Verspil geen tijd

Niets doen lijkt het nieuwe ideaal. Willen mensen dat nou écht, vraagt Robert van Dijk zich af. Hij zelf niet in ieder geval, integendeel. "Zet meer dingen op je to-do-lijst dan je weg kunt werken."

ROBERT VAN DIJK

Laatst zat ik in de trein een to-do-lijstje op te stellen toen ik een vrouw hoorde uitroepen: "Dit weekend ga ik eens even lekker helemaal niks doen." Ze zei het alsof dit reden was om jaloers op haar te worden, maar dat gevoel kwam niet bij me op. Er schijnen mensen te bestaan die spontaan een sprei gaan breien, een ommetje maken terwijl ze geen hond bezitten of geboeid zijn door een vlieg die over de krant loopt en dan de letters noteren die hij aandoet om te kijken of hij misschien poëtisch is. Zelf ben ik daar veel te ongedurig voor.

Ik ben nog niet uitgeklokt of er verschijnt een waas voor mijn ogen die bestaat uit een waslijst aan to-do's (graag had ik een Google Glass die dit echt mogelijk maakt). Mijn weekend blijkt telkens weer te kort om alles te doen wat ik vond dat er gedaan moest worden. Hetzelfde geldt voor de vakantie, de pauze, de avond. Toch lijk ik in een tijd te leven waarin het nietsdoen wordt verheerlijkt. Dat begint al als ik 's ochtends sta te douchen en moet kiezen tussen 'Nivea Free Time' en 'Palmolive Absolute Relax'. Ook de media vertellen mij dat mensen die regelmatig niets doen zeer benijdenswaardig zijn.

Ze zijn mindful, meer in evenwicht en ze staan dichtbij alles waar je tegenwoordig dichtbij kunt staan: je ik, je kern, je kracht en meer van dat soort tijdschrifttermen.

Mij spreekt het niet aan, ik ben nu eenmaal het type bezige bij. Zelfs op de fiets zet ik liever een luisterboek op dan even tot rust te komen tussen flexplek en schoolplein.

Is het mijn calvinistische aard? De calvinistische ethiek kenmerkt zich onmiskenbaar door een positieve waardering van hard werken: wie niet wil werken, moet ook maar niet eten (2 Thess. 3:10). Maar de arbeidsproductiviteit is voor zover mij bekend in het noorden van het land niet hoger dan in het zuiden. Is het dan omdat ik een kleinzoon ben van mensen die de oorlog nog hebben meegemaakt? Inderdaad heeft die generatie overtuigend laten zien wat hard werken vermocht in een klein armoedig land dat net een kwart miljoen mensen had verloren: in no time werd de economische achterstand op de Verenigde Staten ingelopen, terwijl moeder de vrouw thuis twaalf, dertien kinderen grootbracht. De arbeidsethos werd die kinderen met de paplepel ingegoten. Wie toen aan tafel zou beginnen over een cursus mindfulness of zou verzuchten "dit weekend ga ik eens even lekker helemaal niks doen", kon een draai om zijn oren verwachten. Een nietsdoener was een nietsnut.

De tijden zijn veranderd. Er wordt behalve keihard gewerkt ook keihard ontspannen. Met mindful niets doen heeft dat weinig te maken; we zoeken naar vormen van ontspanning die ons even alles doen vergeten. Vormen van 'Amusing Ourselves to Death', zoals de Amerikaanse publicist Neil Postman lang geleden schreef. De motor van de rusteloosheid is het zeurende bewustzijn dat het leven eindig is. Anders gezegd: we gaan dood. We hebben geen zeeën van tijd, een klein meertje is ons gegund, een plasje soms slechts. Toen ik geboren werd en de kinderarts de boel kwam controleren, zei hij tegen me: "Het spijt me, volgens onze prognose hebt u pakweg nog hooguit 80 jaar te leven." Vervolgens zette hij een opbeurend plaatje op van Sonny Boy Williamson met de lyrics 'don't let your conscience get you down.' Daar moest ik het maar mee doen.

We kunnen het memento mori nooit volledig uitbannen, maar met verstrooiing verdrijven we dit besef, zoals we hoofdpijn wegdrukken met aspirine. In het Engels bestaat hier de term willingly ignorant voor. We gaan met de dood niet heel anders om dan met een geplande operatie, sollicitatie, presentatie of waar we dan ook nerveus voor zijn. Ik weet het, maar ik wil er niet aan denken en daarom wil ik even iets leuks doen.

"Ledigheid is des duivels oorkussen", zei mijn oma vroeger al, waarmee ze me ervoor wilde behoeden dat ik een hangjongere werd. Nu was ik niet zo sociaal op de middelbare school en je kunt in je eentje eigenlijk geen hangjongere worden. Maar ze had gelijk: hangende jeugd wekt doorgaans niet de indruk gelukkig te zijn. En nooit hoor je dat hangjongeren dichterbij hun kracht, ik of kern staan.

Mijn oma maakte zich nodeloos zorgen. In plaats van op straat rond te slenteren, keek ik films als 'An Autumn Afternoon' van Yasujir¿ Ozu waarin een gepensioneerde leraar op een reünie tevreden naar zijn oud-leerlingen kijkt: "Jullie hebben het ver geschopt: goede banen en drukbezet."

Hoe invulling te geven aan een onbekommerd rusteloos leven? Prijs jezelf gelukkig als je een baan hebt die je helemaal opslokt. Voor de minder bedeelden onder ons: neem een taak op je met een onbereikbaar ideaal; de wereld zien, er goed uitzien, het voetbal volgen. Alles is in wezen goed zolang je het maar serieus neemt. Je móét deze schoenen, je móét deze wedstrijd zien, anders... Verzin maar iets ergs. Er zijn legio manieren om het 'amusing ourselves to death' een persoonlijke invulling te geven.

Wie niet zo passioneel is aangelegd en niet kan kiezen voor één missie, kan het zoeken in de veelheid van de kleine taakjes. Verzamel ze als sprokkelhout, geloof in de mogelijkheid van een lege lijst, maar plaats altijd meer dingetjes op je to-do-lijstje dan je weg kunt werken. Laat je flink opnaaien, verspil geen tijd. Terwijl je ontbijt, check je je mail; terwijl je in de wacht hangt bij de Belastingdienst, stoof je het vlees; terwijl je luistert naar hun verhalen, kleed je je kinderen aan.

Het huis is wat bezig zijn betreft een heel dankbaar bezit. Mijn moeder zoekt het bijvoorbeeld in huishoudelijke taakjes: het huis moet aan kant. Maar wie goed kijkt, zal zien dat het nooit helemaal spic en span is, dat is een van de formidabele eigenschappen van een huis. Gelukkig hebben mijn ouders ook nog een tuin, daar is mijn vader alle vier seizoenen zoet mee.

Kinderen zijn eveneens een fantastisch bezit. De vrouw die van haar man een kind verlangt om er een onbestemde leegte mee te vullen, heeft het goed bekeken. De man kan een hond of kat suggereren, maar inderdaad, een kind vult meer.

Ik prijs mijzelf gelukkig met de keur aan apps vol hoorcolleges, lezingen en luisterboeken en grijp op verloren momenten naar mijn koptelefoon om te luisteren naar Cynthia Liem die de cryptische boodschappen in de muziek van Robert Schumann blootlegt. Zo hoef ik tijdens het ophangen van de was, het inruimen van de vaat, het opruimen van speelgoed tenminste niet te luisteren naar het tikken van de klok. Voor mijn verjaardag wil ik een koptelefoon die douchewaterdicht is.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden