, wilde hij niet vervangen. Maar Vera zag haar kans schoon als hij weg was. Dan kocht ze de dingen die hij te duur vond. Hij begreep het wel. Maar zelf kon hij dat niet doen.

Bij wijze van vakantie bezochten ze congressen van esperantisten, vaak in Oost-Europa. Eén keer namen ze de kinderen mee, maar die vonden er niets aan. Hun drie zoons namen de liefde voor het Esperanto en de oecumene niet over. Daar had Jacques ook begrip voor. Ze moeten hun eigen weg vinden, zei hij. Van teleurstelling liet hij niets merken. Hij liep nooit met zijn gevoelens te koop. Als iemand ernaar vroeg, draaide hij het gesprek gauw een andere kant op, vaak met een kwinkslag.

Hij maakte altijd een opgeruimde indruk. Toen zijn jongste zoon op z'n 25ste een eind aan zijn leven maakte, kon Jacques daar maar moeilijk over spreken, zelfs met Vera. Bart was een begaafd en intelligent kind geweest, maar door het ontbreken van een gen had hij last van snelle wisselingen van stemming waardoor hij dacht niets van zijn leven te kunnen maken.

Jacques verwerkte de klap op eigen houtje. Hij had er alle vertrouwen in dat Bart in een mooi hiernamaals rust had gevonden. Daar geloofde hij heilig in. Hij verwachtte dat hijzelf ook terug zou komen bij de Schepper. Hij zei eens tegen Vera: "We komen iedere dag een stap dichter bij Bart."

Na zijn pensionering ging hij twee dagen per week naar de benedictijner abdij van Egmond. Hij was er bijna net zo druk als in zijn gewone leven, met werken in de kaarsenmakerij en andere klussen. Bovendien nam hij een braille-schrijfmachine mee om brieven van blinden te beantwoorden. Maar na elke twee uur werken kwam alles tot stilstand voor gebeden in de kapel. Daar kwam Jacques tot rust. "Je eet van twee walletjes", plaagde Vera hem. "Je bent een halve monnik en een halve echtgenoot."

Pas de laatste jaren ging hij reizen voor zijn stichting Zienderogen, uiteraard op eigen kosten. Altijd wist hij opticiens en oogartsen uit Nederland mee te krijgen. Zijn laatste reis ging naar Tanzania. Hij kwam er moe en ziek van terug. Zo had hij zich een jaar eerder ook gevoeld en toen had de dokter niets gevonden. Hij zou wel weer vanzelf beter worden, dacht hij.

Maar op een avond was hij zo moe, dat hij vroeg naar bed ging. Dat was niets voor hem. Hij kreeg het erg benauwd en Vera ging het ziekenhuis bellen. Toen ze terugkwam in de slaapkamer, was het te laat. Bij zijn uitvaart zongen monniken van de abdij 'In Paradisum', want daar ging Jacques heen, dat wist hij heel zeker.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden