Versplinter het schrikbewind

Media tracteren ons graag op beelden van de strijd tegen verre despoten. Ook wij moeten ons verzetten: tegen de Djengis Kahns in onze eigen kantoren, betoogt Pieter Ippel. 'Dat is een morele plicht.'

Ons enthousiasme voor de Arabische Lente is omgeslagen in scepsis. Dat is niet zo vreemd: de strijd tegen onderdrukking, angst en vernedering is taai gebleken, moeizaam en gewelddadig. Dus keren we terug naar onze dagelijkse werkelijkheid en zijn blij dat het bij ons anders is. Het is wel niet allemaal idyllisch in ons land, maar gelukkig kennen we geen landelijk dekkend schrikbewind. Het is een cynische opluchting. Maar vooral: een ongegronde.

Het is waar: politieke controle, de pers en een kritische publieke opinie dammen de kans op een te repressief regime in. Maar voor een deel is dit valse gerustheid: er zijn wel degelijk niches vol dwang en angst. Lokaal en verspreid kan zich een schrikbewind ontwikkelen. Dat treft de betrokkenen hard. Er is een wijdverspreid, vaak verzwegen lijden van de slachtoffers van die nep-Napoleons, en pseudo-Peter de Grotes en hun handlangers, die ook de hedendaagse bureaus en bedrijven meedogenloos willen runnen. We horen er regelmatig over en het is van belang hierover na te denken.

Een herinnering. De herfst van 1989 was een kantelmoment in de Koude Oorlog, de befaamde Val van de Muur. Deze handzame metafoor verwijst naar een onverwacht snel, maar ingewikkeld veranderingsproces in de verstarde communistische staten in Midden-Europa. In landen als Duitsland en Tsjecho-Slowakije verliep dit tamelijk geweldloos, maar in Roemenië ging het rauwer toe: zo werd het dictatorsechtpaar doodgeschoten, en de beklemmende beelden gingen de wereld over. Overheersend was de euforie, de opluchting en de oprechte vreugde over deze onvoorziene omwenteling.

Zelf was ik in dat najaar net in dienst getreden bij een - zoals dat heet: gezaghebbend - adviesorgaan van de regering, gevestigd in een kantoorgebouw in een voorstad van Den Haag. Ik was werkzaam als juridisch beleidsmedewerker bij de Afdeling Wetgeving en Juridische Zaken. Ik was een beetje in het wild opgegroeid op de universiteit, maar nu ik mijn proefschrift had afgerond, wilde ik iets praktisch doen, iets wat hout sneed. In de loop van november ging ik steeds meer parallellen zien tussen de tumultueuze geopolitieke buitenwereld en de stille bureaucratische binnenwereld.

Onze Raad werd geleid door een Voorzitter en een Algemeen Secretaris en ik merkte dat dit genadeloos top-down gebeurde. Ik kwam erachter dat de Voorzitter nooit met de medewerkers sprak en dat de Algemeen Secretaris niet zozeer punctueel en paternalistisch was, maar zich paranoïde en psychopatisch gedroeg. Zijn frequente scheldpartijen resulteerden in vrees en beven. Ook oudere, zeer geroutineerde collega's gingen eronder gebukt, maar kozen meestal voor innere Emigration. Het was, zo ervoer ik het, een instituut, bestuurd door twee mini-Machiavelli's, en alle protest werd gedempt.

Later hoorde ik dat ons instituut bij sommige externe waarnemers bekend stond als 'de Volksrepubliek'. Gelukkig brak daar wel een Haagse Lente door, toen de minister het heilzame idee ontwikkelde het hele advieswezen eens op de schop te nemen.

Ook daarna was ik - van veraf en van dichtbij - getuige van organisaties, instituten en bedrijven waar de leiding zich los zong van de werkvloer en waar het machtswoord meer telde dan het beredeneerde argument of de bereidheid tot samenwerking. Pas nog: ik deed jaren veldonderzoek in een organisatie voor geestelijke gezondheidszorg en publiceerde daar vorig jaar een boekje over. Hoewel het mij ging om een bijdrage aan de kwaliteit van de zorg voor psychiatrische patiënten, merkte ik in mijn reeks gesprekken met medewerkers en patiëntvertegenwoordigers hoezeer zij gegriefd en gefrustreerd raakten door een steeds barser en hardhorender stijl van leidinggeven. De tweekoppige Raad van Bestuur dacht de ruim 1400 medewerkers voor voldongen feiten te stellen, kennelijk om daadkracht, durf en ondernemerschap te tonen.

Onlangs barstte de bom: de Ondernemingsraad zegde eindelijk het vertrouwen op. Er wordt gesproken over intimidatie en een angstcultuur. Dat is in meer dan één opzicht treurig, maar het was de uitkomst van een onnodig, steeds heftiger schisma.

Het was een naargeestig proces van zelfverheffing aan de ene en tandengeknars aan de andere kant. Dit haasje-over van onderdrukking en onbehagen komt in zulke zieke organisaties steeds op gang.

Helaas staan deze voorbeelden niet op zichzelf. De krantelezer en internetsurfer kan talloze verhalen verzamelen van de macht die de moraal uitholt. Het gebeurde op grote schaal voorafgaand aan de val van de frauduleuze bank Lehman Brothers, precies vijf jaar geleden, waar gestoorde inventiviteit en beangstigend narcisme leidden tot wat is genoemd: de teloorgang van het gezond verstand. Die raakte velen direct en hard, en miljarden indirect. Het was een van de aanleidingen voor een wereldwijde golf van ellende.

Op kleinere schaal en uiteraard minder verstrekkend zijn de illustraties dichtbij. De burgemeester van Schiedam moest vertrekken omdat zij, bijgestaan door de altijd aanwezige coterie van ja-knikkers, ambtenaren de stuipen op het lijf joeg.

In de eerdere affaire rond de Rotterdamse burgervader Peper ging het hoogstwaarschijnlijk helemaal niet om de onnauwkeurige declaraties, maar om zijn door alcoholmisbruik aangewakkerde onbarmhartige optreden. Zo schijnt hij een sputterende ambtenaar te hebben toegesist: 'Mond houden jij. Jij komt op de dodenlijst!'

In de laatste jaren van zijn regime leidde de zo braaf ogende Balkenende zijn partij op een Sowjet-achtige wijze en dit leidde mede tot afbrokkeling van de lang zo opmerkelijk stabiele christen-democraten.

Ook in het bedrijfsleven wemelt het van voorbeelden van de arrogantie van de macht en soms maakt de topman het zo bont dat hij door de achterdeur moet vertrekken.

Dit is maar een summiere staalkaart van de aan het licht gekomen voorbeelden, maar er is in bedrijven, op ambtelijke afdelingen en in zorginstellingen zeker een zeer omvangrijk verborgen continent, een kolossaal dark number aan imitatie-Djengis Khans en aspirant-Iwans de Verschrikkelijke, die het leven van hun medewerkers en klanten zuur maken en het ziekteverzuim doen stijgen. Dat blijkt uit het telkens herhaalde resultaat van onderzoek naar arbeidssatisfactie door bedrijfspsychologen en vakbondsorganisaties: er is op de werkvloer een enorm reservoir aan gekwetstheid, vernedering en miskenning. Omdat een baan voor veel werknemers van essentieel en existentieel belang is, blijft dit een schrijnende en eigenlijk onaanvaardbare werkelijkheid.

Waarom blijft dit maar doorgaan? Voor een belangrijk deel gaat het simpelweg om de door de radicale, maar riskante denker Nietzsche zo centraal gestelde Wille zur Macht. Ook in zo op het oog gehorizontaliseerde en gedemocratiseerde verhoudingen woekert de machtswil voort.

Dat valt in evolutionair-psychologisch perspectief te verklaren. De millennia-lange ervaringen op de apenrots, de wolvenroedel en de oerhorde hebben in ons brein en gedrag diepe voren getrokken.

Natuurlijk zien we bij andere hoge dieren het begin van een moraalsysteem, maar in een scherpzinnig boek wijst de Vlaamse rechtsfilosoof en hersenwetenschapper Jan Verplaetse op de doordringende werking van de archaïsche 'geweldsmoraal'. Dat weer onbewimpeld over machtsuitoefening mag worden gesproken, blijkt ook uit de herwonnen populariteit van de begrippen 'leiderschap' en 'leider', een terminologie waarvan je zou denken dat die na het nazisme en stalinisme in de ban zouden zijn gedaan. Daadkracht, durf en doorzettingsmacht: aan dat profiel moeten huidige leiders voldoen, want teveel democratisch gedelibereer leidt tot traagheid en verstarring. Die roep om flinkheid leeft breed: Trouw berichtte deze maand over onderzoek waaruit bleek dat veel Nederlanders snakken naar een sterke leider.

Zo'n accent op onverschrokkenheid en ongevoeligheid tekent de recrutering van topmannen. Maar het effect kan pervers zijn. Inmiddels is er in de witte boorden-criminologie een hele onderzoekstraditie die de opmerkelijke prevalentie van CEO's en topbestuurders met een persoonlijkheidsstoornis en naargeestig narcisme langzamerhand blootlegt. Wie selecteert op botte bazigheid, krijgt wat hij zoekt. De boze binnenkant wordt vaak verhuld door een bedrieglijk charmante buitenkant, een vals soort innemendheid.

Vaak gaat het aanvankelijk nog redelijk tot goed, maar komt de aap na enige tijd uit de mouw. Zeker waar weinig tegenspel is en waar het toezicht zwak is, kan de zwarte kant van leiderschap aan het licht treden. Het is mijn indruk dat veel leden van Raden van Toezicht hun positie als een erebaan of als aanvulling op hun toch al riante inkomen beschouwen. Intensieve betrokkenheid en de bereidheid om zelf op zoek te gaan naar de werkelijkheid achter de paperassen en kengetallen lijkt een schaars goed.

Van een goede toezichthouder mag meer verwacht worden dan zo'n minimalistische taakopvatting. De deugdzame, degelijke houding schiet er in veel gevallen bij in omdat de leiders zich omgeven met een eigen hofhouding, die het steeds groter wordende ego van de baas moet strelen. De stilzwijgende code is: spreek nooit tegen, want dan lig je eruit! Wanneer externe en interne controlemechanismen falen, kan het schrikbewind zich vrij, en soms ook vreselijk, ontwikkelen, tot de ban gebroken wordt, de pers erop springt en een schandaal ontbrandt.

Een simpel medicijn tegen dit voortkankerende ziekteverschijnsel is er niet, en zeker geen panacee.

Ik gebruik een medische beeldspraak, omdat een dergelijk regime tot vernedering en mentale kwetsuren bij zeer velen leidt. Soms is in crisissituaties stevig en staalhard optreden nodig, maar in de meeste organisaties veroorzaakt een langer durend schrikbewind materiële en vooral immateriële schade. Er wordt veel gepubliceerd over de noodzaak van betere governance, maar toezicht en tegenspel komen pas op gang wanneer de toezichthouders toegewijd, kritisch en moedig zijn. In de werving van leidinggevenden zou veel meer gelet moeten worden op grootmoedigheid, moreel besef en zelfkennis. Alleen wanneer daadkracht samengaat met dienstbaarheid, en controle met compassie, kan een gezonde bedrijfscultuur ontstaan, waarin mensen kunnen floreren.

Dat kan wel degelijk. Ik zat zelf jaren in een raad van toezicht van een groot onderzoeksinstituut, met veel tijdelijke banen en veel fluctuaties. Conflicten en onvrede lagen op de loer, maar de directie was deskundig en humaan, daadkrachtig en begripvol, helder maar humoristisch. Het is een zegen als dat gebeurt.

Vergeleken met de autoritaire of totalitaire nationale regimes, die ook nu nog al te vaak voorkomen, lijken de hier besproken lokale vormen van repressie een kleinigheid. Dat grote lijden stemt ons vaak machteloos. Maar aan die nabije vormen van misbruikte macht kunnen we in heel wat gevallen wat doen. En het is onze morele plicht om eraan bij te dragen dat het telkens weer opduikende schrikbewind wordt voorkomen of versplinterd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden